Advocaten Nieuws Studenten

Adieu leerovereenkomst

Geschreven door Willy van Eeckhoutte

Alternatieven voor de leerovereenkomst


De Morgen, dinsdag 17 april 2018, p. 1.

Wat vroeger in de federale arbeidswetgeving een leerovereenkomst werd genoemd, heet thans in de Vlaamse regelgeving stageovereenkomst alternerende opleiding of overeenkomst van alternerende opleiding (art. 52 Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen en art. 6, § 2, 1°, decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap). Een deeltijdse arbeidsovereenkomst is ook mogelijk, maar niet voor duaal leren (art. 3 Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen). Duaal zijn opleidingen van het voltijds secundair onderwijs die door de Vlaamse regering als duaal worden aangeduid (art. 2, 2°, Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen). Het stelsel van leren en werken, want dat is de alternatie, omvat een component leren en een component werkplekleren (art. 4 °, decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap).

De term leerling wordt wel nog gebruikt.

Reguliere tewerkstelling en reële arbeidsplaats

Bij duaal leren wordt een stageovereenkomst alternerende opleiding gesloten voor de opleiding op de werkplek via een reguliere tewerkstelling. Het verschil met de overeenkomst van alternerende opleiding bestaat erin dat deze laatste gemiddeld op jaarbasis minstens twintig uur per week opleiding op een reële werkplek omvat, de stageovereenkomst alternerende opleiding minder dan twintig uur (art. 3, 1ste lid, Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen).

Geen arbeidsovereenkomst, geen werkgever en geen loon

Hoewel de uitvoering van die overeenkomsten bestaat in “reguliere tewerkstelling” “op een reële werkplek”, zijn zij geen arbeidsovereenkomsten omdat de finaliteit ervan opleiding is en niet het verrichten van productieve arbeid. Maar bepaalde regels van het arbeidsovereenkomstenrecht, zoals die m.b.t. de schorsing van de arbeidsovereenkomst, worden toepasselijk verklaard op de overeenkomst van alternerende opleiding (art. 18, 1ste lid, en 28 Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen). Voor het overige gelden eigen regels, die soms gelijkaardig zijn aan die van het arbeidsovereenkomstenrecht.

Bij ontstentenis van een arbeidsovereenkomst is de wederpartij van de leerling niet diens werkgever. De decretale teksten gebruiken het neutrale “onderneming” om haar aan te duiden.

Wie een overeenkomst van alternerende opleiding sluit, heeft geen recht op loon, maar op een leervergoeding, die hij van de onderneming ontvangt, zowel voor de opleiding in de onderneming als voor het volgen van de lessen (art. 17, § 1 en 2, Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen). De leerling met een stageovereenkomst alternerende opleiding heeft zelfs daarop geen recht (art. 11, 4°, en 28 Vlaams decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen).

Conclusie

Bij duaal leren is er geen arbeidsovereenkomst en geen recht op loon.

Willy van Eeckhoutte

Klik hier voor de digitale diensten van Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse.

Opmerking plaatsen

X