Rechtuit

Al die dwaze advocaten en rechters

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Ook de afgelopen week hebben zich weer tal van juristen bijgeschoold in een poging om de nieuwe wettentsunami onder de knie te krijgen. De wetgever negeert het, of vindt het onbegrijpelijk, maar op het werkveld zijn steeds meer rechtspractici de weg kwijt. Vorige week liep ik een geëngageerd advocaat met 10 jaar balie-ervaring tegen het lijf, die mij enigszins moedeloos toegaf dat hij niet meer kon volgen. “Is het waar dat de aanleggrens voor de vrederechter nu € 5.000 is?” vroeg hij mij starend aan. Hij hoopte (tevergeefs) dat hij zich vergiste. “Ik doe die mails met al die aankondigingen van wetswijzingen niet meer open, want dan slaap ik niet meer”. Eric Beaucourt zal met zijn voluntarisme wel andere doelstellingen hebben dan iedereen in de gordijnen te jagen. Allicht had de betrokken confrater zich nog niet eens gebogen over het lot van de uitvoerbaarheid van een vonnis. Deze week waagde op alweer een studiedag over burgerlijk procesrecht een eminent spreker zich aan de heikele vraag of een vonnis nu ook automatisch uitvoerbaar is. Hij moest 4 situaties onderscheiden, wat tot enige consternatie leidde bij het aanwezige publiek: (1) dagvaarding vóór 1 november 2015, met vonnis vóór 3 augustus 2017; (2) dagvaarding vanaf 1 november 2015 met vonnis vóór 3 augustus 2017; (3) dagvaarding vóór of na 1 november 2015 met een vonnis vanaf 3 augustus 2017; (4) dagvaarding vóór of na 1 november 2015 en een verstekvonnis vanaf 9 juni 2018.  U weet natuurlijk allemaal waarom die simpele vraag  -na al die potpourri-wetten – precies in die 4 categorieën moet worden opgedeeld. Het moge anderzijds duidelijk zijn dat als u dat niet onmiddellijk weet u volgens de wetgever dom bent. Allicht hoopt de wetgever dat die almaar grotere wordende groep dommeriken aanzet tot minder procederen.

Ik hoorde deze week ook op een studiedag over de hervorming van het ondernemingsrecht magistraten aandringen op enige rust in die tak van het recht, terwijl de hervorming daar nog moet beginnen. Het belooft vanaf 1 november nog spannend te worden bij de nieuwe ondernemingsrechtbanken. De eerste studiedagen leren dat er een hele reeks definities zijn van “onderneming”, maar dat dit anderzijds toch het criterium is voor de bevoegdheid van de nieuwe ondernemingsrechtbank. Er dreigt ook daar weer een nieuw peloton onwetenden te ontstaan.

In het grote plan van de hervorming van het ondernemingsrecht ontbreekt nog het nieuwe  vennootschaps- en verenigingsrecht. Dat zou op 1 januari 2019 in voege treden, zo wordt her en der (op alweer andere studiedagen) gesuggereerd. Voor deze positivo’s gooit de raad van state allicht roet in het eten. Vorige week bezorgde die aan de wetgever een tweede advies over het wetsontwerp. Voor een gewone, gemiddelde jurist is dit een bijzonder kritisch advies, maar mogelijkerwijze oordeelt de wetgever daar anders over. Voor de onwetenden alvast deze korte passage: “De wetgever wordt (…) verzocht het ontwerp aan een volledig heronderzoek te onderwerpen om zich ervan te vergewissen dat de tekst van de onderscheiden artikelen waarin eenzelfde onderwerp voor verschillende categorieën van situaties of rechtspersonen behandeld worden en die geacht worden dezelfde regels te bevatten, op perfect identieke wijze gesteld zijn, behalve indien verschillen gerechtvaardigd zijn naargelang de bepalingen voor de ene of de andere categorie van situaties of rechtspersonen gelden”. Zo gaat het nog wel even door in het advies, maar ook volgende passage is treffend: “Op zeer veel plaatsen voorziet het ontworpen Wetboek voor verschillende situaties of categorieën van rechtspersonen in identieke of soortgelijke regels. De uitdrukkingen die daarbij gebruikt worden, omvatten evenwel varianten die, wanneer ze met elkaar vergeleken worden, bij de lezer – die ervan uitgaat dat de wetgever logisch en rationeel te werk gaat – twijfel doen rijzen over de vraag of het al dan niet de bedoeling is verschillende regels uit te vaardigen. (….) De wetgever mag er niet op rekenen dat de rechtsleer en de rechtspraak wel klaarheid zullen scheppen in deze onzekerheden naarmate ze aan het licht komen”.  Is de raad van state te kritisch of zal de wetgever vinden dat die ook al aangetast is door dezelfde ziekte die nu al de advocaten en rechters teistert? Zijn alle juristen te dom geworden voor het recht, of zou het misschien – let op de voorwaardelijke toon, deze columnistbehoort tot de aangetaste soort – toch kunnen dat de voortvarendheid van de wetgever het recht onwerkbaar dreigt te maken? En komt er dan misschien  – ja, alweer misschien – een opstand van al deze vermeende dwaze juristen?

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

1 Comment

  • De wetgever zou beter zelf een ‘burn-out’ krijgen dan er zovele advocaten, magistraten en welmenende medewerkers van het (ge)recht mee op te zadelen….

Opmerking plaatsen

X