Rechtuit

Beroepsgeheim, privacy en waardigheid op de dool in sociale media

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Er is de jongste weken nogal wat gemor te horen over de “Algemene Verordening Gegevensbescherming” (beruchter onder de Engelse benaming GDPR. Die Europese regelgeving is niet echt helder, wat bijvoorbeeld al blijkt uit de commentaren van de “werkgroep artikel 29” (de naam alleen al!). Die Artikel 29-werkgroep is het onafhankelijke advies- en overlegorgaan van Europese privacytoezichthouders, dat adviezen verstrekt over de vele duistere hoeken en kanten van de nieuwe privacywetgeving. Ook heel wat advocaten die nu de GDPR ontdekken verlaten ontgoocheld studiedagen of zijn boos op de organisatoren. Ze hadden kant-en-klare instantoplossingen verwacht. Een modelformuliertje en een A4’tje met wat uitleg, dat moet toch volstaan? Helaas, zo werkt het niet. Het sleutelbegrip van de nieuwe verordening is immers de verplichting om zorgvuldig om te gaan met privacy en daar ook een zichtbaar beleid rond te voeren. En voor wie eraan mocht twijfelen: de zorg voor privacy is niet echt nieuw. De Belgische privacywet legt al jaren verplichtingen op, maar de regelgeving kende een wat anoniem bestaan en weinigen voelden zich geroepen om die wet zorgvuldig na te leven. De aanloop naar de inwerkingtreding van de privacyverordening lijkt alvast voor een cultuuromslag te zorgen.

Privacy is dan ook een actueel thema geworden. Het is natuurlijk geen toeval dat de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies vorige week instemde met een “aanbeveling met betrekking tot het gebruik van sociale media door de advocaat”. Die tekst (die u hier kunt raadplegen) is geen reglement, maar brengt een aantal regels van het gezond verstand in herinnering. Dat is in deze tijden van GDPR-verdwazing blijkbaar geen overbodige luxe.

Voor wie eraan zou twijfelen: een advocaat mag natuurlijk “een cliëntenrelatie tot stand brengen” via sociale media, maar dat ontslaat hem niet van de verplichting om daarbij ook de wettelijke en deontologische regels na te leven. Dat is niet altijd eenvoudig. Zo mag de advocaat bijvoorbeeld in een dergelijk contact geen pseudoniem gebruiken, zodat  de cliënt ook daar kan nagaan of er al dan niet sprake kan zijn van belangenconflicten.

Het lijkt een open deur intrappen, maar de aanbeveling roept de advocaten ook op om ook regelmatig de algemene voorwaarden te raadplegen van de dienstenaanbieders zoals Linkedin, Twitter, Facebook e.d. “Voldoende frequent nazicht van zgn. “privacy settings” voor elk netwerk verdient aanbeveling, bijvoorbeeld om te voorkomen dat derden toegang kunnen hebben tot de informatie die de advocaat enkel wil uitwisselen met een cliënt”. Want ook op sociale media blijft het beroepsgeheim onverkort gelden, wat nogal wat advocaten blijken te vergeten. Zouden de Stafhouders al die twitterbagger en facebookontboezemingen soms lezen?

Staan sommige advocaten er overigens soms bij stil dat aanbieders van sociale media ook cookies aanbieden en een advocaat op die manier meewerkt als tussenpersoon voor het mogelijk onwettelijk plaatsen van die cookies ?

Blijft natuurlijk daarnaast de kwestie van het maken van “vrienden” op sociale netwerken. Ik schreef hierover al in een vorige blog (als u dat nog eens wil herlezen, klik dan hier). Ook daar heeft de aanbeveling aandacht voor. Het is voor een advocaat niet verboden om via sociale media contacten te leggen met andere personen uit de juridische wereld (advocaten, magistraten, deskundigen), maar enige voorzichtigheid is vereist. Een advocaat dient steeds de beginselen van waardigheid, kiesheid en rechtschapenheid te respecteren. De aanbeveling suggereert dat een advocaat, “om problemen te vermijden”, daarom best duidelijk van elkaar onderscheiden privé-en beroepsmatige accounts heeft.

Allicht vatte de voormalige stafhouder van Grenoble het goed samen in de Franse “guide de l’avocat numérique”: telkens wanneer een advocaat actief is op sociale media zonder specifiek persoonlijke reclame te maken, maar enkel met de bedoeling zijn “réputation numérique” te optimaliseren, maakt het niet uit of hij dat doet als advocaat of als privé-persoon. Hij zal altijd de kernwaarden van het advocatenberoep moeten blijven respecteren, met inbegrip van het beroepsgeheim. Hij mag dus enkel met waardigheid en terughoudendheid tweeten. Hij zal ook het geheim respecteren van wat zich achter gesloten deuren (bijvoorbeeld de raadkamer) heeft afgespeeld. Hij zal ten aanzien van andere advocaten hoffelijk blijven. De advocaat op sociale media blijft dus in de eerste plaats een advocaat, maar daar nog meer dan elders moet hij zichzelf onder controle houden  en moet hij “s’exercer à prendre le recul indispensable entre son cerveau et ses doigts”. Evidente dingen klinken soms mooier in het Frans.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Opmerking plaatsen

X