Expertise Kantoor & beleid

Binnenkort advocatenvennootschappen op het Tableau?

Geschreven door Today's Lawyer

Stel dat advocaat X, werkzaam in advocatenkantoor Y, is tussengekomen als raadsman voor Z. Voor de geleverde prestaties is Z een ereloon verschuldigd aan X. Hiertoe wordt door het kantoor Y een factuur uitgeschreven op naam van Z. Klinkt logisch, maar is het dat ook?

In een vonnis van 22 juni 2018 oordeelde de 18de kamer van de toenmalige Franstalige rechtbank van koophandel van Brussel (A.R. 17-00423 – thans de Franstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel) dat de rechtsvordering van een advocatenvennootschap ter invordering van het ereloon voor prestaties die werden uitgevoerd door een advocaat die werkzaam is binnen die vennootschap, onontvankelijk is en dit wegens het ontbreken van de hoedanigheid van advocaat in hoofde van de aanleggende partij. In een uitvoerig gemotiveerd vonnis stelt de rechtbank (samengevat) dat een rechtspersoon geen advocaat kan zijn, dat er bijgevolg geen ereloon kan gevorderd worden door de advocatenvennootschap en dat de vordering derhalve onontvankelijk is. Indien de betrokken advocaat daarnaast niet kan aantonen dat zijn ereloon als schuldvordering werd overgedragen aan de advocatenvennootschap (cf. artikel 1698 e.v. BW) – waarbij de rechtbank de vraag stelt of dit überhaupt mogelijk is gelet op het op de advocaat rustende beroepsgeheim – zou het ereloon niet kunnen ingevorderd worden bij gebrek aan hoedanigheid van advocaat in hoofde van diens vennootschap.

Dit vonnis zal menig advocaat de wenkbrauwen doen fronsen, niet in het minst daar zij die de facturatie van hun ereloon laten verlopen via een associatie of groepering van advocaten onder de vorm van een vennootschap. De beoordeling door de rechtbank wringt, daar de hoedanigheid van een procespartij niet de openbare orde raakt, er in het geval van een advocaat en diens vennootschap een wezenlijke band bestaat tussen de procespartij en het litigieuze materiële recht én dat een houder van een materieel recht (zoals de advocaat) zich kan laten vertegenwoordigen door een lasthebber (de associatie of groepering waartoe de advocaat behoort), die onder eigen naam maar voor rekening van de houder van het materiële recht procedeert. Toch is de redenering uit het vonnis van 22 juni 2018 niet geheel onlogisch.

Huidige situatie: enkel advocaten-natuurlijke personen op het Tableau

De huidige Belgische wetgeving voorziet immers dat enkel natuurlijke personen de hoedanigheid van advocaat kunnen hebben. Het Gerechtelijk Wetboek voorziet immers dat niemand de titel van advocaat kan voeren of het beroep van advocaat kan uitoefenen indien hij geen Belg of onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie is, niet in het bezit is van het diploma van doctor of licentiaat in de rechten (thans master in de rechten), niet de eed heeft afgelegd zoals voorzien in artikel 429 Ger.W. en ingeschreven is op het tableau van advocaten of de lijst van de stagiairs (zie art. 428 Ger.W.).

Quo vadis?

Men kan zich de vraag stellen of dergelijke interpretatie nog overeenstemt met de realiteit en of het niet aangewezen zou zijn dat de wetgeving en deontologische regels zouden gewijzigd worden opdat ook rechtspersonen zouden kunnen worden ingeschreven op het tableau en alzo de hoedanigheid van advocaat zouden kunnen verwerven, naar analogie met andere landen zoals het Groothertogdom Luxemburg (Liste V en VI van het tableau) of Groot-Brittannië. Discussies zoals in het voormelde vonnis zouden alvast kunnen vermeden worden, maar er is meer.

Dit is ook wat mr. Patrick Henry en mr. Patrick Hofströssler als ministerieel experten, aangesteld door de minister van Justitie Koen Geens, voorstelden in hun Rapport betreffende de toekomst van het advocatenberoep (februari 2018). In hun voorstel nr. 8 bepleiten zij de wettelijke verankering van de mogelijkheid van beroepsuitoefening van advocaten via een vennootschap. Het opzet is drieledig: (1) meer transparantie creëren naar het publiek toe, (2) de wettelijke verankering van het aansprakelijkheidsrisico via de rechtspersoon alleen regelen en (3) de disciplinaire verantwoordelijkheid van de rechtspersoon organiseren.

Vele mogelijkheden vereisen doordachte aanpak

De evolutie naar het opnemen van advocatenvennootschappen op het Tableau lijkt een logische en noodzakelijke evolutie, die breed wordt gedragen. Het lijkt dan ook slechts een kwestie van tijd alvorens deze voornemens ook juridische werkelijkheid zullen worden. Afwijzende houdingen worden niet of amper aangetroffen in de rechtsleer.

Alvorens overhaast te werk te gaan lijkt het wel aangewezen dat een exhaustief overzicht zou worden gemaakt van alle directe en indirecte gevolgen die een dergelijke evolutie met zich zouden meebrengen waarna zal moeten worden afgetoetst hoe deze praktische gevolgen hiervan het beste worden aangepakt. Een pragmatische ingesteldheid bij deze beoordeling mag zeker niet ontbreken.

Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Meer weten over het inschrijven van advocatenvennootschappen op het Tableau?

Het volledige artikel van Bernard Dubois, advocaat bij LMBD, verscheen in het zesde nummer (2019) van het tijdschrift Today’s Lawyer. Klik hier voor meer informatie en abonnementsvoorwaarden.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.