Expertise

CBN adviseert over schuldvergelijking binnen het principe van de niet-compensatie

Geschreven door BIBF

In haar recent advies 2018/20 over het boekhoudkundig niet-compensatiebeginsel, keert de Commissie voor Boekhoudkundige Normen opnieuw terug naar de basis. Na haar eerder advies 2018/18 omtrent going-concern (zie vorig artikel in Pacioli nr. 477), brengt de Commissie met het principe van de niet-compensatie opnieuw een basisbeginsel van het dubbel boekhouden onder de aandacht. In het bijzonder geeft ze aan dat het concept van de wettelijke schuldvergelijking uit het Belgisch burgerlijk recht niet mag verward worden met het boekhoudkundig concept van compensatie.

Concrete vraag

De Commissie ontving de vraag of een onderneming haar wederzijdse vorderingen en schulden met eenzelfde partij in haar boekhouding en jaarrekening mag compenseren ten belope van het kleinste van de betrokken bedragen. Iets concreter: veronderstel dat een onderneming naar Belgisch recht einde boekjaar een onmiddellijk opeisbare vordering van 200 bezit op een klant. Bovendien is die klant tevens leverancier, waaraan de onderneming gelijktijdig 50 schuldig is, dewelke eveneens onmiddellijk opeisbaar zijn. De vraag is dan of die
schuld (van 50) en die vordering (van 200) gecompenseerd mogen worden in haar boekhouding en in haar jaarrekening door een vordering van (resterend) 150 uit te drukken? In de vraagstelling aan de Commissie wordt ook verwezen naar het bestaan van de wettelijke schuldvergelijking in het Belgisch burgerlijk recht.

Wettelijke schuldvergelijking

Wanneer twee personen elkaars schuldenaar zijn, dan vindt tussen hen schuldvergelijking plaats. De twee schulden vernietigen elkaar op het ogenblik dat zij tegelijk bestaan, ten belope van hun wederkerig bedrag, waardoor de twee schulden tenietgaan. Schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats uit kracht van de wet, zelfs buiten weten van de schuldenaars. Er zijn wel een aantal voorwaarden waaraan moet voldaan worden. Schuldvergelijking heeft alleen plaats tussen twee schulden die beiden tot voorwerp hebben een geldsom of een zekere hoeveelheid vervangbare zaken van dezelfde soort en die beiden vaststaande en opeisbaar zijn.

In de praktijk betekent dit dat openstaande facturen die een onderneming nog aan een leverancier moet betalen als gevolg van schuldvergelijking, kunnen worden voldaan door compensatie. Dan “betaalt” de onderneming de leverancier (die tegelijk ook klant is) eigenlijk met de vordering die de onderneming nog op de leverancier heeft. Wie de laagste vordering heeft, betaalt dan enkel nog het surplus aan de andere. Hierdoor wordt het mogelijk financieel verlies van een vordering beperkt tot het restbedrag. In de praktijk is dit een handige manier om wanneer de klant (die ook leverancier is) zijn factuur niet betaalt, toch betaling te laten gebeuren.

Schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, moeten hier vooraf geen afspraken over worden gemaakt. Evenmin moeten er formaliteiten vervuld worden of moeten verwijzingen opgenomen worden naar bepaalde wetsartikels. De tegenpartij hoeft zelfs niet op de hoogte gebracht te worden, al is het in de praktijk gangbaar om melding te maken dat de factuur niet of slechts gedeeltelijk wordt betaald en de schuld gecompenseerd wordt met bedragen die de klant nog verschuldigd is.

Bemerk dat de wettelijke schuldvergelijking niet van openbare orde is. Hierdoor kunnen de wederzijdse schuldeisers en schuldenaars op rechtsgeldige wijze afspreken hun wederzijdse schulden en vorderingen niet te compenseren onder de vorm van schuldvergelijking, zelfs wanneer aan de voorwaarden voor wettelijke schuldvergelijking is voldaan. Bij een dergelijke overeenkomst blijven zowel de vordering als de schuld afzonderlijk bestaan. Partijen kunnen ook contractueel overeenkomen hun wederzijdse vorderingen en schulden net wel te compenseren, zelfs als zij niet voldoen aan de voorwaarden voor wettelijke schuldvergelijking.

Algemeen boekhoudprincipe van niet-compensatie

[…]

Geïnteresseerd in het vervolg van deze bijdrage?

Dit artikel van Prof. dr. Stijn Goeminne is eerder verschenen in het tijdschrift “Pacioli” (nr. 478).

U kan het volledige artikel integraal raadplegen via de website van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF).

 

Prof. dr. Stijn Goeminne, Vakgroep Economie (Universiteit Gent)

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X