De activiteits- en continuïteitsvoorwaarde bij het gunstregime voor familiale vennootschappen cover

24 mrt 2025 | Tax & Private equity

De activiteits- en continuïteitsvoorwaarde bij het gunstregime voor familiale vennootschappen

Door VGD

vlotter kennisbeheer dan met windows Verkenner via Knowlex

Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Aannemingsrecht Overheidsopdtrachten Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
bestuursrecht Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Aankomende events

De Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) voorziet in een fiscaal voordelig gunstregime voor familiale vennootschappen. Hierdoor kunnen de aandelen van de vennootschap aan een verlaagd tarief worden vererfd of geschonken. Recente rechtspraak over het gunstregime voor familiale vennootschappen schept eindelijk duidelijkheid over de activiteitsvoorwaarde en de continuïteitsvoorwaarde. VLABEL werd op twee verschillende punten in het ongelijk gesteld.

Even een recapitulatie omtrent de voorwaarden voor het gunstregime

De participatievoorwaarde

De schenker of de erflater moeten een minimum aantal aandelen (lees: stemrechten) bezitten. Zo moet de schenker of erflater (desgevallend samen met zijn familie) minstens 50 % van de aandelen van de vennootschap in volle eigendom aan te houden. Er is ook aan deze voorwaarde voldaan indien de schenker/erflater en zijn familie minstens 30 % van de aandelen in volle eigendom aanhouden, indien zij samen met één andere aandeelhouder en diens familie minstens 70 % van de aandelen in volle eigendom hebben of indien zij samen met twee andere aandeelhouders en hun familie minstens 90 % van de aandelen in volle eigendom bezitten.

De activiteitsvoorwaarde

De activiteitsvoorwaarde is tweeledig. Enerzijds moet de vennootschap een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep uitoefenen. Anderzijds moet er sprake zijn van een reële economische activiteit. Er is een weerlegbaar vermoeden waarbij de vennootschap wordt geacht geen reële economische activiteit uit te oefenen als uit de jaarrekening (van minstens één van de drie laatste boekjaren voorafgaand aan de schenking of het overlijden) cumulatief blijkt dat:

  1. de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen minder dan 1,50 % van de totale activa uitmaken; en
  2. de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief.

Dit wettelijk vermoeden is echter weerlegbaar. Wanneer beide parameters zijn overschreden kan er alsnog tegenbewijs worden geleverd wanneer de activiteit van de vennootschap duidelijk kan worden aangetoond. Meer zelfs, de aanwezigheid van privaat vastgoed staat de uitoefening van een reële economische activiteit niet in de weg. Dat is het gevolg van het gekende Slagerij-arrest van het hof van beroep te Gent van 1 juni 2021 (en van het Grondwettelijk Hof van 23 maart 2023, Nr. 51/2023). Het bestaan van een reële economische activiteit is bijgevolg het enige relevante criterium bij de beoordeling van het tegenbewijs.

De continuïteitsvoorwaarde

Er zijn ook enkele voorwaarden tot behoud, zo moet er o.a. drie jaar na datum van schenking of overlijden een reële economische activiteit blijven worden uitgeoefend. De aanvankelijke activiteit moet niet behouden blijven, wel wordt vereist dat de activiteit ononderbroken wordt uitgeoefend.

De participatievoorwaarde leidt in de praktijk tot weinig problemen, over de activiteitsvoorwaarde en continuïteitsvoorwaarde is daarentegen reeds heel wat inkt gevloeid.

Anno 2025 is dat niet anders. Dat blijkt uit een tweetal recente arresten waarbij het hof van beroep zich heeft gebogen over de activiteitsvoorwaarde en de aanwezigheid van vastgoed en het Hof van Cassatie over de continuïteitsvoorwaarde en de belastbare grondslag bij een kapitaalvermindering.

De activiteitsvoorwaarde en de aanwezigheid van vastgoed: vooruitstrevend standpunt van het Gentse hof van beroep?

Standpunt VLABEL: privaat vastgoed versus familiaal gunstregime

Het is intussen geen geheim meer dat VLABEL zich (zeer) streng opstelt bij de beoordeling van het tegenbewijs dat de familiale vennootschap een reële economische activiteit voert en de aanwezigheid van (privaat) vastgoed.

In principe moeten alle onroerende goederen die aanwezig zijn in de vennootschap te worden aangewend voor de economische activiteit van de vennootschap en mag dit geen privaat patrimonium betreffen, cf. de omzendbrief 2015/2.

VLABEL liet niet toe om het tegenbewijs te leveren indien het vastgoed werd verhuurd aan derden, dat is wel mogelijk wanneer het gaat over vastgoed dat exclusief binnen de ondernemingsgroep wordt gebruikt door bijvoorbeeld één of meerdere dochtervennootschappen. Volgens VLABEL kan er dus enkel sprake zijn van een kwalificerende activiteit als het totale onroerend vermogen bestaande uit bedrijfspanden wordt verhuurd binnen de ondernemingsgroep.

VLABEL wordt teruggefloten door het hof

In een recent arrest van het hof van beroep te Gent van 19 november 2024 (rolnummer 2023/AR/712) wordt VLABEL evenwel in het ongelijk gesteld. Het Gentse hof van beroep aanvaardt de toepassing van het gunstregime op basis van de verhuur van bedrijfsvastgoed. Opmerkelijk is dat er bedrijfsvastgoed werd verhuurd zowel binnen de ondernemingsgroep als aan derden.

De vennootschap in kwestie was eigenaar van twee onroerende goederen: enerzijds een bedrijfspand dat verhuurd werd binnen de groep, anderzijds een goed dat verhuurd werd aan een derde vennootschap. Deze gebruikte dat goed op haar beurt voor de exploitatie van haar handelsactiviteit.

Het hof van beroep oordeelde dat het verhuren van bedrijfsmatig vastgoed in dit geval wel degelijk een reële economische activiteit betreft. Het hof is bovendien van mening dat het onduidelijk is waarom VLABEL de externe verhuur uitsluit als handelsactiviteit en enkel exclusieve intragroepsverhuur als handelsactiviteit aanvaardt.

Het hof van beroep fluit VLABEL dan ook terug en stelt dat zodra de intragroepsverhuring kwalificeert als economische activiteit het niet relevant is of er nog onroerende goederen buiten de groep worden verhuurd. VLABEL voegde onterecht een voorwaarde toe aan de decreettekst.

VLABEL heeft intussen berust in het arrest.

Enige voorzichtigheid en nuancering blijft niettemin aangewezen. Voormelde zaak had betrekking op bedrijfsmatig vastgoed, en niet op privématig gebruik, zodanig dat het belang ervan ook niet mag worden overschat.

De continuïteitsvoorwaarde en de belastbare grondslag: Cassatie biedt zekerheid

De continuïteitsvoorwaarde in detail

Na de schenking of vererving van aandelen van een familiale vennootschap, moet er gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van schenking of overlijden aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Zo mag er binnen deze gestelde termijn van drie jaar geen kapitaalvermindering gebeuren bij een nv. Bij een bv mag het eigen vermogen niet dalen tot onder het bedrag van de verrichte inbrengen. Dat wil zeggen dat er dus geen uitkeringen of terugbetalingen (onder de vorm van een kapitaalvermindering bij een nv) mogen gebeuren binnen die termijn onder de voornoemde grenzen.

Onduidelijkheid over belastbare grondslag

Als deze continuïteitsvoorwaarde wordt geschonden, leidt dit niet tot het volledige verval van het gunstregime, maar is er aanvullende schenk- of erfbelasting verschuldigd. De omzendbrief 2015/2 van VLABEL stelt immers dat in dit geval op het bedrag van het kapitaal of het eigen vermogen dat wordt uitgekeerd of terugbetaald, het normale tarief inzake schenk- of erfbelasting van toepassing zal zijn. Hierover bestaat er eensgezindheid, maar over de berekeningswijze van de proportionele naheffing en de interpretatie van de decreettekst bestond er al jaren discussie.

Er kan worden gesteld dat er twee visies van interpretatie heersten:

  • Enerzijds is er de visie waarbij de aanvullende heffing is verschuldigd op het nominaal bedrag van de kapitaalvermindering (nv) /uitkering (bv).
  • Anderzijds is er de visie dat de aanvullende heffing is verschuldigd op de waarde van de schenking voor het procentuele aandeel van de uitkering of terugbetaling tegenover het totale kapitaal.

Deze twee visies kunnen tot grote verschillen leiden voor de belastingplichtige

Het verschil in aanvullende belasting tussen beide visies kan hoog oplopen. Een cijfervoorbeeld (bij een schenking) ter verduidelijking hiervan:

  • Een moeder schenkt in 2021 aandelen van een nv ter waarde van 5.000.000 euro aan haar dochter. Het kapitaal van de nv bedraagt 2.000.000 euro.
  • In 2023, (en dus binnen de drie jaar na de schenking), wordt er beslist tot een kapitaalvermindering van 1.000.000 euro.
  • De aanvullende schenkbelasting die ingevolge de schending van het verbod op kapitaalvermindering is verschuldigd, kan op de voormelde twee manieren worden berekend:
  • Berekeningswijze 1 = 30.000 euro schenkbelasting. Hier wordt er 3% schenkbelasting berekend op het bedrag van de kapitaalvermindering (zijnde 1.000.000 euro x 3% schenkbelasting).
  • Berekeningswijze 2 = 75.000 euro schenkbelasting. Hier wordt er 3 % schenkbelasting berekend op de waarde van de schenking, in verhouding met het percentage waarmee het kapitaal is gedaald (= 5.000.000 euro x 50% (=1.000.000 euro kapitaalvermindering/2.000.000 euro totaal kapitaal) x 3 % schenkbelasting)

VLABEL hanteerde in de praktijk doorgaans de tweede wijze van interpretatie, daar waar de belastingplichtigen overwegend de eerste berekeningsmethode toepasten en zich niet konden vinden in de visie van VLABEL.

Onduidelijkheid bij rechtbank van eerste aanleg

Een aantal belastingplichtigen maakten hun dossier aanhangig bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent in de hoop dat de rechtbank soelaas kon bieden. Uit de vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent kon evenwel geen eenduidig standpunt over deze problematiek worden afgeleid, wel integendeel. De Gentse rechtbank heeft in twee verschillende uitspraken, nochtans kort op elkaar volgend (6 januari 2022 vs. 18 januari 2022), verschillende standpunten ingenomen.

De rechtszekerheid voor de Vlaamse belastingplichtigen was aldus ver zoek, waarna er hoger beroep werd ingesteld door een aantal belastingplichtigen.

Bracht hof van beroep duidelijkheid?

Het hof van beroep te Gent bood wel een eenduidig standpunt over voormelde problematiek en bevestigde in acht verschillende arresten de visie van de belastingplichtigen (i.e. berekeningswijze 1).

VLABEL kon zich daarmee niet verzoenen en tekende in één (piloot)dossier cassatieberoep aan. In een recent arrest van 13 december 2024 (rolnummer C.23.0443.N) heeft het Hof van Cassatie dan ook uitsluitsel gegeven over voormelde problematiek: de aanvullende belasting moet worden berekend op basis van het nominaal bedrag van de uitkering of terugbetaling (i.e. berekeningswijze 1).

Het Hof stelt dat het uitkeringsverbod werd ingevoerd om oneigenlijk gebruik van het fiscaal gunstregime, waarbij het kapitaal van een familiale vennootschap belastingvrij wordt overgedragen om kort nadien uit te keren, tegen te gaan. Door het bedrag van de kapitaalvermindering te onderwerpen aan schenk- dan wel erfbelasting, wordt de ratio van de regelgeving geëerbiedigd en wordt er belast alsof de kapitaalvermindering had plaatsgevonden voorafgaandelijk aan de overdracht van de aandelen.

Een belasting op de volledige schenking is volgens het Hof een te strenge interpretatie en niet in overeenstemming met de omzendbrief 2015/2.

Het Hof van Cassatie sluit zich hierdoor aan bij de eerdere arresten van het hof van beroep van Gent en het standpunt van de belastingplichtigen.

Conclusie: eindelijk meer duidelijkheid over activiteits- en continuïteitsvoorwaarde

De voormelde recente arresten brengen (eindelijk) meer duidelijkheid over de activiteits- en continuïteitsvoorwaarde, twee cruciale voorwaarden voor de toepassing van het gunstregime voor familiale vennootschappen.

Deze arresten bieden houvast voor de belastingplichtigen en zorgen voor meer rechtszekerheid, al blijft waakzaamheid geboden bij de concrete toepassing van de regels.

De aanwezigheid van privévastgoed blijft een doorn in het oog voor VLABEL , voor de ‘hybride’ familiale vennootschappen, met name de actieve vennootschappen waarin ook niet-bedrijfsmatig actief aanwezig is, worden wellicht woelige tijden verwacht.

Het blijft nog koffiedik kijken wat de toekomst zal brengen. Waakzaamheid is (en blijft …) geboden.

Tess SpeltensVGD

vlotter kennisbeheer dan met windows Verkenner via Knowlex

Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Aannemingsrecht Overheidsopdtrachten Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
bestuursrecht Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.