Er zijn de laatste tijd zeer veel rulings ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst over het gebruik van een ‘inbreng-schenking’ (de zogenaamde ‘bierroute’). Deze techniek is een vorm van onrechtstreekse schenking waarbij de schenker vermogen inbrengt in een vennootschap (vaak een maatschap) ten voordele van de begiftigde, die nieuwe aandelen krijgt of wiens bestaande aandelen meer waard worden.
De eerste voorafgaande beslissing die zich over deze inbreng-schenking uitspreekt dateert al van april 2022.[1] De echtgenoten beogen in die voorafgaande beslissing de aandelen van hun vennootschap in te brengen in een maatschap waarvoor in ruil 200 deelbewijzen van de maatschap worden uitgegeven. De aandelen worden niet integraal aan de ouders-inbrengers uitgegeven, maar worden verdeeld tussen de ouders en de kinderen. De echtgenoten-ouders ontvangen hierbij 4 delen soort A (elk 2 delen) in volle eigendom. De overige 196 delen soort B komen toe in volle eigendom aan de vier kinderen (elk 49 delen).
Het is daarnaast ook mogelijk dat een inbreng gebeurt zonder uitgifte van nieuwe deelbewijzen (zie bv. voorafgaande beslissing nr. 24100[2]). Dit heeft tot gevolg dat de reeds bestaande deelbewijzen, die reeds in handen zijn van de beoogde begiftigde, onrechtstreeks meer waarde krijgen.
Geen erfbelasting
De techniek werd door VLABEL in specifieke dossiers reeds meermaals ‘fiscaal goedgekeurd’ (meer bepaald werden deze gekwalificeerd als ‘vrij van erfbelasting’), met uitzondering van de situatie waarbij de schenker overlijdt tijdens de risicoperiode.[3]
De toetsing van de techniek gebeurt aan de diverse (fictie-)bepalingen, al dan niet in combinatie met de algemene antimisbruikbepaling:
- Er is geen toepassing van artikel 2.7.1.0.1 en 2.7.1.0.2 VCF, vermits de schenking tot stand komt tijdens het leven van de schenker en voltrokken is door de aanvaarding ervan door de begiftigde en er geen sprake is van een verkrijging uit de nalatenschap van de schenker.
- Er is geen toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF omdat de schenking definitief, onherroepelijk en onmiddellijk (onrechtstreeks) gebeurt aan de kinderen. Het is inmiddels wel bekend dat VLABEL – via de omweg van de algemene antimisbruikbepaling – nu reeds enkele jaren oordeelt dat dergelijke schenkingen alsnog onder de toepassing van de fictiebepaling kunnen vallen wanneer de schenker zich in omvangrijke mate controle en beschikking over de maatschap (en derhalve ook over de geschonken goederen) heeft voorbehouden.
- Er is geen toepassing van artikel 2.7.1.0.6 VCF omdat de maatschap – bij gebrek aan rechtspersoonlijkheid – geen contract kan sluiten met de aanvrager en er aldus geen sprake is van een derdenbeding (i.e. een beding in een contract waarbij een van de contractanten van de medecontractant bedingt dat deze laatste iets zal geven of iets zal doen in het voordeel van een derde, die vreemd is aan het contract en er niet in vertegenwoordigd is).
- Er is geen toepassing van artikel 2.7.1.0.7 VCF omdat er geen gesplitste inschrijving is van deelbewijzen van de maatschap, zelfs indien de maatschap een effectenportefeuille of geldbeleggingen aanhoudt.
- Er is geen toepassing van artikel 2.7.1.0.9 VCF omdat de onrechtstreekse schenking door de inbreng ten behoeve van een derde niet kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst ten bezwarende titel bij gebrek aan (gelijkwaardige) tegenprestatie van de begiftigde aan de schenker-ouder. (Om deze reden wordt er gewerkt met een geplafonneerde last.)
Maar wel fiscaal misbruik en dus toch erfbelasting?
In voormelde pioniers beslissing nr. 22009 was VLABEL van oordeel dat de mate van controlevoorbehoud door de schenkers van die aard is, dat toepassing wordt gemaakt van artikel 3.17.0.0.2 VCF wegens ontwijking van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Bijgevolg wordt de verrichting gelijkgesteld met de verrichting beoogd in artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF, waardoor deze als legaat wordt beschouwd en zal worden onderworpen aan erfbelasting bij overlijden van de ouders.
Welke kenmerken kende deze aanvraag?
- De delen soort A geven recht op 500 stemmen per deel en de delen soort B geven recht op 1 stem per deel, waardoor de ouders elk over 1.000 stemmen beschikken en de kinderen elk 49 stemmen hebben.
- De ouders worden aangesteld als statutaire zaakvoerders voor de duur van hun leven.
- De maatschap zal van rechtswege eindigen indien beide ouders zijn overleden en één van de kinderen 30 jaar wordt.
- De zaakvoerder is exclusief bevoegd om alle daden van beheer en daden van beschikking te stellen met betrekking tot het vermogen van de maatschap. De zaakvoerder is exclusief bevoegd voor het uitoefenen van het stemrecht verbonden aan alle aandelen die werden ingebracht in de maatschap.
- De beslissingen op de algemene vergadering worden met 60%-meerderheid genomen, doch de ouders beschikken samen over 2.000 van de 2.196 stemmen (i.e. 91%).
- Tenslotte zullen de vennoten een statutenwijziging doorvoeren, waarbij 75% van de winsten van het boekjaar van de maatschap exclusief worden toegekend aan de delen aangehouden door de ouders-schenkers (delen soort A). De zaakvoerders beslissen over de reservering of uitkering van de globale nettowinst. Daarnaast wordt voorzien dat, voor zover er geen voldoende uitkeerbare winsten van een betrokken boekjaar zijn, de ouders een jaarlijkse onderhoudsuitkering ontvangen. De zaakvoerders keren deze jaarlijkse onderhoudsuitkering uit. De statutenwijziging kan slechts plaatsvinden op een buitengewone algemene vergadering met unanimiteit van stemmen. De kinderen zullen – gelet op hun minderjarigheid – hierbij worden vertegenwoordigd door hun ouders ingevolge een machtiging van de vrederechter.
Nadien werden er zeer veel voorafgaande beslissingen aangevraagd en gepubliceerd, waarin de beheers- en beschikkingsbevoegdheid van de ouders-inbrengers-schenkers wordt gemilderd (in vergelijking met voorafgaande beslissing nr. 22009), waardoor VLABEL zeer veel positieve beslissingen afleverde.
Wat beweegt er rond de bierroute in 2025?
De zondvloed aan voorafgaande beslissingen over de inbreng-schenking (bierroute) hebben eind 2024 (gepubliceerd in januari 2025) geleid tot enkele negatieve rulings (nrs. 24058, 24070 en 24072[4]), waarbij VLABEL telkens oordeelde dat er geen onmiddellijke en definitieve eigendomsoverdracht gebeurt naar de kinderen omdat de schenkers de beslissingsmacht in handen houden (de kinderen kunnen niet zelf beslissen om vermogen te activeren of in het economisch circuit te investeren), zodanig dat VLABEL – in het geheel van de omstandigheden in voormelde drie dossiers – van oordeel is dat er fiscaal misbruik is wegens miskenning van de doelstelling van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF. Dit heeft tot gevolg dat er alsnog erfbelasting verschuldigd zal zijn, alsof er geen inbreng-schenking heeft plaatsgevonden.
Welke lijn/parallellen kunnen we trekken uit voormelde drie negatieve rulings?
- Er gebeurt een combinatie van rechtstreekse en onrechtstreekse schenkingen aan de kinderen, waarbij voor de rechtstreekse schenking het gunstregime voor familiale vennootschappen (vrijstelling in de schenkbelasting) kan worden toegepast.
- Er werd een last tot inbreng in de maatschap gekoppeld aan de notariële schenking van de aandelen.
- De duur van de maatschap werd gekoppeld aan het leven van de schenkers (met name twee jaar na het overlijden van de langstlevende ouder, doch niet voor 31 december 2039).
- Er werd unanimiteit vereist op de algemene vergadering en ouders behouden elk één stem.
Eind januari 2025 werd er bijkomend nog een negatieve beslissing afgeleverd (nr. 24082[5]). Hierin was VLABEL tevens van oordeel dat er te veel controle werd voorbehouden door de schenkers-ouders.
- Dit blijkt uit de preambule van de maatschap die stelt dat deze zou worden opgericht ter controle.
- Er vond voorafgaandelijk een onrechtstreekse schenking tussen echtgenoten plaats die de planning herroepbaar maakt (idem zoals voorafgaande beslissing nr. 24070).
- De kinderen worden betrokken in het zaakvoerderschap (één ouder en één kind), maar bij patstellingen heeft de ouder een doorslaggevende stem voor gewone beslissingen en een vetorecht voor wezenlijke beslissingen (het kind heeft evenzeer een vetorecht voor wezenlijke beslissingen).
- De beslissingen op niveau van de algemene vergadering worden genomen door de vruchtgebruiker (ouder) en goedkeuring van de zaakvoerder creëert daarbij een vetorecht (voor beslissingen die moeten worden genomen met bijzondere meerderheid of unanimiteit).
- Voor de uitvoering van de last tot lijfrente wordt een volmacht gegeven aan de ouders om dit te voldoen via activa vanuit de maatschap.
Negatieve rulings betekenen geen einde van bierroute
Er zijn recent inderdaad enkele negatieve voorafgaande beslissingen van VLABEL geweest inzake de inbreng-schenking. Wat betekent dit nu voor de toekomst van de planningstechniek via de bierroute?
Naast deze negatieve rulings, zijn er ook nog een resem positieve rulings (van voordien, maar ook van dezelfde periode of nadien) voor het gebruik van de inbreng-schenking.
Als we kijken naar de positieve rulings van de laatste maanden (nr. 24049, nr. 24051, nr. 24055, nr. 24071, nr. 24077 en nr. 24100[6]), stellen we vast dat de techniek van de inbreng-schenking wel degelijk nog fiscaal werkt, mits men – om in overeenstemming te zijn met de visie van VLABEL – rekening houdt met het geheel van de omstandigheden die er niet mogen toe leiden dat de ouder(s) te veel controle voorbehouden.
Bij te veel controlevoorbehoud is VLABELvan oordeel dat er sprake is van fiscaal misbruik wegens miskenning van de doelstelling van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF, met alsnog erfbelasting tot gevolg op het ogenblik van overlijden van de schenker. Dit kan in concrete dossiers worden afgecheckt via het indienen van een voorafgaande beslissing.
Wij zijn nog steeds van oordeel dat de techniek van de inbreng-schenking werkt, mits voldoende aandacht wordt besteed aan de redactie van de stukken in het groter geheel van het dossier.
Is de visie van VLABEL correct?
Tot slot geven wij nog mee dat zelfs indien VLABEL van oordeel zou zijn dat er in uw dossier sprake is van fiscaal misbruik (met erfbelasting tot gevolg), dan nog kan de vraag worden gesteld of de visie van VLABEL correct is, en of zij op een correcte wijze toepassing hebben gemaakt van de fiscale antimisbruikbepaling. Op die punten loopt het in de praktijk namelijk wel eens mis.
- Voorafgaande beslissingen kunnen vernietigd worden door onze rechtscolleges (bijvoorbeeld Gent 1 december 2020 houdende de vernietiging van voorafgaande beslissing nr. 160046[7]).
- De systematiek van bewijs en tegenbewijs voor fiscaal misbruik slaat VLABEL vaak over. Conform de wet moet VLABEL eerst aantonen – om fiscaal misbruik te kunnen weerhouden – dat een bepaling werd gefrustreerd en dit in strijd met de doelstellingen ervan. Artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF viseert geen definitieve en onmiddellijke eigendomsoverdrachten, maar wel overdrachten onder opschortende voorwaarde of termijn van vooroverlijden van de schenker. Pas indien VLABEL kan aantonen dat er sprake is van fiscaal misbruik (i.e. een frustratie van de wetsbepaling in strijd met de doelstelling ervan), heeft de belastingplichtige de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren door aan te tonen dat er voldoende niet-fiscale motieven zijn. In de praktijk durft VLABEL deze volgorde al eens omdraaien, door de belastingplichtige te dwingen om pertinente niet-fiscale motieven aan te dragen, zonder dat door VLABEL eerst het bewijs van fiscaal misbruik werd geleverd. VLABEL is om die reden al meermaals teruggefloten door de rechtbanken.
- Er is thans geen rechtspraak die de visie van VLABEL bijtreedt in diens toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF.
Besluitend kan worden gesteld dat de techniek van de inbreng-schenking (en breder: de successieplanning met maatschappen) in deze tijden nog steeds adviseerbaar is, maar aandacht en expertise is noodzakelijk bij de redactie van de verschillende documenten.
0 reacties