Nieuws Rechtuit

Een advocaat zal dus nog altijd een beetje rechter kunnen blijven

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Niemand betwist dat een advocaat geen rechter is, en omgekeerd. Een rechter moet onpartijdig zijn. Een advocaat is dan weer deontologisch verplicht om zich partijdig op te stellen en op te komen voor de rechtmatige belangen van zijn cliënt. Beide functies zijn dus principieel onverzoenbaar, maar toch kennen we in ons land de “plaatsvervangende rechters”. Dat zijn veelal advocaten die, in de meeste gevallen gratis, nu en dan bijspringen. Over de omvang van die “nu en dan” is al jarenlang discussie. Wie enigszins vertrouwd is met de juridische wereld, kent wel voorbeelden van advocaten die opvallend lang en veelvuldig inspringen. Daar is al lang kritiek op. Het zorgt immers voor een groezelige vermenging van functies. Een advocaat die nu eens als plaatsvervangend rechter zetelt, dan weer als gerechtelijk mandataris (bijvoorbeeld bewindvoerder) en tussendoor ook nog in dezelfde materies zaken voor diezelfde rechtbank pleit: het valt aan de buitenwereld niet uit te leggen.

Het mag dan ook niet verwonderen dat dit aanleiding geeft tot principiële debatten. Binnen de advocatuur wordt voorgehouden dat plaatsvervangers slechts in zeer punctuele omstandigheden mogen worden ingezet, bijvoorbeeld om een plots zieke rechter te vervangen. Bij langdurige ziektes of bij voorzienbaar uitvallen (bijvoorbeeld wegens pensionering) moeten er andere oplossingen worden bedacht. Dat is zeker zo wanneer het om structurele problemen gaat. De rechterlijke macht zou zelf die problemen moeten oplossen.

Maar tussen droom en daad staan vaak praktische bezwaren in de weg, zeker wanneer sinds de “structurele besparingen” bij justitie 90 % van het kader geldt als een volledige bezetting. Bovendien doen vele plaatsvervangende rechters het graag en dit om tal van redenen: maatschappelijk engagement (de advocatuur laat een rechtbank in nood niet in de steek), ijdelheid en wat trots (het geeft wat maatschappelijk aanzien) en voor sommigen ongetwijfeld ook wat berekend opportunisme (een advocaat die aan de overkant zit leert wat bij en kan ook zijn netwerk wat verder uitbouwen). En in vele rechtbanken wordt er trouwens maar zelden een beroep gedaan op plaatsvervangers. Dat belet niet dat op andere plaatsen plaatsvervangers op structurele wijze (soms wekelijks) worden ingeschakeld.

Enkele dagen geleden hebben parlementsleden van de vroegere meerderheid een wetsvoorstel neergelegd “tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een betere werking van de rechterlijke orde en van de Hoge Raad voor de Justitie”, waarvan het blijkbaar de bedoeling is dit nog voor de verkiezingen door het parlement te laten goedkeuren. Het voorstel wil sleutelen aan het statuut van de plaatsvervangende rechters. Wie gehoopt had op een afschaffing van dit wat dubbelzinnig statuut, zal toch moeten lezen dat de memorie van toelichting ootmoedig vaststelt “dat de plaatsvervangende rechters en raadsheren onontbeerlijk zijn voor de goede werking van justitie”. De indieners van het voorstel gaan nog een stap verder en stellen onomwonden dat dit voor de vervanging van vrederechters “zelfs gedurende soms zeer lange periodes” noodzakelijk blijft.

Het voorstel beperkt zich tot enkele punctuele (en volgens sommigen relatief marginale) aanpassingen. Een plaatsvervanger zal niet langer een lid van het Openbaar Ministerie mogen vervangen en in de toekomst zal een kandidaat eerst moeten slagen in een toelatingsproef die de Hoge Raad zal organiseren. De huidige regeling dat een plaatsvervangende rechter slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden een beperkte vergoeding ontvangt, blijft echter ongemoeid.

Bij de vredegerechten mag de plaatsvervanger ook gerechtelijke mandaten (waarbij hij door de vrederechter wordt aangesteld) blijven cumuleren: “Rekening houdend met de strenge kritiek vanuit de gerechtelijke wereld, met de noden van de rechterlijke orde voor de goede werking van de hoven en rechtbanken, en met de vrees die leeft bij tal van plaatsvervangende rechters, is het verbod op het cumuleren van de functie van plaatsvervangend rechter in een vredegerecht met een functie van gerechtsmandataris uit het voorontwerp van wet uiteindelijk niet behouden”. Vrij vertaald: justitie heeft die gratis hulp nodig om te kunnen werken en er wordt tegemoetgekomen aan de “vrees” van sommige plaatsvervangende rechters dat ze hun (betaalde) mandaten zouden verliezen.

De hervorming zal dus een muisje baren. Tot tevredenheid van rechters en vele plaatsvervangers. Maar was het niet de bedoeling om het onafhankelijk imago van de rechtbanken te versterken en de burgers daardoor meer vertrouwen te laten hebben in justitie? Zelfs de indieners van het voorstel (en de minister van justitie) lijken dat zelf niet te geloven.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

In de onderstaande videoboodschap van mr. Lamon kadert hij de column van deze week, en nodigt daarbij alle belangstellenden uit tot verdere reflectie en maatschappelijk debat.

Opmerking plaatsen

X