Advocaten Algemeen Fiscalisten Nieuws Notarissen

Elke maand geven 870 Belgen een zorgvolmacht

Elke maand geven 870 Belgen een zorgvolmacht
Geschreven door Johan Verstraete

Krijtlijnen voor de (voor-)zorgvolmacht [1]

Inleiding

De Wet van 17 maart 2013 ‘tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid’, in voege getreden op 1 september 2014, hertekent het beschermingsstatuut van meerderjarige personen ‘die wegens hun gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat zijn hun belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen’ (Art. 488/1 B.W.) evenals voor ‘meerderjarige personen die zich in staat van verkwisting bevinden’ (Art. 488/2 B.W.). Na een overgangsperiode wordt definitief een einde gesteld aan de veelheid van statuten voor personen met een verstandelijke beperking: geen voorlopig bewind meer, geen verlengd minderjarigen, onbekwaamverklaarden, of personen onder gerechtelijk raadsman. Voor al deze personen treedt vanaf hun meerderjarigheid de nieuwe wet in werking.

Deze nieuwe regeling voorziet enerzijds in een rechterlijke beschermingsstatuut. In dit geval stelt de vrederechter een bewindvoerder aan die handelingen kan stellen over de persoon en de goederen van de beschermde persoon binnen de grenzen van het mandaat dat de vrederechter op maat van de beschermde persoon heeft georganiseerd.

Anderzijds laat de wet ook de mogelijkheid open voor een buitengerechtelijke bescherming maar dan wel beperkt tot het beheer over de goederen. Hier werkt een persoon zelf een regeling uit voor het beheer van zijn vermogen op een ogenblik dat hij nog wilsbekwaam is voor het geval hij later wilsonbekwaam zou worden. In de filosofie van de Wetgever verdient de zelf geregelde bescherming de voorkeur. Diverse regelingen zijn denkbaar.[2] Wij bespreken hierna de meest gebruikelijke en expliciet door de wet voorziene buitengerechtelijke bescherming: de zogenaamde (voor-)zorgvolmacht. In een eerste rubriek geven wij een samenvatting van dit zelf georganiseerd beschermingsstatuut. In later volgende rubrieken gaan wij dieper in op een aantal aandachtspunten.

  1. De voorzorgsvolmacht – Algemeen

Sinds de Wet van 17 maart 2013 kan je de aanstelling van een bewindvoerder voor het beheer over je vermogen vermijden door zelf een volmacht te geven aan een persoon die je verkiest en die dit ook wil aannemen. Je geeft die volmacht met het doel om een buitengerechtelijke bescherming te organiseren voor het geval je zelf wilsonbekwaam zou worden. Dit wordt de voorzorgsvolmacht of zorgvolmacht genoemd. Hierdoor kan de lasthebber je vertegenwoordigen bij het beheer van je vermogen voor het geval je daartoe zelf niet meer in staat bent omwille van mentale of fysieke beperkingen. Binnen de perken van het gegeven mandaat kan hij niet enkel je vermogen louter beheren maar er ook over beschikken: verkopen, herbeleggen, onder bepaalde voorwaarden zelfs schenken en zelf initiatieven nemen. Dergelijke lastgevingovereenkomst kan bij onderhandse of bij notariële akte (een notariële akte is noodzakelijk onder meer indien je onroerend goed transacties wil kunnen realiseren, schenkingsakten of vennootschapsakten wil laten verlijden enz.). Deze lastgevingsovereenkomst moet geregistreerd zijn in het Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten (CRL) dat de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (KFBN) bijhoudt. Is deze registratie nog niet gebeurd op het ogenblik dat je wilsonbekwaam bent geworden dan kan deze lastgeving niet meer aangewend worden!

Is de lastgeving tijdig geregistreerd dan kan de lasthebber je vermogen beheren op een informele manier, dit wil zeggen dat de vrederechter hier in beginsel niet tussenkomt. Je lasthebber kan je goederen ook voor langere periodes verhuren, verkopen enz. zonder dat de Vrederechter hiervoor nog machtiging moet verlenen en zonder dat hij de pleegvormen die gelden voor een rechterlijke bescherming moet in acht nemen. Zo kan hij bijvoorbeeld onroerende goederen verkopen zonder dat dit moet gebeuren onder de vorm van een openbare verkoop met machtiging en onder toezicht van de vrederechter.

Je kan als lastgever de principes weergeven waaraan je volmachtdrager zich zal moeten houden. Zo kan je bijvoorbeeld bepalen dat, bij verkoop van de gezinswoning, de oudste dochter over een voorkeurrecht tot overname zal beschikken, en dat – wanneer schenkingen zouden gedaan worden – er steeds een voorbehoud van vruchtgebruik in je voordeel zal moeten bedongen worden en dat de gelijkheid onder de kinderen moet behouden blijven.

Je kan daarbij ook een vertrouwenspersoon aanduiden die een zekere controle zal voeren op het beheer van de lasthebber, als tussenpersoon zal optreden tussen u, je volmachtdrager, de vrederechter en de naaste familie en je wensen en verzuchtingen zal te kennen geven aan de volmachtdrager.

Uiteraard wordt de vrederechter niet helemaal buiten spel gezet. De controle en tussenkomst van de Vrederechter blijft – op verzoek of ambtshalve – mogelijk. De vrederechter kan de zelfgeorganiseerde bescherming aanvullen in het belang van de beschermde persoon, of – als de belangen van de lastgever door de uitvoering van de volmacht in gevaar zouden komen, de lastgeving geheel of gedeeltelijke beëindigen of vorm- of machtigingsvereisten opleggen zoals die gelden bij een rechterlijke beschermingsmaatregel. Zo kan hij bijvoorbeeld tussenkomen om de verkoop van een onroerend goed afhankelijk te stellen van een voorafgaande machtiging of de lasthebber verplichten het goed openbaar te verkopen. De vrederechter zal dit enkel doen indien de belangen van de beschermde persoon dit vereisen.

In sommige gevallen zal de vrederechter wel moeten tussenkomen, bijvoorbeeld indien de aangeduide volmachtdrager zijn opdracht niet of niet langer kan uitvoeren en je zelf geen vervanger hebt aangewezen of indien er een tegenstrijdigheid van belangen optreedt tussen jezelf en je lasthebber (bv. bij een schenking aan je lasthebber of een verdeling waarbij zowel jij als je lasthebber betrokken zijn) en je zelf geen lasthebber ad hoc hebt aangeduid.

Wat met de volmachten van vóór 1 september 2014? Stel, je hebt een volmacht gegeven toen je nog bekwaam was maar nu ben je volledig dement. Mag je volmachtdrager zich nog beroepen op je volmacht en dus nog optreden op grond van deze volmacht? Dit is een betwiste materie maar de grote meerderheid van de rechtsleer en de rechtspraak is van oordeel dat de later ingetreden wilsonbekwaamheid geen einde stelt aan het mandaat zodat de lasthebber mag blijven optreden. Volmachten echter die verleend zijn na 1 september 2014 vervallen op het ogenblik dat je wilsonbekwaam bent geworden, indien zij niet werden geregistreerd in het Centraal Register der Lastgevingen (CRL) of indien de doelstelling van buitengerechtelijke bescherming niet werd vermeld. Heeft de wederpartij geen weet van de intussen ingetreden wilsonbekwaamheid dan kan de nietigheid van de rechtshandeling niet tegen hem worden ingeroepen. De wederpartij heeft hier geen onderzoeks- of controleplicht.[3]

 

[1] Beide termen (‘voorzorgvolmacht’ en ‘zorgvolmacht’) worden door elkaar gebruikt. Over dit onderwerp zijn intussen reeds heel wat boeiende studies verschenen. Ik vermeld er enkele: F. SWENNEN, ‘De meerderjarige beschermde personen’, Deel I, R.W. 2013-14, p. 563-576; – Deel II, R.W. 2013-14, p. 602-623; – K. ROTTHIER, ‘De nieuwe wet tot hervorming van het statuut van onbekwamen: Een overzicht vanuit vogelperspectief’, Not. Fisc. M. 2013, 182-203 en Not. Fisc. M. 2013, p. 256; – C. DE WULF, ‘De nieuwe wettelijke regeling inzake beschermde personen. De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus, T. Not. 2013, p. 255-326; – C. CASTELEIN en J. DIERYNCK, Vermogensplanning voor en door beschermde personen. De nieuwe regeling na de wet van 17 maart 2013, Intersentia, Antwerpen (2014); – J. BAEL, ‘De schenking onder de nieuwe wetgeving inzake bewind’, Vlanot, Vormingsnamiddag ‘Schenkingen’, Brussel 29 november 2016; – A. WYLLEMAN, ‘Het bewind: enig nieuw beschermingsstatuut voor meerderjarige personen’ in A. WYLLEMAN (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat, Deel 23, die Keure (2013), 105-142; – S. MOSSELMANS en A. VAN THIENEN, Actualia familierecht 2014-2015, Die Keure, 83-150; – T. WUYTS, ‘Onbekwamen in het vermogensrecht’, in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.) Tendensen vermogensrecht 2014, Intersentia, Antwerpen (2014), p. 87-199; – R. BARBAIX, ‘Actuele ontwikkelingen familiaal vermogensrecht 2013’, in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.) Tendensen vermogensrecht 2014, Intersentia, Antwerpen (2014), p. 3-83, inz. p. 35-47; – zie ook I. STEVENS (ed.), Financiële zorgvragen – In goede en kwade dagen, KnopsPublishing (2016), 305 blz., inz. p. 207-223.

[2] Denken wij bijvoorbeeld aan de bewindsclausule, de private stichting en de stichting van openbaar nut (zie. T. WUYTS, ‘Onbekwamen in het vermogensrecht’, in R. BARBAIX en N. CARETTE (eds.) Tendensen vermogensrecht 2014, Intersentia, Antwerpen (2014), p. 110 nrs. 38-55.

[3] J. BAEL, ‘De schenking onder de nieuwe wetgeving inzake bewind’, VlaNot, Vormingsnamiddag ‘Schenkingen’, Brussel 29 november 2016, p. 13.

Schrijvers: erenotaris Verstraete en de heer Ruts

Meer lezen? Bekijk volgende uitgave: Financiële zorgvragen, in goede en kwade dagen

Opmerking plaatsen

X