Algemeen Balies Nieuws

Geen officiële procedure om te bepalen of minderjarige verdachte tolk nodig heeft

Geschreven door Jubel

Geen officiële procedure om te bepalen of minderjarige verdachte tolk nodig heeft. Politie doet dit « op het gevoel ».

Er bestaat momenteel geen enkele officiële procedure om te bepalen of een gearresteerde jongere al dan niet nood heeft aan een tolk. Bij de politie doet men dit “op het gevoel”. Het recht op een tolk is nochtans erkend in de wet. De Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) laakt dit en wijst er verder op dat ze de overheid al jaren waarschuwt voor het tekort aan beschikbare tolken. Een herwaardering en herfinanciering van de functie van beëdigd tolk blijkt echt wel nodig. Men moet absoluut bijkomende middelen uittrekken.

In de zaak-Mawda werd duidelijk dat de procedure voor de bescherming van de niet-begeleide minderjarigen in het busje niet is gevolgd.  De korpschef van de politiezone Mons-Quévy (Bergen-Quévy) wees op een gebrek aan beschikbare tolken. Om vast te stellen of een persoon wettelijk als een niet-begeleide minderjarige kan worden beschouwd, is het in principe de dienst Voogdij van de FOD Justitie die de minderjarige moet ondervragen (zo nodig met de hulp van een tolk) om zijn of haar situatie te begrijpen, hem of haar te identificeren en eventuele identiteitsbewijzen en/of akten van de burgerlijke stand die hij of zij bij zich heeft, te analyseren.

De Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken is helemaal niet verbaasd door dit voorval. De beroepsorganisatie van beëdigd vertalers en tolken waarschuwt de overheid al jaren voor het tekort aan beschikbare tolken. Een herwaardering en herfinanciering van de functie van beëdigd tolk, gecombineerd met een betere opleiding van tolken (in o.a. jeugdrecht), blijkt echt wel nodig. Het is niet mogelijk om de nodige tolken aan te trekken zonder financiële inspanning.

In 2017 heeft de vereniging ‘Defence for Children Belgium’ het nationaal Belgisch rapport “Procedurele rechten van minderjarige verdachten of beschuldigden in een strafprocedure/rechtsgeding in de Europese Unie (Pro-Jus)” 1) voorgesteld. Dat rapport kwam tot stand in het kader van een Europees project dat de kwetsbaarheid van minderjarige vreemdelingen die in verdenking of beschuldiging zijn gesteld in strafprocedures onderzoekt.

Uit dat rapport blijkt dat hoewel het recht op een tolk in België erkend is in de wet, er tekortkomingen blijven bestaan. Zo bestaat er momenteel geen enkele officiële procedure om te bepalen of een gearresteerde jongere al dan niet nood heeft aan een tolk. Bij de politie doet men dit “op het gevoel”. De BBVT wijst erop dat Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, art. 2, punt 4., stipuleert:  “De lidstaten zorgen ervoor dat er een procedure of mechanisme bestaat om te controleren of de verdachte of beklaagde de taal van de strafprocedure spreekt en verstaat en of hij de bijstand van een tolk nodig heeft.”

De keuze van de tolk hangt af van de lijsten met namen waarover de politie beschikt en van de beschikbaarheid van de tolken op deze lijst. De BBVT wijst erop dat de politiediensten momenteel nog steeds geen toegang hebben tot het nationaal register van beëdigd vertalers en tolken.

Een bijkomend probleem is dat er niet genoeg tolken beschikbaar zijn voor bepaalde talen of bepaalde specifieke dialecten. Bovendien worden tolken niet voldoende betaald door de staat, wat niet motiverend is, waardoor veel tolken zich niet meer willen verplaatsen. Volgens de aanbevelingen van het rapport moet men absoluut middelen voorzien om deze tolken onmiddellijk en redelijk te vergoeden zodat hun beschikbaarheid vergroot.

Specifiek voor niet-begeleide minderjarigen herinneren we er nog aan dat in de Resolutie van het Europees Parlement van 12 september 2013 over de situatie van niet-begeleide minderjarigen in de EU 2012/2263(INI) 2), het Europees Parlement van mening is dat “elke lidstaat afzonderlijk verantwoordelijk is voor de identificatie van niet-begeleide minderjarigen; vraagt de lidstaten hen direct na aankomst door te sturen naar gespecialiseerde diensten, zoals maatschappelijk werkers en onderwijsinstellingen, die enerzijds de individuele situatie en behoeften van elke minderjarige moeten beoordelen en anderzijds de minderjarigen in een voor hen verstaanbare taal en vorm – indien noodzakelijk via tolkenalle benodigde informatie moeten verstrekken over hun rechten, bescherming, juridische mogelijkheden, mogelijkheden om ondersteuning te krijgen, procedures en de implicaties ervan; verzoekt de lidstaten beste praktijken over kindvriendelijke instrumenten uit te wisselen, zodat de kinderen een helder idee van de betreffende procedures en hun rechten krijgen; roept de lidstaten in dit verband op om speciale aandacht te besteden aan en speciale regelingen te treffen voor de identificatie, opvang en bescherming van niet-begeleide minderjarigen die specifieke bescherming nodig hebben, in het bijzonder niet-begeleide minderjarige slachtoffers van mensenhandel uit derde landen, en hun uit hoofde van Richtlijn 2011/36/EU de nodige ondersteuning en bescherming te bieden”.

Relevante links:

1) http://www.dei-belgique.be/IMG/pdf/be-dutch-pro-jus-online.pdf

2) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2013-0387+0+DOC+XML+V0//NL

 

Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) – erkende beroepsorganisatie

[email protected] — www.bbvt.be

Henri Boghe (persverantwoordelijke) — +32 495 666 757

Opmerking plaatsen

X