Algemeen Fiscalisten Notarissen

Hervorming levensverzekering met twee verzekeringnemers

Geschreven door Rik Deblauwe

Toestand voor overlijdens vanaf 01/01/2017

Wat gebeurt er nu precies bij een levensverzekering met twee verzekeringnemers?

Door het decreet van 23 december 2016 werd de regeling grondig aangepast, en de Vlaamse belastingdienst past dan ook zijn standpunt hierover aan.

Veronderstel…

Veronderstel dat twee echtgenoten, A en B, een verzekering afsluiten. Zij zijn beide verzekeringnemer: zij ondertekenen dus beide de polis. Zij zijn ook beide verzekerd hoofd, of correcter: de polis is afgesloten op het hoofd van de langstlevende. De uitkering gebeurt dus pas bij het overlijden van de langstlevende van A en B. De begunstigden zijn hun kinderen: het zijn dus de kinderen die uiteindelijk het kapitaal zullen krijgen.

Die polis kan afgekocht worden gedurende het leven van A of B – dus zolang een van beide in leven is – , maar als er geen afkoop gebeurt, wordt het kapitaal uitgekeerd bij het overlijden van de langstlevende, laten we veronderstellen B.

Hoe gebeurt nu de heffing van de successiebelasting?

Belasting bij de uitkering

Bij het overlijden van A, de eerststervende echtgenoot, is er geen enkele uitkering. In tegenstelling tot het vroegere standpunt van de Vlaamse belastingdienst, is er dan ook geen successiebelasting meer verschuldigd.

Bij het overlijden van B – en in de veronderstelling dat B de begunstiging niet gewijzigd heeft en ook de polis niet heeft afgekocht – krijgen de kinderen het kapitaal.

Als de polis onderschreven werd door beide echtgenoten, elk voor de helft, is de begunstiging afkomstig van beide echtgenoten. Er moeten dus twee aangiften ingediend worden: een ‘nieuwe’ aangifte in de nalatenschap van A, en een gewone in de nalatenschap van B.

De beslissing gaat niet in op de veronderstelling dat er wel een afkoop gebeurt door B na het overlijden van A. Als dat het geval is, zal B op dat ogenblik een aangifte moeten indienen in de nalatenschap van A, en daarin de helft van het kapitaal aangeven. Ingevolge artikel 2.7.1.0.6, § 1, 3e en 4e lid zijnde sommen, renten of waarden die kosteloos aan de langstlevende echtgenoot toekomen ingevolge een levensverzekering die door de langstlevende echtgenoot afgesloten is, immers ook belastbaar, en wel op het tijdstip van de afkoop. Ingevolge artikel 2.7.3.2.8 is de belasting slechts voor de helft verschuldigd.

Aftrek personenbelasting

Op een uitkering van een levensverzekering kan, behalve successiebelasting, ook personenbelasting verschuldigd zijn. Is die personenbelasting dan aftrekbaar voor de heffing van de successiebelasting?

Het antwoord is positief.

In standpunt nummer 16038 beslist de Vlaamse belastingdienst dat het aan te geven bedrag verminderd mag worden met het bedrag van de verschuldigde personenbelasting, als de aangevers aantonen, bijvoorbeeld aan de hand van een fiscale fiche, dat het kapitaal wel degelijk aan de personenbelasting is onderworpen.

Het spreekt vanzelf, aldus het standpunt, dat deze aftrekmogelijkheid niet verenigbaar is met de (latere) aangifte van passief wegens de op het uitgekeerde kapitaal betaalde personenbelasting. Men mag dus niet eerst specifiek de personenbelasting aftrekken die drukt op het uitgekeerde kapitaal van de levensverzekering, en dan nog eens de totale personenbelasting verschuldigd door de overledene. Ook dat is logisch.

De aftrek van de personenbelasting mag ook indien de levensverzekering wordt afgekocht, en als hierover successiebelasting verschuldigd is. Dat kan bijvoorbeeld bij afkoop na het overlijden van de eerststervende (afkoop door B na het overlijden van A, in het voorbeeld hierboven).

Rik Deblauwe

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.lexfin.be (06/06/2017).

Meer lezen van deze auteur?

Opmerking plaatsen

X