Rechtuit

Het recht, de politiek en de rechter

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Soms wordt openlijk de vraag gesteld of recht wel een wetenschap is en niet eerder een kunst, maar het staat wel vast dat academici het recht op wetenschappelijke wijze bestuderen. Ze schrijven in wetenschappelijke tijdschriften en zijn sprekers op studiedagen die aan de rechtspracticus een breder inzicht geven over bepaalde aspecten van het recht. Het is dan ook een goede zaak dat ze ook steeds vaker worden ingeschakeld bij de totstandkoming van nieuwe wetgeving. De wetenschappers kunnen (politieke) ideeën aftoetsen met de wetenschappelijke literatuur, met hogere normen en met wat er in het buitenland bestaat.

Het ontslag van de twee professoren (Joëlle Rozie en Damien Vandermeersch) die door de minister van justitie werden belast met het ontwerpen van een nieuw strafwetboek is ongebruikelijk en de persaandacht mag dan ook niet verbazen. Gek is wel dat het ontslag al van 23 augustus dateert, maar het pas bekend werd toen de ontgoochelde wetenschappers op 10 september een persbericht hebben verspreid. Zoals het wetenschappers betaamt, voorzien van voetnoten, want zelfs daar hoeden ze zich voor losse flodders.

De experten hebben drie jaar aan een tekst gewerkt. Hun werk werd regelmatig met de politieke wereld afgetoetst, ook in het parlement. Maar bij de finale bespreking in de kamercommissie justitie loopt het mis. De commissie van experten begrijpt – en ik citeer – “uiteraard dat het politieke werk het sluiten van compromissen en het doen van toegevingen vereist, maar in haar expertenrol moet de commissie haar verantwoordelijkheid opnemen en mag ze geen wijzigingen aanvaarden die de door haar voorgestelde fundamenten van de hervorming in gevaar brengen en die niet in overeenstemming kunnen worden gebracht met de wetenschappelijke literatuur. De leden van de commissie kunnen niet anders dan vast te stellen dat ze gefaald zijn in hun missie, aangezien ze er niet in geslaagd zijn de Regering te overtuigen van een reeks uitgangspunten geschraagd door de wetenschappelijke literatuur, in het bijzonder wat de plaats van de gevangenisstraf in het strafrechtelijk bestel en de recidive betreft”.  De vraag is natuurlijk of de wetenschappers dan wel de politiek gefaald heeft.

Wanneer aan wetenschappers wordt gevraagd om een nieuw wetboek voor te bereiden, lijkt het nogal voor de hand te liggen dat zij zich daarbij beroepen op de “stand van de wetenschap”. Het is dan ook wat gek om de wetenschappers daarna te verwijten die uitgangspunten te hanteren. De politici die andere standpunten verdedigen (en hier: de mogelijkheid willen geven aan de rechter om korte gevangenisstraffen uit te spreken, die overigens nooit worden uitgevoerd) beroepen zich op de zogenaamde “primauteit” van de politiek. Met andere woorden: de politiek beslist. Indien een meerderheid in het parlement meer gevangenisstraffen wil, dan zal de wet zo zijn. Het siert de “wetenschapsmensen” (zoals ze in een radio-interview werden omschreven) om te zeggen dat dit niet de bedoeling is van hun werk en het ook niet in de lijn ligt van wat wetenschappers denken de juiste oplossing te zijn. Maar het eindwerk zal dan politiek zijn. Willem Elsschot wist het al: tussen droom en daad staan wetten in de weg (maar ook praktische bezwaren).

Interessant is wél dat de politici die pleiten voor meer mogelijkheden tot gevangenisstraf daarbij verwijzen naar de rol van de rechter. De rechter moet zoveel mogelijk instrumenten krijgen om gepast te reageren. Dat is verfrissend nieuw, zeker nu de politieke wereld graag uithaalt naar wereldvreemde rechters wanneer die niet uitspreken wat de politieke wereld graag zou hebben.

Het is ook te hopen dat dit expliciet vertrouwen in de rechter zich niet beperkt tot het strafrecht (en de wijze waarop er zou moeten gestraft worden).  Ook de burgerlijke rechter verdient het vertrouwen van de wetgever. Het valt dan ook te hopen dat de wetgever de burgerlijke rechter niet verder zal willen uitschakelen, zoals sommige kwatongen beweren. Er circuleren plannen om geschillen met betrekking tot de invordering van schulden verder weg te halen bij de rechtbanken. Dat is nu al zo voor B2B-schulden (via de IOS-procedure, die grotendeels via de gerechtsdeurwaarder verloopt en zonder tussenkomst van de rechter). Sommigen willen ook de inning van vorderingen B2C (ondernemingen tegen consumenten) zonder rechter afhandelen. Wie wat wetenschappelijke literatuur zou gelezen hebben, weet dat dit niet kan omdat het Europees consumentenrecht zich daartegen verzet. De wetgever zal daar moeten buigen voor het Hof van Justitie. Of wordt het ook daar een potje armworstelen met als inzet de primauteit van de politiek?

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Opmerking plaatsen

X