Rechtuit

Het steentje in de schoen

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Het juridisch leven is nog een beetje in vakantiemodus. Velen genieten van een vakantie of kijken dan toch minstens uit naar het aankomende verlengde weekend. Sommigen nemen de tijd voor wat beschouwingen. Zo ook de jonge Franstalige advocaat waarvan de krant La Dernière Heure enkele dagen geleden een interview publiceerde onder de titel: “L’avocat est passé de l’acteur à l’ennemi de la justice” (10 augustus). Is het écht zo dat de advocaat de vijand van justitie is geworden? Het is in ieder geval een intrigerend vertrekpunt voor een wekelijkse beschouwing.

De jonge confrater stelt vast dat het beroep veel minder respect krijgt dan vroeger. Hij voelt zich als die kleine vervelende steen in een schoen die er zo snel mogelijk uit verwijderd moet worden. Het staat natuurlijk iedereen vrij om zich als een verworpene te voelen en misschien is die indruk in bepaalde omstandigheden ook objectief te rechtvaardigen, maar het lijkt me niet onmiddellijk de impressie die bij de meerderheid van de advocaten leeft. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de verhoudingen tussen de rechters en de advocaten de laatste jaren zijn veranderd. Steeds meer magistraten hebben, in tegenstelling tot vroeger, geen echt verleden aan de balie en zijn dan ook niet altijd vertrouwd met wat het precies betekent om advocaat te zijn. Anderen wijzen er dan weer op dat dit juist afstand doet ontstaan die bijdraagt tot een onpartijdig(er) oordeel.

In de verhouding tussen advocaten en rechters staat “respect” centraal. Begin september leggen weer een heleboel jonge afgestudeerden de eed af die voorzien is in art. 429 van het gerechtelijk wetboek. Daarin staat onder meer dat de advocaat niet zal afwijken van de eerbied die aan het gerecht verschuldigd is.  Vanaf 1 januari 2020 voorziet art. 305 van datzelfde wetboek dat “de algemene beginselen inzake de deontologie van de (…) magistraten worden vastgelegd door de Hoge Raad voor de Justitie” en vanaf dan een wettelijke grondslag zullen hebben. Nu reeds is er een deontologische gids van de Hoge Raad, waarin onder andere gewezen wordt op de plicht tot waardigheid van de magistraat. Dat begrip wordt onder meer al volgt toegelicht : “Zijn relaties met alle beroepsgroepen binnen Justitie, het secretariaat, de griffie, de advocaten, de magistraten, de rechtzoekenden en de pers, worden gekenmerkt door hoffelijkheid en intellectuele eerlijkheid”. Ook de magistraat dient dus hoffelijk om te gaan met de advocaten.

Gaan advocaten en magistraten nu minder respectvol met elkaar om? De discussie is niet zo nieuw. Meer dan 20 jaar geleden schreef de Nederlandse rechter B.J. Asscher het prachtige boekje Rechters vragen niet om eerbied (met een bundeling van zijn columns die verschenen in NRC), dat ook vandaag nog niet aan actualiteit heeft ingeboet. Hij vond toen al dat een “normale, van wederzijds respect getuigende omgang met elkaar, zowel ter zitting als daarbuiten, meer dan voldoende is”.

Hoe moet de advocaat die wettelijk verplichte “eerbied” ten aanzien van de rechter invullen? De houding van de rechter is dubbel: hij moet enerzijds tot een goede, juridisch en maatschappelijk aanvaardbare beslissing komen, wat enkel kan als hij – zo zegt Asscher – “in het volle leven staat”. Hij wordt daarbij niet uitsluitend beïnvloed door de procespartijen, maar ook door omgevingsfactoren zoals de media, de politiek, zijn vriendenkring, enzovoort. “Anderzijds moet de rechter juist vrij blijven van invloeden die de zuiverheid van zijn oordeel kunnen aantasten. Om die reden heeft de rechter een ruimte, een gebied om zich heen nodig, waarin hij vrij is om de invloeden die op hem worden uitgeoefend te wegen en te selecteren, om ze toe te laten of juist uit te sluiten (…) en om de uitwerking van zijn oordeel bij partijen en de samenleving te taxeren” zo vervolgt Asscher.  Zijn conclusie is dan ook dat de advocaat “dit gevoelige terrein van de rechter dient te ontzien en te eerbiedigen. Hij bewaakt in en door zijn optreden een stukje onafhankelijkheid van de rechter. De advocaat moet de rechter geen eer bieden, hij moet diens gebied eren”.  Ook na 20 jaar is het nog een interessante beschouwing.

Maar respect vereist ook wederkerigheid. Ook de rechter moet het actieterrein van de advocaat eerbiedigen. Daar past geen vijandbeeld bij. Maar als de advocaat zich een steentje in de schoen van de rechter voelt, betekent dat niet noodzakelijkerwijze een gebrek aan eerbied door de magistraat. Het is misschien zelfs het bewijs bij uitstek dat de advocaat zijn werk naar behoren vervult.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

1 Comment

  • Geachte Mr. Lamon,

    Naast de verhouding “advocaat – rechter”, is er (soms) de verhouding “burger – rechter” wanneer deze burger zijn zaak zelf verdedigd. Deze burger is dan overgeleverd aan mogelijke “nukken”, in ons geval van een Voorzitter van een Hof van beroep; waaronder, a) – een pleittijd van 30 minuten welke werd gereduceerd tot 2 minuten; en b) – tevens werd een groot aantal feiten van ambtelijk verzuim en partijdigheid vanwege boedelnotarissen door het Hof van beroep niet behandeld en aldus ook niet beoordeeld.

    Het respect vanwege de Voorzitter van het Hof van beroep t.o.v. de burger rechtzoekende was totaal zoek.

    Conclusie: Rechters kunnen zich moeilijk verplaatsen in het hoofd van een burger rechtzoekende welke zijn zaak zelf (correct en onderbouwd) aanbrengt voor de rechtbank en/of voor een Hof van beroep. Er zat in maart laatstleden “een steentje” in de schoen van de Voorzitter.

    MVG

    Jos SUYS

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X