Expertise Nieuws

Het WVV voor u toegelicht – Deel 1: De Maatschap

Seeds of Law
Geschreven door Seeds of Law

De maatschap wordt in het nieuwe WVV vooruit geschoven als het nieuwe basismodel voor personenvennootschappen. In deze bijdrage bespreken we hoe het WVV en het gewijzigde ondernemingsrecht (WHO) deze rechtsvorm hebben beïnvloed.

Op 4 april 2019 verscheen het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in het Belgisch Staatsblad. Het treedt in voege op 1 mei 2019.

Zoals u reeds eerder kon lezen, wordt de maatschap in het WVV behouden als de basisvorm voor personenvennootschappen. Het is ook de enige personenvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, met de VOF en de CommV als de varianten met rechtspersoonlijkheid. Indien men zich na 1 mei 2019 nog wenst te organiseren in de vorm van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, zal dat dus steeds moeten gebeuren via een maatschap.

1. De maatschap in het nieuwe WVV

De maatschap is de vennootschapsvorm die de laatste jaren inzake familiale vermogens- en successieplanning enorm populair is geworden. Maar evengoed is deze vorm interessant voor professionelen die in een samenwerkingsverband wensen te werken.

Met het nieuwe WVV verdwijnen de stille en tijdelijke handelsvennootschap definitief van het toneel. Deze worden opgevangen door de maatschap zonder rechtspersoonlijkheid.

1.1 De maatschap (zonder rechtspersoonlijkheid)

Dankzij haar flexibele aard, kan de maatschap worden aangepast tot een “stille” of een “tijdelijke” maatschap. De maatschap zal in het nieuwe regime “stil” kunnen zijn ingeval deze wordt bestuurd door een zaakvoerder die in eigen naam optreedt en verder geen melding maakt van de andere (stille) vennoten.

Daarnaast kan deze vennootschapsvorm nog steeds “tijdelijk” zijn en voor de duur van een bepaalde verrichting (een werf, een project,… ) worden aangegaan.

1.2 De vennootschap onder firma (VOF) en de gewone commanditaire vennootschap (CommV) 

Deze vormen worden onder het nieuwe regime niet afgeschaft. Ze zullen evenwel voortaan als maatschappen met rechtspersoonlijkheid gekwalificeerd worden.

De maatschap zal een VOF worden genoemd indien alle vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap.

Indien daaraan nog eens beperkt aansprakelijke vennoten worden toegevoegd, die slechts ten belope van hun inbreng aansprakelijk zijn, beschouwt men de maatschap als een CommV.

De regels uit het WVV die van toepassing zijn op deze vennootschapsvorm, komen dus voor het overgrote deel overeen met de bestaande regels en vormen allerminst een stijlbreuk. Hieraan moet wel meteen worden toegevoegd dat het hervormde ondernemingsrecht (zie punt 2) voor de maatschap wél een kleine aardverschuiving heeft teweeggebracht.

2. De maatschap als onderneming sinds het hervormde ondernemingsrecht (WHO)

Sedert de invoering van het WHO, dat gefaseerd in werking trad op 1 mei en 1 november 2018, wordt ook de maatschap als een onderneming beschouwd.

Hierdoor is de typische burgerlijke maatschap (oorsprong Burgerlijk Wetboek) eigenlijk een stille dood gestorven.

2.1  Het WHO legt de maatschap nieuwe verplichtingen op

De oprichting van een maatschap zal nog steeds onderhands (zonder tussenkomst van een notaris) kunnen gebeuren.
Maar de WHO zorgt ervoor dat de maatschap voortaan, zoals elke andere onderneming naar Belgisch recht, (o.m.) moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO);
  • een (vereenvoudigde of dubbele) boekhouding, én;
  • de registratie van de uiteindelijke begunstigden van een maatschap in het UBO- register.

Opgelet! Voor maatschappen opgericht vanaf 1 november 2018, geldt de WHO meteen. Maatschappen die bestonden voor 1 november 2018, hebben tot 1 mei 2019 de tijd om zich in regel te stellen (Inschrijving in de KBO (boete 10.000 euro), boekhouding, …).

2.2  Zaakvoerder van de maatschap

De WHO verduidelijkt ook dat de zaakvoerder bevoegd is om op te treden namens de maatschap. Dit is een goede zaak omdat daar in de oude wetgeving discussie over bestond.

2.3  De maten zijn hoofdelijk aansprakelijk

Voortaan zijn alle maten van een maatschap hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de maatschap (die aangegaan werden vanaf 1 november 2018) daar waar voorheen dat enkel het geval was met de maten van een commerciële maatschap. Voor de maten van een burgerlijke maatschap is dit een nieuw risico alhoewel uit de praktijk blijkt dat maatschappen zelden schulden hebben.

Gevolg is dat elke schuldeiser zijn volledige schuld kan uitwinnen bij eender welke maat, in de meeste gevallen zal dat de meest solvabele maat zijn.

Belangrijk om weten is dat van deze hoofdelijke aansprakelijkheid afgeweken kan worden, zowel statutair als contractueel. Zo kan statutair voorzien worden dat de zaakvoerders geen overeenkomsten kunnen sluiten die leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de maten.

Zulk afwijkingsbeding kan eveneens voorzien worden telkens een contract met derden wordt afgesloten.

2.4  Ondernemingsrechtbank bevoegd

Belangrijk gevolg van het WHO is ook dat alle geschillen met betrekking tot maatschappen voortaan behandeld worden door de ondernemingsrechtbank.

3. De almacht doorbroken

Voeg daaraan toe dat het Hof van Beroep te Gent de almacht van de statutaire zaakvoerder (i.e. vaak de pater/mater familias die het familievermogen wenste te regelen) ernstig heeft doorbroken. Het Hof heeft in deze zaak de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder bevestigd in een familiale maatschap die een controlepakket beheert in een operationele vennootschap. De zaakvoerder in een maatschap heeft immers een fiduciair mandaat dat hij in het belang van de maatschap en dus niet enkel in eigen belang moet uitoefenen.

Rekening houdend hiermee en met de nieuwe voorwaarden opgelegd door het WHO, kunnen we besluiten dat de maatschap meteen haar belangrijkste troeven inzake vermogensplanning (discretie, vormvrije oprichting, zekerheid met betrekking tot het beheer) heeft verloren.

In deze context zal het meer opportuun zijn om een constructie van (onderhandse) overeenkomsten, familiale pacten en weloverwogen schenkingen op te zetten. Ook kan de vernieuwde stichting op dit punt soelaas bieden.

4. Besluit

Voorheen kon de maatschap zonder naleving van enige formaliteit en dus in alle discretie opgericht worden, waardoor deze vennootschapsvorm zeer populair was in het kader van vermogens- en successieplanning.

Maar sinds de nieuwe wetgeving moet de maatschap onder meer ingeschreven worden in de KBO en haar uiteindelijk begunstigden registreren in het UBO-register waardoor haar bestaan naar buiten wordt gebracht met verlies aan discretie tot gevolg.

Niettemin biedt de maatschap zeker nog tal van voordelen en is haar voortbestaan allerminst bedreigd.

Dit komt door het feit dat er, behoudens de vernieuwde stichting, geen alternatieve vennootschapsvorm bestaat die een vormvrije oprichting en vertrouwelijkheid kan bieden zoals deze voorheen bestonden met de maatschap.

Het is evenwel mogelijk om, zoals eerder gemeld, met een verfijnde combinatie van onderhandse (aandeelhouders)overeenkomsten, een aangepast gebruik van de nieuwe soorten aandelen die voorzien zijn in het WVV, schenkingen, familiale pacten en erfovereenkomsten een vergelijkbaar resultaat te bekomen als met een maatschap.

Indien u nog vragen hebt of advies wenst, staan onze specialisten graag klaar om u daarin te begeleiden.

Toon Rummens Maxiem Devos (Seeds of Law)

In een volgend artikel gaan we dieper in op de Besloten Vennootschap (de BV), het speerpunt van het nieuwe WVV.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.