Fleer op één. In Fleer op één reflecteert elke eerste van de maand een gerenommeerd rechtsdenker over justitie in België en daarbuiten. Prof. dr. Frank Fleerackers, hoogleraar Rechtsdenken aan de KULeuven, verwoordt verbatim het recht van de filosoof. Deze maand over juridische pragmatisme
Juridisch pragmatisme
Juridisch pragmatisme is een vrij recente stroming in de rechtstheorie en -filosofie, en mag enigszins denigrerend als een bastaardkind van het juridisch realisme en het filosofisch pragmatisme omschreven worden. Opvallend is dat Richard Posner, die haast in zijn eentje de rechtseconomie (law and economics) bij het grote publiek bekendmaakte, ook hier een doorslaggevende rol speelde.[1]
Met het juridisch realisme heeft het juridisch pragmatisme gemeen dat de casus op de norm primeert, en dat feiten, zowel als gevolgen, belangrijker worden geacht dan concepten en algemeenheden
Met het juridisch realisme heeft het juridisch pragmatisme gemeen dat de casus op de norm primeert, en dat feiten, zowel als gevolgen, belangrijker worden geacht dan concepten en algemeenheden. Al is Posner veeleer conservatief ingesteld, toch benadrukt hij de context van de casus tegenover de tekst van de norm. Zoals Llewellyn acht ook Posner klassiek rechtsdenken in te grote mate rationaliserend en legalistisch. Elke casus is volstrekt anders dan de vorige en dient als dusdanig bejegend te worden, zodat niet de consistentie met vorige oplossingen maar de unieke context van de casus zelf vooropstaat in een juridische analyse.
De toepassing van structurele concepten op een per definitie onvergelijkbare casus is dan ook nefast. Formalisme faalt. Hetzelfde geldt voor referenties aan grondende rechtsbeginselen of principes, en bijgevolg voor elk legalisme, voor elk toepassingsdenken, voor elke subsumptie. Zelfs de casus kan niet beschouwd worden als een bron van principes of beginselen, die middels analyse zouden kunnen verworven worden. Deze deductieve zekerheid bestaat niet, werkt niet. Wél werkt de creatieve attitude van de jurist, in confrontatie met de casus. En in lijn met het filosofisch pragmatisme stelt ook de juridische variant dat de menselijke zoektocht naar fundament niet tot oplossingen leidt. Essentialisme en objectivisme worden eveneens in het recht door het juridisch pragmatisme verworpen. Juridische kennis staat los van welke diepere waarheid dan ook en de rede dient herbekeken te worden voor zover deze als instrument het recht behulpzaam kan zijn. Elke analyse gebeurt met het oog op de mogelijke effecten van een juridische handeling of beslissing. De casus staat centraal en alle andere elementen worden herleid tot instrumenteel niveau. Het belang van precedenten en de consistentie met vorige casussen verdwijnt in het licht van een actuele effectenanalyse, die vooral gedreven wordt door de unieke context, de feiten en gevolgen van de ene en enige casus, die op dit ogenblik voorligt.
Indien het recht de casus in zijn uniciteit, totaliteit en oneindigheid wenst te benaderen, dan zal ook het rechtsdenken de complexiteit van de werkelijkheid moeten incorporeren
Dergelijke effecten zijn per definitie niet inperkbaar tot de rechtswereld en beslaan de omvattende realiteit van de partijen, nu en in de toekomst. Indien het recht de casus in zijn uniciteit, totaliteit en oneindigheid wenst te benaderen, dan zal ook het rechtsdenken de complexiteit van de werkelijkheid moeten incorporeren. De jurist verzaakt aan reductie en kwalificatie, opdat hij de casus in het recht kan verwelkomen. Ten slotte plaatst het juridisch pragmatisme immanente ervaring boven transcendente rede, omwille van de rechtseffectiviteit. Hier moge overigens benadrukt worden dat het juridisch pragmatisme omwille van zijn hoofdzakelijk conservatieve inslag geenszins de politieke en vooral progressieve aspiraties van legal realism deelt, noch het eraan gekoppelde programmatische rechtsdenken.
Een zijstap naar het filosofisch pragmatisme is aangewezen om in te zien hoezeer pragmatisme vooral als denkhouding dient begrepen te worden. “A pragmatist turns his back resolutely and once for all upon a lot of inveterate habits dear to professional philosophers. He turns away from abstraction and insufficiency, from verbal solutions, from bad a priori reasons, from fixed principles, closed systems, and pretended absolutes and origins. He turns towards concreteness and adequacy, towards facts, towards action and towards power.”[2]
Deze tekst dateert van 1907 en is haast letterlijk indicatief voor het hierboven beschreven legal pragmatism. Zulks geldt in mindere mate voor een ander citaat uit hetzelfde boek: “Pragmatism asks its usual question: ‘Grant an idea or belief to be true’, it says, ‘what concrete difference will its being true make in any one’s actual life? How will the truth be realized? What experiences will be different from those which we would obtain if the belief were false? What, in short, is the truth’s cash-value in experiential terms?’ The moment pragmatism asks this question, it sees the answer: true ideas are those that we can assimilate, validate, corroborate and verify. False ideas are those that we can not. That is the practical difference it makes to us to have true ideas; that, therefore, is the meaning of truth.”
De interpretatie van wat waarheid is en kan zijn is vrijwel afwezig in het juridisch pragmatisme, of alleszins slechts bijkomstig. En toch biedt net deze definitie van waarheid en betekenis een interessante insteek voor de wijze waarop juristen hun attitude in pragmatische zin kunnen heroriënteren. Meteen wordt ook de belangrijkste kritiek op het juridisch pragmatisme, dat mensen nu eenmaal zekerheid en consistentie van het recht verlangen, in de juridische attitude zelf weerlegd. Waarheid kan met name geherdefinieerd worden als een interactief proces, wars van essentialisme en objectivisme. Zin en betekenis komen dan tot stand, of beter: in beweging, in en door de interactie. De casus is daarbij draaischijf en nexus, middelpunt van interactieve vectoren, idealiter gestuurd en beheerd door de jurist. Waarheid wordt dan als gedeelde overtuiging gegenereerd door de interactie, die de ervaren jurist regisseert. Zijn kennis van de casus leidt niet enkel tot beter juridisch inzicht, doch daarenboven tot interactieve waarheid, die de voorgestelde conflictoplossing schraagt. Voor het juridisch pragmatisme zou deze interactieve waarheidsvisie meer dan ooit tot effectief recht leiden.
Frank Fleerackers
0 reacties