Rechtuit

Moraliteit en onafhankelijkheid aan de balie

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Recent schreef Folkert Jensma een opmerkelijk opiniestuk in het Nederlandse NRC onder de intrigerende titel “Er mag meer moraal in de advocaat”. Na de vaststelling dat er advocaten zijn “in alle maten en soorten” (“er zijn advocaten die nooit procederen maar alleen adviseren, en omgekeerd. Er zijn advocaten die fraudeurs en witwassers principieel weigeren en er zijn advocaten die ze zoveel mogelijk van dienst zijn, graag zelfs”), verwijst hij  graag naar de stellingen van hoogleraar advocatuur Diana de Wolff (Universiteit van Amsterdam). Even tussendoor: toch wel opvallend hoe de Nederlandse universiteiten de advocatuur omarmen (en er zelfs een leerstoel voor over hebben), terwijl de Belgische decanen -zoals onlangs in de Juristenkrant- niets liever doen dan wild om zich heen te schoppen door de balie als een corporatistisch bolwerk af te schilderen (nog meer tussendoor: intussen combineren ze meestal wél een mandaat aan de universiteit met de advocatuur, maar toch niet in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand).
Maar terug ter zake: Prof. Diana de Wolff deelde recent de advocatuur op in vier types: de advocaat als assertieve doorbijter (wolf), als morele wegwijzer (‘conciërge’), als ethische bruggenbouwer (‘heler of verbinder’) of als actievoerder.  Jensma vindt wel dat die opdeling niet betekent dat iedereen eender wat mag doen. Advocaten zijn immers niet zomaar dienstverleners. “Ze zijn er voor de goede rechtsbedeling en hebben een collectieve verantwoordelijkheid” vindt Jensma, want de grote vrijheid hebben advocaten niet gekregen om er hun eigenbelang mee te dienen. “Advocaten moeten leren van tevoren duidelijk te zijn over kansen, risico’s, tijdsbeslag en vooral de kosten van een procedure (…) Er mag dus méér moraal in de advocaat”. Dat is, kort gezegd, wat ook de twee door de minister van justitie aangestelde experten over 650 pagina’s verspreid als aanbeveling meegeven. Interessant is ook dat de analyses in Nederland zomaar verwisselbaar zijn met de Belgische situatie.

Ook verder weg zijn er gelijkenissen met wat er in ons land leeft. Op 10 april had de New York Times aandacht voor de huiszoeking  in het kantoor en de privéwoning van de advocaat van de Amerikaanse president Trump. Die laatste verzond een tweet – bestaat er overigens voor hem een ander communicatiemiddel? –  met de boude vatstelling “attorney-client privilege is dead!”. De verwijzing naar dat beroepsgeheim weerklinkt ook bij ons onmiddellijk wanneer tot dergelijke uitzonderlijke maatregelen wordt overgegaan. De New York Times reageert fijntjes als volgt: “The privilege is one of the most sacrosanct in the American legal system, but it does not protect communications in furtherance of a crime. Anyway, one might ask, if this is all a big witch hunt and Mr. Trump has nothing illegal or untoward to hide, why does he care about the privilege in the first place?” Samengevat: ook in de Verenigde Staten is er de roep naar méér moraal aan de balie. Maar tegelijkertijd valt ook het broze karakter op van dat “sacrosancte” beroepsgeheim. Mag dat ook nog worden ingeroepen voor wie toch niets te verbergen heeft? De advocatuur is zich dus best bewust van de bevoorrechte positie die ze inneemt en hoe die ook binnen de kortste keren onder vuur kan worden genomen. De Amerikaanse krant heeft natuurlijk wel een punt dat van een advocaat niet mag worden verondersteld dat hij de sporen van een misdrijf zou wissen door (beweerdelijk uit eigen zak) zwijggeld te betalen aan vermeende slachtoffers. Wie dat als advocaat doet, in Amerika of in België, moet natuurlijk niet klagen om dan zelf het voorwerp te zijn van strafvervolging. En wanneer in die omstandigheden een advocaat van een president wordt vervolgd, verdient de rechterlijke macht een pluim voor zijn onafhankelijkheid, al moet ook dan ondanks al de te verwachten mediaheisa toch nog een eerlijk proces gewaarborgd worden.

De onafhankelijkheid van de advocaat wordt dus begrensd door de moraliteit. Er is een hoger doel. Voor sommigen kan dat zeer ver gaan. De Franse krant Le Monde berichtte in haar editie van 17 april over de New Yorkse advocaat David Buckel, die zichzelf  met benzine in brand stak om te protesteren tegen de vervuiling door fossiele brandstoffen. In zijn afscheidsbrief stelde hij dat wie eerbare doelstellingen heeft in het leven uitgenodigd wordt om eerbare doelstellingen te hebben voor de dood. Laten we als advocaten het niet zo ver drijven, maar gewoon ervoor zorgen dat we ons werk gewetensvol doen. En als het kan, met méér moraliteit.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Opmerking plaatsen

X