In de Nederlandse media was er de afgelopen dagen aandacht voor een vonnis van een rechter in Amsterdam. Die moest zich uitspreken over een eerdere beslissing van de ministers van “Justitie en Veiligheid” en van “Asiel en migratie” waarbij drie islamitische predikers de toegang tot Nederland werd geweigerd omwille van hun eerdere extremistische uitspraken over onder meer vrouwen en homo’s. De rechter oordeelde dat de ministers hun besluit onvoldoende hadden onderbouwd. De drie predikers konden daarna het land binnen en het woord nemen op een jaarbeurs.
Na de rechterlijke beslissing werden op onder meer X in diverse berichten de privégegevens van de rechter – naam, foto, ook van diens partner en diens werkgever – openbaar gemaakt, waarbij ook verdachtmakingen en verwensingen werden geuit. De rechtbank van Amsterdam heeft intussen aangifte gedaan van “in elk geval doxing”. Doxing is het verspreiden persoonsgegevens met als doel iemand te intimideren. De website van de NOS citeerde op 24 februari de president van de rechtbank van Amsterdam. Die stelt dat uitspraken van de rechtbank gemotiveerd worden om ze controleerbaar te maken en dat mensen daar ook op mogen reageren. "Maar hier richt men zich op de persoon van de rechter en zijn familie en dat is heel kwalijk. Dit mag absoluut niet en kan echt ondermijnend zijn voor het vertrouwen in de rechtspraak, de collega en zijn familie", aldus de president. "Wij vinden dit niet acceptabel."
De krant De Telegraaf publiceerde op 25 februari een opmerkelijk gezamenlijk opiniestuk van de Amsterdamse “togadriehoek”: de president (voorzitter) van de rechtbank, de hoofdofficier van justitie (procureur) en de deken (stafhouder) van de orde van advocaten. Naast algemene beschouwingen over het afkalven van de rechtsstaat schrijven ze ook: “Wie een rechter op sociale media bedreigt, omdat hij zijn werk doet, schaadt de persoon van de rechter en diens gezin, en ook het vertrouwen in de instituties. Dat raakt iedereen. Want als mensen zich niet meer gebonden achten aan het recht, als de wet wel voor jou geldt, maar niet voor mij, is het niet mogelijk om samen te leven. In landen om ons heen zien we waartoe dat kan leiden: corruptie, discriminatie, intimidatie. De rechtsstaat behoedt ons uiteindelijk voor het recht van de sterkste. Of van de rijkste”. Die overwegingen gelden ook onverkort in ons land.
Niet enkel magistraten verdienen respect, ook advocaten. In het jongste nummer van het Baliemagazine Henri van de balie West-Vlaanderen is de lokale stafhouder helder: “Het uitoefenen van druk door magistraten op advocaten is onaanvaardbaar”. Hij schreef dit naar aanleiding van een uitspraak van de Tuchtrechtbank van magistraten van 6 februari. Die moest zich uitspreken over een telefonisch contact tussen de Brugse afdelingsprocureur en een advocate. Dat gesprek handelde over de tewerkstelling van de zoon van de magistraat die advocaat-stagiair was op het kantoor van de advocate. Dat kantoor had vermoedens dat de betrokken stagiair voorkennis had over de vragen van het magistratenexamen en daarover zal de afdelingsprocureur zich op 31 maart moeten verantwoorden. De zaak die aanleiding gaf tot de uitspraak van 6 februari sloeg enkel op het tien minuten durende telefoongesprek tussen de magistraat en de advocate. Volgens de advocate maakte de magistraat daarbij uitdrukkelijk melding van zijn titel en werd de advocate “boertig, onderkruipsel, slinks” genoemd en werd aan de advocate de schuld gegeven van de mentale toestand van de stagiair. Een deel van het gesprek werd door de advocate opgenomen. De Tuchtrechtbank heeft dat bewijsstuk geweerd, omdat artikel 160 van de deontologische code van advocaten verbiedt dat de advocaat “gesprekken, vergaderingen of zittingen registreert op geluids- of beelddragers, zonder voorafgaande toestemming”. De Tuchtrechtbank was toch van oordeel dat de magistraat zich “wel degelijk heeft bezondigd aan een aantal uitlatingen die vanwege een magistraat ongepast waren, zeker tegenover een persoon met wie hij geen vertrouwensrelatie had en waarvan hij dus niet kon verwachten dat zij één en ander zo maar zou relativeren”. De magistraat kreeg omwille van zijn “tot dan toe vlekkeloos parcours in de magistratuur” geen tuchtstraf.
De Stafhouder van West-Vlaanderen benadrukt dat ieder zijn rol te spelen heeft in de rechtsstaat, wat ook betekent dat magistraten respect moeten opbrengen voor de advocatuur. “Het uitoefenen van druk door magistraten op advocaten, op welke manier ook en zelfs al betreft het de interne organisatie van hun kantoor, is totaal onaanvaardbaar en vormt per definitie een poging om de kernwaarden van een onafhankelijke advocatuur te ondergraven”. Eerder had de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies zich in dezelfde zin uitgesproken op een bericht op LinkedIn.
Integriteit, onafhankelijkheid en respect. Het blijft een werk van iedere dag.
Hugo Lamon
Lees hier meer columns van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.
0 reacties