Nieuws Rechtuit

Pittige justitie en cultuurveranderingen

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Henk Naves, voorzitter van de Nederlandse Raad voor de rechtspraak, verklaarde vorige week naar aanleiding van het jaarverslag van de Nederlandse rechterlijke macht, dat 2018 een “pittig jaar” was voor de Nederlandse justitie. Er was ingezet op innovatie, maar hij stelde vast dat een aantal vanzelfsprekende zaken nog “op orde moeten komen”. Hij verwees daarbij uitdrukkelijk naar de nood aan digitalisering, de “verbinding” met alle medewerkers van justitie en de financiering. Met betrekking tot dat laatste stelt hij vast dat de Nederlandse magistratuur “opnieuw geconfronteerd (werd) met een financieel tekort, onder meer vanwege een vertraagd digitaliseringsprogramma, opgelegde bezuinigingen en het teruglopende aantal rechtszaken. Tegelijkertijd nam de zwaarte en complexiteit van de zaken die we behandelden toe.”

De woorden hadden net zo goed uit de mond van een Belgische korpschef kunnen komen. De problemen waar de rechterlijke macht in ons land mee kampt zijn dus niet uniek, want soortgelijke geluiden vallen bijvoorbeeld ook in Frankrijk te horen.

Ook in ons land blijft de digitalisering een werkpunt en is er ook een grote nood aan een modern human resources-beleid op niveau van de rechters, griffiers en rechtbankmedewerkers en hoe die onderling moeten samenwerken. En ja, ook in ons land zijn er financiële zorgen bij justitie, al ligt de oorzaak hier enigszins elders dan in Nederland.

Interessant is ook hoe Henk Naves zijn eigen voorzittersrol ziet binnen de Raad voor de rechtspraak (het beheersorgaan van de magistratuur, dat voorlopig nog geen Belgische tegenhanger heeft). “Ik ga me sterk maken voor een cultuurverandering om ervoor te zorgen dat we als Rechtspraak mee blijven gaan in het tempo van de maatschappelijke ontwikkelingen. Hoewel verwezenlijking van die ambitie tijd en geduld zal vragen, is deze weg voor mij onvermijdelijk”.

Ook die woorden  kunnen misschien inspirerend werken voor de Belgische magistraten, ook voor diegenen die het plan hebben opgevat om tot aan de parlementsverkiezingen mediatieke acties te voeren (betogingen, petities, debatten, filmpjes enz… Ze hebben ook een website www.66dagen.be, maar dat is in grote mate een vertaling van de échte website www.66jours.be). Meer nog dan financiële en materiële bekommernissen is er ook in ons land nood aan een cultuurverandering. De maatschappij evolueert en ook justitie zal zich daaraan moeten aanpassen wil ze de noodzakelijke maatschappelijke relevantie behouden.

Rechters hebben een onvervangbare rol in de rechtsstaat en aan hun relevantie kan en mag niet worden getwijfeld. Ze waken over de naleving van de wet, wat cruciaal is voor een samenleving. Bij de presentatie van het Nederlands jaarverslag wordt daarbij in een ruk vastberaden maar gortdroog opgemerkt dat “de samenleving” van de rechters dan ook “kwaliteit mag verwachten”, preciserend dat het oordeel van grote invloed kan zijn op de samenleving.

Dat vereist dan ook een bijzondere houding, die de rechters boven elke verdenking plaatst. In de deontologische gids voor de magistraten van onze Hoge Raad voor de Justitie wordt daarom verwezen naar de discretieplicht. “De terughoudendheid en de discretie van de magistraat impliceren een evenwicht tussen zijn rechten als burger en de verplichtingen die verbonden zijn aan zijn ambt”. Toch mag de rechter ook soms zijn verontwaardiging uiten. Zo meldt dezelfde deontologische gids: “Wanneer de democratie en de fundamentele vrijheden in gevaar zijn, wijkt de terughoudendheid van de magistraat voor het recht van verontwaardiging”. Rechters mogen staken en betogen, maar dus enkel om uiting te geven aan hun verontwaardiging wanneer de democratische rechtsstaat in gevaar is.  Dat wordt in ons land toch wat anders gepercipieerd dan in Nederland.

Enkele maanden geleden liepen magistraten in toga door de straten van Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Ze droegen slogans als “#justice malice”, “#justice hurried is justice denied” en “asifuni  ubumbulu” (volgens google translate het equivalent in het Zoeloe van we “we willen geen nep”).  De rechters waren het beu dat ze onder druk werden gezet om snel op grond van onvolledige dossiers politiemensen te moeten berechten die overal bij burgers waren binnengevallen, daarbij geweld gebruikend en daarbij ook schaamteloos vrouwen en meisjes zouden hebben verkracht.  Het was volgens die betogende rechters niet de bedoeling dat de zaken grondig zouden worden uitgespit en de politiemensen moesten vooral vrij hun gang kunnen gaan. Snelrecht als beste garantie voor de doofpot.

Wanneer de rechter zijn zittingszaal verlaat en toch de toga aanhoudt, is er sprake van een uitzonderlijke gebeurtenis. Het kan de aanzet zijn tot pittige debatten en misschien ook de ogen openen voor cultuurveranderingen.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X