Nieuws Rechtuit

Recupereren van btw op erelonen gerechtsdeurwaarders via terugbetaling gerechtskosten

Arrest Hof van Cassatie: geen nietigverklaring reglement detachering!
Geschreven door Jubel

Noot onder arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 juli 2018 – arrest nr. 88/2018

Het arrest in casu betreft een probleem dat reeds gekend is sedert het onderwerpen van de deurwaarders aan btw. Het gaat erover dat sommige btw belastingplichtigen er zouden in kunnen slagen om twee maal de btw op erelonen van deurwaarders te recupereren. Gelukkig heeft het Grondwettelijk Hof hier een stokje voor gestoken.

Waar gaat het in casu om? Deurwaarders zijn onderworpen aan btw sedert 01/01/2012. Sedert die datum zijn zij dus verplicht op hun erelonen en kosten btw aan te rekenen aan het tarief van 21%.

Wanneer een deurwaarder een opdracht krijgt van een btw belastingplichtige (en het speelt dan geen rol wat concreet deze opdracht is), dan zal de deurwaarder aan zijn opdrachtgever een honorarium sturen met 21% btw. Vermits de opdrachtgever een btw belastingplichtige is, zal hij de btw op de factuur van de deurwaarder kunnen aftrekken, indien de opdracht gegeven wordt in het kader van de btw activiteit van de opdrachtgever. Daardoor recupereert de opdrachtgever de btw op de factuur van de deurwaarder.

Het probleem is dan dat in een geding voor de rechtbank de verliezende partij veroordeeld wordt tot de kosten. Dit zijn dan de kosten inclusief onder meer het ereloon van de deurwaarder waar we het net over hadden.

Wanneer in die kosten het ereloon van de deurwaarder voor zijn bruto bedrag, dat wil zeggen inclusief btw, moet begrepen worden, dan recupereert de opdrachtgever die btw twee maal, namelijk hij krijgt hem terugbetaald van de verliezende partij via de gerechtskosten en hij heeft die btw gerecupereerd in zijn btw aangifte. Dat is dus twee maal dezelfde btw ontvangen en dat is natuurlijk niet logisch en correct.

Aan het Grondwettelijk Hof werd de vraag gesteld of dit geen discriminatie inhield en een schending van artikel 10, 11 en 170 van de Grondwet.

Het Grondwettelijk Hof legt uit hoe de wet moet toegepast worden en komt tot het besluit dat de gerechtskosten dienen begroot te worden om de werkelijke kosten. Derhalve dient de btw afgetrokken te worden van het bedrag aan gerechtskosten waartoe de rechter de verliezende partij kan veroordeeld worden en moet alleen het netto bedrag, exclusief btw als gerechtskost in aanmerking genomen te worden waartoe de verliezende partij dan kan veroordeeld worden. De btw is immers geen kost meer

Daarmee is het probleem volgens het Grondwettelijk Hof opgelost. De btw wordt maar één keer gerecupereerd via de aftrek in de btw aangifte en de verliezende partij moet die btw niet meer terugbetalen.

Daarmee is een oud zeer dat bestond sedert 2012 de wereld uit geholpen.

Voor de praktijk zijn daarmee de problemen niet opgelost. Immers, hoe gaat de rechter weten dat de opdrachtgever de btw op de factuur van de deurwaarder heeft kunnen recupereren in zijn btw aangifte? Welke stukken gaan we aan de rechter hierover moeten meedelen? Hoe gaat de rechter dit controleren? Hoe gaat de tegenpartij dit kunnen controleren?

In de meeste gevallen zal het niet gaan over grote bedragen, maar desalniettemin blijft het probleem actueel. In de praktijk is dit niet zo gemakkelijk toe te passen. Immers, hoe gaan we weten dat de opdrachtgever de btw gerecupereerd heeft? Hij doet dit in een aangifte waarin de btw op de deurwaarderskosten opgenomen wordt, samen met de btw op andere kosten. Men gaat in een btw aangifte de btw op de kosten van de deurwaarder niet afzonderlijk terugvinden. Dus zou de opdrachtgever een heel uittreksel uit zijn boekhouding moeten bezorgen opdat we zouden weten of de btw afgetrokken geweest is of niet.

In alle geval zal in de debatten hiermee rekening moeten worden gehouden. De gedaagde partij in een geding zal er alert op moeten zijn dat haar geen btw wordt aangerekend die ook reeds gerecupereerd is en die dus eigenlijk niet mocht aangerekend worden als kost.

Voor de generalisten onder onze collega’s is dit een item waar ze zeker aandacht aan moeten blijven schenken.

Om het volledige arrest te raadplegen, klik hier.

Beringen, 3 september 2018

Henri Vandebergh

1 Comment

  • 1) Het is irrelevant of een opdrachtgever de btw daadwerkelijk heeft afgetrokken. Het volstaat dat die opdrachtgever de mogelijkheid heeft om die btw af te trekken. Daartoe volstaat het a) dat de opdrachtgever btw-belastingplichtige is, én b) de (kosten van de) rechtszaak kaderen in haar btw-activiteiten.
    2) Hetzelfde probleem bestaat bij de kosten van een gerechtsdeskundige. Daar gaat het soms wél over grote bedragen.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.