Nieuws Rechtuit

Regering in slopende zaken

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Het parlement vertoont dezer dagen een nog maar zelden geziene dadingsdrang. De minister van justitie liet zich ontvallen, naar valt aan te nemen bij wijze van boutade, dat het geen regering van lopende zaken is maar van slopende zaken. In een ijltempo worden juridische zekerheden gesloopt en voor de wetgever is kwaliteitswerk tijdsverlies. Over het lot van de nieuwe vennootschappenwet zijn er blijkbaar nog twijfels, maar voor het nieuwe burgerlijk bewijs zou toch nog een meerderheid gevonden worden en over het lot van de nieuwe Engelstalige Brusselse “commercial court” is er nog grote twijfel. Intussen razen nog andere wetteksten door parlementaire commissies.

Sommige van die overwerkte parlementsleden hebben toch nog tijd om deze blog te lezen. Bij een mondelinge vraag in de plenaire zitting van de kamer over de dramatische toestand bij de Brusselse ondernemingsrechtbank werd gretig uit deze blog geciteerd. Het antwoord was bedroevend naast de kwestie en verdient dus niet te worden herhaald.

Toen hier enkele maanden geleden gewezen werd op de sluipende wijziging van de taalwet, goed verscholen in een Potpourri-wet, gaf deze wekelijkse oprisping inspiratie aan een ander parlementslid die aan de minister van justitie vroeg of het wel waar was wat hier was neergeschreven. Het antwoord liet zich natuurlijk raden, alsof de minister in vol parlement zou toegeven dat het om een draak van een tekst ging. Toch beloofde hij een reparatiewet om alle misverstanden uit de weg te ruimen. Heeft iemand overigens nog iets gehoord van die reparatiewet?

De taalwet staat ook onder Europese druk. Op 13 februari keurde het Europees Parlement met grote meerderheid een rapport goed dat de taalregels bij grensoverschrijdende kennisgevingen wil veranderen in een zin die onze taalwet opnieuw ondergraaft. Volgens de tekst zal een verweerder kunnen eisen dat hij kennis krijgt in een taal die hij individueel verstaat en een betekening in de landstaal zou niet meer voldoende zijn. In de oorspronkelijke tekst van de Europese Commissie stond er nog dat een verweerder “kan weigeren het te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen indien het niet is gesteld in een taal die hij begrijpt of in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving”. Benieuwd wat nu het standpunt zal zijn van de Belgische regering in slopende zaken in de Europese Raad. Allicht zal dit geen aanleiding geven tot een parlementaire vraag, wegens te moeilijk of wegens het feit dat bijna alle Vlaamse Europarlementsleden (en dus partijgenoten van potentiële vragenstellers) in het Europees Parlement de tekst hebben goedgekeurd.

Misschien kan iets anders boeien: sinds 1 februari is de wet van 14 oktober 2018 tot hervorming van de griffierechten in werking getreden. De artikelen 11 tot en met 27 van die wet leggen de verplichting op om het rijksregisternummer of het ondernemingsnummer te vermelden in allerhande akten (o.m. in dagvaardingen, vonnissen, verzoekschriften, enz…). Dat moet de FOD Financiën toelaten de rolrechten te kunnen innen bij de juiste persoon. De wet voorziet dat die vermeldingen moeten gebeuren “op straffe van nietigheid”. Hola, hola: een verzoekschrift tot hoger beroep zonder een rijksregisternummer is nu plots “nietig”. Ja, en dan? Plots dan geen beroep meer of nadien een arrest met een onontvankelijkheid als sanctie? De rechtgeaarde doordeweekse jurist krijgt al meteen een paniekaanval. Maar, na enige reflectie en bij een tweede lezing (waar de parlementsleden die dit stemden blijkbaar niet toe gekomen zijn) wordt de sanctie toch wel iets (mi)slopends. Is de wetgever niet vergeten dat door de wet van 19 oktober 2015 (“oftewel de “Potpourri I-wet”) de excepties van nietigheid (art. 860-867 Ger.W.) in het Gerechtelijk Wetboek zijn hervormd? Het oude onderscheid tussen “absolute” en “relatieve” nietigheid werd naar de geschiedenisboeken verwezen. Er dienen nu steeds “geschade procesbelangen” te worden aangetoond door de partij die de nietigheid (voor alle verweer) opwerpt. Maar de FOD Financiën is toch de enige belanghebbende bij die vermeldingen, maar is geen procespartij en kan zich dus niet op de nietigheid beroepen. Kan U volgen? Misschien moet er toch eens een parlementaire vraag gesteld worden over wat die wet dan precies betekent. De enige uitleg kan zijn: de nietigheidssanctie is een leeuw zonder klauwen en dus onwerkbaar. Wat onwerkbaar is zou ook overbodig moeten zijn. En wat overbodig is, wordt best gesloopt. Zou het dat zijn wat de minister bedoelt met een regering in slopende zaken?

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

1 Comment

  • En dat terwijl alle politici vandaag de mond vol hebben van ” hun verantwoordelijkheid opnemen”!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X