Registratierechten op vonnissen en arresten, tabula rasa cover

4 apr 2025 | Column

Registratierechten op vonnissen en arresten, tabula rasa
vlotter kennisbeheer dan met windows Verkenner via Knowlex

Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Aannemingsrecht Overheidsopdtrachten Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
bestuursrecht Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Op vandaag worden registratierechten geheven van 3% op rechterlijke uitspraken. Een schoolvoorbeeld van een historisch gedrocht dat niet is aangepast aan de tijd. Een rechtzetting is zelfs budgetneutraal mogelijk. Rechtvaardiger, efficiënter en democratischer. Hierbij alvast een blauwdruk.

Registratierechten op rechterlijke uitspraken werden ingevoerd in het jaar des heren 1934 bij Wet der registratie-, hypotheek- en griffierechten. Artikel 142 stipuleert een belasting – want dat is het registratierecht – van 3% op het bedrag van de veroordeling. Met als enige motivering de dekking van de kosten van het gebruik van het gerechtelijk apparaat. Hierop worden een aantal uitzonderingen voorzien (artikel 143). De twee belangrijkste uitzonderingen zijn: (1) strafrechtelijke veroordelingen en (2) de burgerlijke veroordelingen beneden de 12.500,00 euro. Beiden zijn op vandaag problematisch, maar om een heel andere reden.

De vrijstelling voor de strafrechtelijke veroordelingen is op zijn zachtst gezegd bevreemdend. Wie geen misdrijf begaat, moet betalen. Wie wel een misdrijf begaat, is vrijgesteld. Wie stout is krijgt niets, wie braaf is taks. Men kan zich de vraag stellen of daar ooit een draagvlak voor was, maar in elk geval niet meer op vandaag. Zo voorziet het huidig federaal Regeerakkoord zelfs dat zal worden onderzocht of wie veroordeeld wordt tot gevangenisstraf, ook moet opdraaien voor de kosten van de gevangenis. Er is evenwel géén onderzoek meer nodig om de strafrechtelijke veroordeling niet langer vrij te stellen van de registratierechten.

Bovendien heeft sinds de zogenaamde “afkoopwet” in 2011 een belangrijk stuk van het strafrechtelijk contentieux zich verplaatst naar (verruimde) minnelijke schikkingen. De Wet van 1934 houdt hiermee evident nog geen rekening. Het gaat verhoudingsgewijs over een belangrijke bedragen. Zo werd in de eerste tien jaar in totaal 1,085 miljard euro betaald als minnelijke schikkingen. Waarom wordt hierop géén registratierecht toegepast?

In ruil daarvoor kunnen de registratierechten op burgerlijke uitspraken worden afgeschaft, minstens sterk beperkt.

De tweede belangrijke uitzondering is de minimumdrempel van 12.500,00 euro. Het bedrag van deze drempel werd ingevoerd bij Wet van 22 december 1989 (destijds 500.000,00 BEF). De wetgever zag immers in dat dit registratierecht een zeer inefficiënte belasting is met uitzonderlijk hoge administratiekosten. Op kleine bedragen, is het sop de kool niet waard. Eerst administratie op de griffies van de rechtbanken en hoven. Dan administratie bij de FOD Financiën. En dan zijn er nog de invorderingsproblemen.

Maar deze (efficiëntie)drempel van 12.500,00 euro is intussen al 35 jaar niet meer geactualiseerd. Alleen al de inflatie in de periode bedraagt 127%. De registratierechten zijn nu dus een pak mínder efficiënt dan 35 jaar geleden. Om gewoon terug op het niveau van 1989 te komen, moet de drempel derhalve minstens te worden aangepast tot 28.375,00 euro.

Een andere aberratie is dat er geen bovengrens is aan deze registratierechten. Ook dat is niet logisch. De kosten van het gerechtelijk apparaat stijgen uiteraard niet eindeloos mee met de financiële inzet van het geschil. Reden ook waarom de rechtsplegingsvergoeding op alle vorderingen boven de 1 miljoen euro geplafonneerd is op 23.546,51 euro. Welnu, dit maximum van 23.500,00 euro kan ook worden gehanteerd voor het verschuldigde registratierecht.

Tot slot wordt onze rechtspraak ook minder democratisch door dergelijke financiële drempels. Sinds de invoering van de btw op erelonen van advocaten in 2014 is de kostprijs voor de rechtszoekende de facto met 21% gestegen. Sindsdien is er (logischerwijs) jaar na jaar een gestage daling van het aantal burgerlijke zaken. En in 2015 en 2019 werden ook de rolrechten verhoogd. En nu staat de afschaffing op stapel van de fiscale aftrek voor de premie rechtsbijstandsverzekering. Dit komt neer op een extra belasting op de rechtsbeding van een goeie 14 miljoen euro per jaar (112.000 premies x voordeel van 128 euro). Parallel de registratierechten afschaffen in burgerlijke zaken, is ook om die reden logisch.

vlotter kennisbeheer dan met windows Verkenner via Knowlex

Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Aannemingsrecht Overheidsopdtrachten Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
bestuursrecht Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.