In een vorig artikel hebben we geanalyseerd welke criteria de fiscale administratie aanwendt om te beoordelen of een verbouwingsproject al dan niet in aanmerking komt voor het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken. Eén van de criteria die de fiscale administratie bij deze oefening aftoetst is het oppervlaktecriterium. Deze oefening wordt bijzonder scherp als het oppervlaktecriterium zo goed als niet, maar net wel overschreden wordt. Er is perspectief op toepassing van het verlaagd tarief, zo volgt uit de rechtspraak.
Het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken bij uitbreidingswerken
Voor de renovatie van een gebouw, dat tenminste al tien jaar in gebruik is, dat uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning gebruikt zal worden, en waarvan de handelingen worden gefactureerd aan een eindverbruiker, voorziet de btw-wetgeving in een verlaagd btw-tarief van 6%.
In het bijzonder wanneer de plannen een zekere omvang hebben, komt nogal eens de vraag om de hoek kijken of de werken inderdaad kwalificeren als een verbouwing en bijgevolg het btw-tarief van 6% van toepassing is, dan wel of de werken eerder van aard zijn dat het project als nieuwbouw te beschouwen is met een btw-tarief van 21%.
In een vorig artikel hebben we de administratieve benadering van deze problematiek doorgelicht. Uit recente rulings blijkt de rulingdienst consequent drie criteria in concreto af te toetsen:
- het criterium van de wezenlijke elementen,
- het oppervlaktecriterium, en
- het afhankelijkheidscriterium
Ingeval in het kader van het verbouwingsproject het bestaand gebouw wordt uitgebreid, laat het oppervlaktecriterium zich gelden.
Bij een uitbreiding van een bestaand gebouw aanvaardt de administratie meer bepaald dat er sprake is van een renovatie als de oppervlakte van het behouden bewoonbare en bruikbare gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte na de uitvoering van de werken.
Met andere woorden, de uitbreidingswerken mogen er niet toe leiden dat de vóór de aanvang van de werken bestaande oppervlakte wordt verdubbeld of nog meer wordt uitgebreid.
Onder “oppervlakte van het oude gedeelte dat na de uitvoering van de werken blijft voortbestaan” moet worden verstaan: de oude als zodanig bewoonbare en bruikbare oppervlaktes. Bijgevolg mag er voor de berekening van de oude oppervlakten geen rekening worden gehouden met oude gedeelten van de woning die werden afgebroken.
Maar wat ingeval het oppervlaktecriterium overschreden wordt, zij het relatief beperkt. Kan in zo’n geval de verbouwing genieten van het verlaagd tarief van 6% voor renovatiewerken? Deze vraag kwam aan bod in een vrij recent arrest van het hof van beroep van Gent.

Arrest hof van beroep Gent van 11 januari 2022
Vooreerst kaart het hof aan dat het oppervlaktecriterium niet is voorzien in de wet, maar kan aanzien worden als een administratieve toegeving die teruggaat op de visie dat de uitbreiding van een bestaand gebouw kan aangemerkt worden als de omvorming van dat gebouw. De betrokken wettekst definieert renovatie immers als “werken of handelingen met als voorwerp de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud geheel of ten dele van een woning”.
Rekening houdende met het rechtszekerheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel – de administratieve toegeving maakte immers het voorwerp uit van een administratieve circulaire (circulaire nr. 6/1986) – poneert het hof dat belastingplichtigen het recht hebben op de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% “wanneer de renovatie in die zin beperkt blijft dat de oppervlakte van het oude gedeelte nog betekenisvol is ten aanzien het nieuwe gedeelte en het nieuwe gedeelte het oude gedeelte aanvult”.
Alhoewel het oppervlaktecriterium niet in de wet is ingeschreven, zo vervolgt het hof, is de omvang van het nieuwe gedeelte weldegelijk een relevant, doch niet noodzakelijk doorslaggevend criterium die een concrete beoordelingsruimte toelaat in het voordeel van de belastingplichtige. Het is niet onredelijk vanwege de administratie om die toegeving aldus toe te passen in die zin dat “de uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte” (btw-revue nr. 110 van september 1994).
Het hof besluit dat opdat de uitbreidingswerken aan het begrip omvormen zouden beantwoorden, het een correcte interpretatie is dat de bestaande woning de hoofdzaak blijft en de uitbreiding ondergeschikt is aan en slechts plaatsgrijpt in functie van de omvorming van de oude woning. De wettekst veronderstelt zoals gezegd een ingrijpen dat niet zover gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw werd overgegaan.
Dit laatste vertoont raakvlakken met het afhankelijkheidscriterium zoals gehanteerd door de administratie. Op basis van dit afhankelijkheidscriterium aanvaardt de administratie dat er sprake is van een renovatie als het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het ouder gedeelte kan functioneren, maar het oude gedeelte aanwendt en er dus wat het gebruik van het gebouw betreft een coherent en complementair geheel mee vormt. Het nieuwe gedeelte moet met andere woorden een bijkomstig karakter bewaren, en mag zelf niet over een ‘eigen identiteit’ beschikken.
Bij renovatiewerken waarbij uitbreidingswerken gemoeid zijn waardoor de oppervlakte van het nieuwe gedeelte de oppervlakte van het oude gedeelte overschrijdt, rijst de vraag of de renovatiewerken alsnog kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%. Het hof van beroep van Gent meent dat dit weldegelijk het geval is voor zover de bestaande woning de hoofdzaak blijft en de uitbreiding ondergeschikt is aan en slechts plaatsgrijpt in functie van de omvorming van de oude woning. Het oppervlaktecriterium zoals gehanteerd door de fiscale administratie waarbij de oppervlakte van het behouden bewoonbare en bruikbare gedeelte groter moet zijn dan de helft van de totale oppervlakte na de uitvoering van de werken is volgens het hof relevant maar niet noodzakelijk doorslaggevend. Ingeval bij renovatiewerken het oppervlaktecriterium net wordt overschreden, lijkt dit zonder meer een te bewandelen piste.
Jan Sandra en Dries Verhaeghe
Volg ook onze IMPOSTO Tax Talks, ook op LinkedIn.
0 reacties