Rechtuit

Tussen droom en daad staan wetten in de weg

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Eén van de bekendste  versregels van de onvolprezen Willem Elsschot is allicht: “tussen droom en daad  staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat”. Het citaat kwam bij mij op toen ik vorig weekend in de kranten van Mediahuis een interview las met twee (Limburgse) politierechters.

Sommige politierechters vinden gemakkelijk de weg naar de media. Alhoewel, bij nader inzien is het toch al minstens drie weken geleden dat ik nog iets las van de Dendermondse politierechter D’Hondt. Zou hij iets aan de hand hebben? De Leuvense politierechter Stinckens schopte het, na een mediagenieke passage in de televisiereeks “De rechtbank” (zou ze echt lang geoefend hebben op die kenmerkende strenge intonatie in haar stem?) tot woordvoerder van de politierechters. Er zijn daarbuiten natuurlijk nog BV’s onder de politierechters, maar de meeste kennen een anoniem bestaan. Zo ook Paul Geukens en Theo Wilsens, Limburgse politierechters die meestal de spotlights niet opzoeken. Tot dit weekend. Ze hadden het over de verkeersveiligheid  en stelden vast dat de wetgever daarom, volgens hen ondoordacht, de straffen en bijhorende  boetes steeds meer de hoogte injaagt. Voorwaar een politiek geladen uitspraak. Dat inspireerde de eindredacteur van de krant Het Belang van Limburg overigens tot de vette titel: “Verlààg de verkeersboetes”. Boetes worden niet betaald, omdat de overtreders de astronomische boetes niet (kunnen) betalen en ze vaak ongestoord aan hun laars lappen.

Vooral interessant is hun oprisping dat de wetgever de appreciatiemarge van de rechters steeds vaker onderuit haalt. Geukens stelt zich daarbij openlijk de vraag wie die boetes nog kan betalen en geeft een voorbeeld: “Op een zitting kreeg ik een vrouw die in haar wagen het kinderzitje niet met de rijrichting mee geplaatst had. De agenten hielpen de vrouw om het goed te zetten. Het parket vervolgde de moeder wegens het niet conform zijn van de zitplaats van het kind. Het ging om een derdegraadsovertreding, met als verzwarende omstandigheid dat de vrouw haar rijbewijs nog geen twee jaar had.  Mevrouw: ik moet u een boete van 180 euro geven en 300 euro gerechtskosten. Wablieft, schreeuwde ze. Ik ben er nog niet, mevrouw. U moet weer een theoretisch examen en praktisch examen afleggen. Hierbovenop komen ook nog medische psychische proeven. En het was nog niet gedaan. Ik moet u ook nog acht dagen rijverbod geven. Gewoon, omdat het in de wet staat.(…) Uiteindelijk heb ik de vrouw het voordeel van de opschorting gegeven”.

Het is een mooi voorbeeld van wantrouwen van de wetgever in de rechter, omdat hij bijna geen rekening kan houden met de concrete omstandigheden. Wanneer de beoordelingsvrijheid van de rechter volledig wegvalt, kan de rechter beter door een computer worden vervangen, zodat het sneller en efficiënter kan worden afgehandeld. Het valt te hopen dat het dat niet is wat de wetgever wil, maar met dergelijke draconische minimumstraffen zijn er niet zozeer praktische bezwaren tegen billijke rechtspraak, maar eerder wettelijke hinderpalen. Die veelal zwijgzame rechters mogen, wat mij betreft, dan wel vaker het publieke forum betreden.

Toch zijn er ook andere bewegingen zichtbaar. In andere sectoren van het recht duiken steeds vaker blanco normen op die door de rechter moeten worden ingevuld. Wat is pakweg immers de kennelijk grove fout van een bestuurder in een vennootschap? Het is maar wat de rechter er van vindt. Of kijk naar het pas gestemde nieuw ondernemingsrecht, waar de rechters een hele kluif zullen hebben bij het invullen van de diverse ondernemingsbegrippen, wat allicht tot soms wat eigenzinnige interpretaties zal aanleiding geven die de rechtszekerheid niet onmiddellijk ten goede zullen komen.

De rol van de rechter is dus ambigu geworden. Bovendien promoot de wetgever ook steeds vaker de bemiddeling. Heb dus meer vertrouwen in uzelf dan in de rechter en los de problemen liever zelf op, zo lijkt de wetgever te zeggen. Daar valt natuurlijk wel wat voor te zeggen, maar daarmee staan we wel veraf van de rechter die de ultieme garantie is voor de naleving van de door de andere staatsmachten tot stand gebrachte rechtsnorm. Moeten we daar, zoals Elsschot het poëtisch omschreef, op onverklaarbare wijze weemoedig van worden? Heeft de rechter nog een rol te spelen in de rechtsstaat? Het zijn allicht maatschappelijke vragen die tot voor kort onwezenlijk leken, maar nu steeds relevanter lijken te worden.  Misschien  draait Stéphane Hessel zich nu om in zijn graf en murmelt hij nogmaals: ‘Indignez-vous!’

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Opmerking plaatsen

X