Rechtuit

Tweetaligheid (nog steeds) een deugd voor Belgische juristen?

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Nederlands en Frans in juridisch België: we verstaan mekaar misschien, maar begrijpen we elkaar ook (nog)?

Vorige week zaten jonge rechtsstudenten van de KUL en de UCL samen in de Leuvense rechtsfaculteit als sluitstuk van hun Tandem-project (waarbij ze gezamenlijk een taalvak volgden). Nederlandstalige en Franstalige studenten hadden met twee of drie opdrachten uitgevoerd met de bedoeling om hen samen (via film-, campus- en cafébezoek, het lezen van kranten en luisteren naar liedjes uit de ‘andere’ cultuur) het belang van de andere landstaal te laten inzien en hen wederzijds aan te zetten tot taalontwikkeling. Op de slotvoorstelling mochten de 7 beste duo’s een presentatie geven. Het moet gezegd (en voor ons misschien verrassend), de Franstalige toekomstige juristen hadden een grotere taalvaardigheid in het Nederlands dan hun Vlaamse collega’s in het Frans. Zeker met de wetenschap dat de publieke strijd om de prijzen zich tussen “de besten” afspeelde, zou ons allemaal wat moeten bezorgd maken. Het Frans lijkt voor deze Vlaamse studenten veeleer een dode taal, of toch minstens niet een communicatiekanaal dat hun voorkeur wegdraagt. De taaldocenten zitten met de handen in het haar en dat is niet geheel onterecht. Blijkbaar moet er een en ander worden bijgestuurd in het basis- en secundair onderwijs. Het lijkt stilaan een zeer wijdverspreid fenomeen.

Aan de balie wordt tweetaligheid nog geprezen (Nederlands/Frans voor de duidelijkheid), zeker in de vele tweetalige Brusselse kantoren. Ook daarbuiten vonden vele advocaten het tot voor kort nuttig en soms noodzakelijk om ook de Franstalige rechtsleer en rechtspraak te doorzoeken. Dat gebeurt steeds minder, trouwens ook in die rechtsleer zelf. Dat is natuurlijk niet altijd meer nuttig, nu ingevolge de diverse staatshervormingen grote takken van het recht een regionale grondslag hebben en voor steeds sterker uiteenlopende wetgeving zorgen.

Maar toch blijft justitie nog een federale materie en hebben we in ons land (voorlopig) maar één minister van justitie. Geheel terzijde, die etaleerde op de daarnet genoemde Leuvense bijeenkomst zijn tweetaligheid door uit het vuistje van de ene taal naar de andere te hoppen in een zeer onderhoudende toespraak.

Die ene Belgische justitie kan echter moeilijk verbergen dat er tussen het noorden en het zuiden van het land grote verschillen zijn. Die analyse is overigens niet nieuw. Het is weliswaar geruisloos voorbijgegaan, maar het is net 20 jaar geleden dat de Stafhouders van de Vlaamse Balies  de oeverloze discussies beu waren binnen de Nationale Orde van Advocaten (voor de jongeren: die heeft écht bestaan) en de werking ervan stillegden. Ze lagen samen aan de oorsprong van de “Vereniging van Vlaamse Balies” (de feitelijke voorganger van wat in 2001 de Orde van Vlaamse Balies zou worden).  Het ging niet zozeer om taalkwesties, want de toenmalige Vlaamse Stafhouders spraken en verstonden Frans (wat niet kon gezegd worden van hun Franstalige “homologues”). Het waren vooral de andere vergadercultuur en wat als “fundamenteel” werd beschouwd die ervoor zorgden dat er aan Vlaamse kant een grote behoefte was om een eigen weg te gaan.

Intussen zijn er twee onafhankelijke regionale ordes. Er is onderling overleg, maar soms blijft de afstand zeer groot. Dat bleek recent bijvoorbeeld in soms politiek geladen thema’s als het wetsontwerp over de woonstbetreding, maar ook over de wijze waarop de advocatuur moet investeren in de digitalisering in justitie. Het blijft ook nu nog zo dat gesprekken tussen de besturen van de communautaire ordes best in het Frans verlopen, wil men enigszins de zekerheid hebben dat alle deelnemers verstaan wat er wordt gezegd (wie de jonge studenten bezig hoorde, mag denken dat dit op termijn zal veranderen). Maar mekaar verstaan mag dan wel een noodzakelijke maar niet een voldoende voorwaarde zijn om mekaar ook te (willen) begrijpen. Dat is hier overigens een loutere vaststelling, zonder enige andere connotatie. Ook de advocatuur ontsnapt niet aan de realiteit van dit land en dus ook over justitie wordt aan beide kanten van de taalgrens vaak verschillend gedacht.

Maar ik kom toch nog even terug op de studentenuitwisseling. Eén van de enthousiaste duo’s was aanstekelijk positief. Ik heb het niet gecontroleerd, maar het zou me niets verbazen als die studente van de KUL met die student van de UCL hand-in-hand de aula zijn buiten gestapt, trots met hun prijs en hun prille liefde. Want ja, ondanks alle verschillen zullen mensen mekaar blijven ontmoeten en op die manier ook in mekaar geïnteresseerd geraken. Misschien moet er ook binnen de balies wat meer aan uitwisseling worden gedaan, al was het maar om te vermijden dat we elkaar binnenkort niet alleen niet begrijpen, maar zelfs niet meer verstaan.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

2 Comments

  • Wat doen advocaten op Europees niveau als ze zich al niet op het kleine Belgische niveau met elkaar kunnen verstaan? Of is het simpeler om te onderhandelen tussen 28 lidstaten dan tussen twee en een halve taalgroep? Beseffen deze (meestal ééntalige) advocaten wel hoe voorbijgestreefd ze zijn door de Belgische, Europese en internationale ontwikkelingen ?

Opmerking plaatsen

X