Expertise

Voorzieningen voor risico’s en kosten. Wie volgt nog?

Geschreven door BIBF

Voorzieningen voor risico’s en kosten, die door ondernemingen worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn, worden vrijgesteld onder de voorwaarden die de Koning bepaalt. Of zo kennen we de bepaling al vele jaren. Recent werden we echter opgeschrikt door de hervorming vennootschapsbelasting, die daar ineens helemaal anders over lijkt te beslissen. In deze uitgave nemen we de lezer mee in de bepalingen van de voorzieningen voor risico’s en kosten. Wat kan nog? En wat moeten we vanaf nu beter laten?

Boekhoudkundig

Het principe van de voorzieningen voor risico’s en kosten vindt haar oorsprong in de boekhoudregels. Volgens de bepalingen van het Artikel 50 KB/W.Venn. vertonen voorzieningen voor risico’s en kosten twee kenmerken.

Enerzijds moeten de voorzieningen voor risico’s en kosten duidelijk omschreven zijn. Algemene forfaitaire percentages worden niet aanvaard. Ook algemene of onnauwkeurig omschreven risico’s en kosten zijn niet toegelaten. Het algemene feit dat er mogelijks wel eens een kost zou kunnen voortvloeien uit een gebeurtenis is niet voldoende. Dit is ook te lezen in de adviezen nummers 107/2 en 107/4 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

Ten tweede staat het bedrag van de voorzieningen voor risico’s en kosten nog niet vast. Van zodra een kost zeker is, moet die volgens het boekhoudkundige voorzichtigheidsprincipe namelijk al onmiddellijk als een kost worden opgenomen in de resultatenrekening en als dusdanig ook als een schuld worden geboekt op een tegenrekening (Cass. 2 februari 1990, F.J.F., nr. 90/53).

Bovendien heeft de term ‘voorziening’ enkel betrekking op risico’s en kosten, niet op actiefbestanddelen. Waardecorrecties op actiefbestanddelen mogen niet als voorziening worden aangelegd, hiervoor dient men de techniek van de waardeverminderingen toe te passen.

Van zodra echter op het einde van het boekjaar de voorziening hoger blijkt te zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, moeten de voorzieningen verplicht worden teruggenomen tot op het niveau dat aannemelijk is.

Fiscaal

Fiscaal is het echter een ander verhaal. In eerste instantie maken voorzieningen voor risico’s en kosten deel uit van de belastbare basis van de vennootschap. Dat wil dus zeggen dat er principieel wordt vanuit gegaan dat voorzieningen niet aftrekbaar zijn. Zo staat te lezen in artikel 25, 5° WIB 1992.

In artikel 48 WIB 1992 wordt hierop echter een uitzondering gemaakt. Bepaalde voorzieningen voor risico’s en kosten, die door de onderneming worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn, worden vrijgesteld onder de voorwaarden die de koning bepaalt (Luik 24 mei 2000). De voorwaarden worden bepaald in de artikelen 22 tot 27 van het KB/WIB 1992. Analoog met de boekhoudkundige verwerking moet het effectief gaan om risico’s of kosten die waarschijnlijk zijn. Van zodra de kost zeker is, moet deze kost onmiddellijk in het resultaat worden opgenomen.

Het doel van deze bepalingen is om een belastingvrije voorziening te kunnen aanleggen als anticipatie op de aftrek van een beroepskost, omdat deze last nog niet het karakter heeft van een zekere en vaststaande schuld, maar wel waarschijnlijk is. Het is met andere woorden een fiscale aftrek in een belastbaar tijdperk voor het belastbare tijdperk waarin de kost effectief zal worden gedragen. Dit is een uitzondering op het annualiteitsbeginsel uit artikel 49 WIB 1992 (Gent, 16/06/1994, VAN HOUTTE, J. Beginselen van het Belgisch belastingrecht. Gent, Story-Scientia, 1979, nr. 270, 277; STULEMEYER, H., Toepassing van art. 48 WIB92, A.F.T., 1995, 26-28). De kosten waarvoor voorzieningen worden aangelegd, verschillen in wezen van normale kosten omdat de kosten waarvoor voorzieningen worden aangelegd, hun oorsprong vinden in voorgaande belastbare tijdperken en daardoor dus slechts waarschijnlijk zijn.

Hoewel de uitgangspunten principieel verschillen, zien we dat door de fiscale uitzondering de algemene principes toch min of meer gelijklopen tussen het fiscale en het boekhoudrecht. Tot slot moeten we er uiteraard rekening mee houden dat om de voorzieningen voor risico’s en kosten fiscaal in rekening te kunnen brengen, er wel een formele voorwaarde voldaan moet zijn, namelijk het formulier 204.3 moet correct ingevuld en meegestuurd zijn met de aangifte vennootschapsbelasting. Dit op straffe van verval. Is het formulier 204.3 niet correct ingevuld of meegestuurd, mag de administratie de voorziening weigeren en daardoor dus als een belaste voorziening aanzien.

Voorbeelden

[…]

Geïnteresseerd in het vervolg van deze bijdrage?

Dit artikel van dhr. Roel Van Hemelen is eerder verschenen in het tijdschrift “Pacioli” (nr. 480).

U kan het volledige artikel integraal raadplegen via de website van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF).

Roel Van Hemelen, Belastingconsulent TaxQuest.


In mei verscheen de nieuwste editie van de BIBF Codex, het meest volledige en actuele wetboek voor boekhouders(-fiscalisten).
Meer informatie over de inhoud en bestelmogelijkheden van de BIBF Codex 2019 vindt u op KnopsBooks.com.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X