Rechtuit

Wanneer de overheid de factuur van de advocaat betaalt of er zich mee wil moeien

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Vorige zaterdag kondigde de regering aan dat er een akkoord was over de begrotingscontrole. De minister van justitie kon een zegebulletin verzenden richting balie, want de juridische tweedelijnsbijstand (de zogenaamde “pro deo”) krijgt een budgetverhoging en het budget stijgt met 16 miljoen euro (het initiële voorziene budget bedroeg 75 miljoen euro). Die verhoging was al enige tijd geleden door de minister beloofd, maar het kwam in deze budgettair barre tijden voor velen toch nog als een verrassing.

De bijstand aan minvermogenden is van oudsher een taak van de balie. De oudere advocaten herinneren er soms nog aan dat “in hun tijd” (lang vervlogen) pro deo ook betekende dat de advocaat helemaal niets verdiende. Die tijden liggen al geruime tijd achter ons, al was het een trieste traditie dat de advocaten die zich in de juridische tweedelijnsbijstand engageerden het vaak met een schamele vergoeding moesten stellen. Ook de verdeling van de vergoedingen was lange tijd voorwerp van kritiek. Sinds 1 september 2016 is er een nieuw systeem in voege, waarmee men beoogt om de forfaitaire vergoeding meer af te stemmen op het reëel geleverde werk (en niet zozeer op de aard van de procedure). Die hervorming zorgde binnen de advocatuur hier en daar voor gemor, maar er werd ook zalvend een verhoging van de vergoeding in het vooruitzicht gesteld. En zowaar lijkt die belofte realiteit te worden. Natuurlijk is die vergoeding nog niet marktconform en in vergelijking met Nederland laag, maar toch is het een grote stap vooruit in de herwaardering van dit aspect van de juridische dienstverlening. Het is ook voor de rechtzoekende een goede zaak dat ze worden bijgestaan door onafhankelijke advocaten.

De overheid speelt ook in andere segmenten van de advocatuur een belangrijke rol. Zo voorziet de wet dat curatoren advocaat moeten zijn, al zal er met de invoering van boek XX van het Wetboek van Economisch Recht ook een nieuw soort curator ontstaan (met name wanneer een beoefenaar van een vrij beroep failliet zal gaan zal er naast een advocaat ook een tweede curator worden aangesteld, afkomstig van dezelfde beroepsgroep als de gefailleerde). In de marge van deze toch wel grondige hervorming van het faillissementsrecht zit er blijkbaar tevens een nieuw vergoedingssysteem voor de curatoren in de pijplijn. De curator is een gerechtelijk mandataris en zijn vergoeding wordt bij Koninklijk Besluit vastgelegd. Ook hier wil de overheid de vergoeding meer laten afstemmen op de werkelijk geleverde prestaties. Toch klinkt er ook daar gemor, onder meer omdat de kostenvergoedingen anders zouden worden berekend. De advocaat die curator is heeft een onafhankelijk statuut, maar is als gerechtelijk  mandataris natuurlijk ook afhankelijk van de overheid, die in zekere zin zijn opdrachtgever is.

De overheid heeft nog andere sluimerende plannen. Wie als patiënt naar de arts gaat, betaalt slechts het remgeld. De meeste burgers staan er niet eens meer bij stil dat het grootste deel van de factuur door de overheid wordt betaald. Wie als particulier naar de advocaat gaat, moet zelf de volledige prijs ophoesten (tenzij hij onvermogend is en beroep kan doen op de juridische tweedelijnsbijstand). Voor steeds meer burgers is dat een hinderpaal om een procedure te starten. De minister van justitie wil daar iets aan doen, maar er is geen budgettaire ruimte om een analoog systeem als de terugbetaling uit de geneeskunde in te voeren. Hij werkt al enige tijd aan een plan om de burgers aan te zetten zich voor juridische geschillen te verzekeren en wil dat aantrekkelijk maken door de premies gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar te maken. Om alles “verzekerbaar” te houden, komt dan meteen ook de vraag op tafel wat een advocaat mag verdienen. Of beter gezegd, hoe voorspelbaar de kost van de advocaat daarbij is. Dat zorgde in het verleden voor verhitte discussies tussen de minister van justitie, de verzekeringssector en de balie. Net nu het thema wegens al die meningsverschillen van de politieke agenda leek te zijn afgevoerd (want te ingewikkeld), komt het nu terug op tafel. De overheid lijkt af te stappen van de initiële bedilzucht, maar het blijft wachten op de concrete plannen.

Advocaten zijn beoefenaars van een vrij beroep. Dat belet de overheid echter niet om op steeds meer domeinen en soms op sluipende wijze te reguleren.  Het geeft aan dat ook op dit punt de tijden aan het veranderen zijn.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Opmerking plaatsen

X