Expertise

Wat als je eerder overlijdt dan je zorgenkind?

Geschreven door Johan Verstraete

Als ouder van een zorgenkind maak je je vaak meer ongerust over de zorg voor de persoon van je kind met een beperking dan over de louter financiële kwesties. Vooral de vraag wie de zorg op zich zal (willen) nemen van je kind als jij er niet meer zal zijn of niet meer in staat zal zijn de zorg voor je kind op te nemen. Zal iemand van de andere kinderen bereid zijn om je hulpbehoevende kind op te vangen, zal je kind de aangepaste zorg krijgen ook wanneer zijn toestand verergert, zal het nog van iemand affectie krijgen? Deze en zoveel vragen waarop je vaak geen geruststellend antwoord kan krijgen.

Wie zal de verzorgingstaak van ons overnemen?

Voordat je iemand aanspreekt om de taak van ondersteuning en begeleiding voor je kind met een beperking op te nemen moet je, ook voor jezelf, duidelijk maken wat je van de verzorger verwacht. Veel zal natuurlijk afhangen van de soort en de graad van de aandoening. Zo kan voor het ene kind gedacht worden aan een vorm van begeleid wonen terwijl voor het andere kind de opname in een gespecialiseerde instelling een absolute noodzaak is. Het ligt voor de hand dat je als ouder vooraf overleg pleegt met de persoon die je taken tegenover je kind zal overnemen voor het geval je daar zelf niet meer kunt voor instaan. Niet iedereen staat daarvoor te dringen. Gelukkig bestaan er heel wat verzorgingsinstellingen die heel mooi werk leveren en waar het personeel het beste van zichzelf geeft. Daarnaast worden ook privé-initiatieven genomen en verenigingen opgericht die mensen helpen bij de uitvoering van dagdagelijkse taken, die contacten leggen, even de taken van de verzorger overnemen, meedenken, begeleiden… (bijvoorbeeld de VZW LUS).

In afwachting van een ‘definitieve’ afspraak met een mogelijke verzorger kun je als ouder wel je voorkeur te kennen geven voor een eventueel aan te duiden bewindvoerder en/of vertrouwenspersoon. Die voorkeur geef je te kennen door een verklaring af te leggen voor de vrederechter of voor de notaris. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in een centraal register, beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. In die verklaring van voorkeur kun je ook een aantal beginselen laten opnemen die de bewindvoerder zal moeten in acht nemen bij de uitoefening van zijn opdracht.

Bekijk je huwelijkscontract – regel je nalatenschap

Je doet er als ouder goed aan om een aantal schikkingen te treffen in verband met uw toekomstige nalatenschap. Doe je niets dan ontstaat er bij je overlijden normaliter een onverdeeldheid tussen uw zorgenkind en uw overige erfgenamen. De liquidatie van zulke onverdeeldheid veronderstelt dan dat al je erfgenamen hierbij een aantal pleegvormen moeten in acht nemen en dat de afhandeling moet gebeuren onder toezicht van de vrederechter. Worden er onroerende goederen verdeeld onder de erfgenamen dan zijn zij hierop het verdeelrecht verschuldigd. Bedeelt men aan het zorgenkind een goed toe dat fiscaal belastbare inkomsten oplevert dan komt dit inkomen in mindering van de tegemoetkomingen waarop hij normaal recht had. Het zal wellicht ook niet de bedoeling zijn dat je kind wordt opgezadeld met moeilijk te beheren of kostenverslindende eigendom.

Je kan in bepaalde gevallen de onverdeeldheid vermijden maar dit heeft dan wel zijn prijs. Veronderstel dat je gehuwd bent onder een stelsel van gemeenschap dan kan je deze gemeenschap via een verblijvingsbeding in een (wijziging) huwelijkscontract toebedelen aan de langstlevende van de beide echtgenoten. Bij uw overlijden ontstaat dan nog enkel een onverdeeldheid voor de eigen goederen die je nalaat. Voor die goederen kan je een testament maken waarbij je zelf bepaalt welke goederen je aan wie toewijst. Je hebt de goederen dan zelf oordeelkundig verdeeld zodat ook hier geen onverdeeldheid ontstaat. De toebedeling van de volledige gemeenschap aan je echtgenote plaatst haar weliswaar in een comfortabele positie ten opzichte van je overige erfgenamen maar omdat dit vermogen niet gefractioneerd wordt is er normaliter een hogere erfbelasting verschuldigd en bij haar overlijden zullen haar erfgenamen nog eens belast worden op het deel van de gemeenschap dat zij van u heeft ontvangen (of wat daarvan overblijft). En wat indien je kinderen had uit een vorige relatie? De toebedeling van de volledige gemeenschap wordt in dit geval dan wel gekwalificeerd als een schenking maar vermits je nu onder het nieuwe erfrecht de helft van je vermogen kan wegschenken aan om het even wie, en al zeker aan je eigen echtgenote, zal je uw eigen kinderen wel ernstig benadeeld hebben en dat was misschien toch niet de bedoeling?

In de plaats van de volledige gemeenschap toe te bedelen aan de langstlevende van de echtgenoten kan je ook overwegen om een ouderlijke boedelverdeling te doen. Dit wil zeggen dat je uw vermogen (of een deel ervan), schenkt en verdeelt onder je kinderen. Om je inkomsten uit uw bezit veilig te stellen kan je het vruchtgebruik op de geschonken goederen voorbehouden voor uzelf en de langstlevende van u beiden. Je stelt zelf de kavels samen en bedeelt ze toe aan de kinderen. Dit heeft het voordeel dat je zelf oordeelkundig kan bepalen welke goederen je best toebedeelt aan je zorgenkind en dat je rekening kan houden met de gerechtvaardigde wensen en noodwendigheden van elk van uw kinderen. Vermits je zelf reeds de kavels hebt toebedeeld zijn deze niet meer in onverdeeldheid tussen uw kinderen en sparen zij ook het verdeelrecht uit.

De schenking-verdeling kan niet alleen betrekking hebben op je eigen goederen maar ook op goederen die afhangen van het gemeenschappelijke vermogen. In dit geval moeten natuurlijk beide echtgenoten hiertoe hun medewerking verlenen. Moeilijk wordt het indien je reeds in onverdeeldheid bent met je kinderen vermits uw rechten op welbepaalde onverdeelde goederen pas zullen blijken uit de verdeling die nog moet gebeuren. De nieuwe erfwet heeft het de partijen en de notaris nog moeilijker gemaakt dan voorheen om een ouderlijke boedelverdeling bij akte onder de levenden door te voeren. De Wetgever is uitgegaan van de betwistbare opvatting dat de ouderlijke boedelverdeling onder de levenden eigenlijk een overeenkomst is over een niet opengevallen nalatenschap. Dit is betwistbaar omdat enkel tegenwoordige goederen worden geschonken en verdeeld. Hier is geenszins sprake van schenking van toekomstige goederen of toekenning van louter eventuele rechten. De wet is nu echter zo geconcipieerd zodat wij er rekening mee moeten houden. Dit heeft tot gevolg dat de zware procedure moet gevolgd worden die is voorgeschreven voor de geldigheid van de toegelaten erfovereenkomsten. Je kan natuurlijk ook je goederen onder de kinderen verdelen bij testamentaire ouderlijke boedelverdeling. Vaak zal zich hier ook het probleem stellen dat je over goederen wil beschikken die je slechts in onverdeeldheid bezit. Of de testamentaire ouderlijke boedelverdeling effectief zal zijn zal dan afhangen van het resultaat van de verdeling. De ouder-boedelverdeler kan een verdeling in de door hem gewenste zin niet opleggen aan zijn rechtsopvolgers of mede-echtgenoot, ook niet via een strafbeding, maar niets belet natuurlijk dat de medegerechtigden, gesteld dat zij meerderjarig en bekwaam zijn, achteraf instemmen met de door de ouder-boedelverdeler gewenste verdeling.

Denk aan mogelijke beheerstructuren

Ouders kunnen ook overwegen om de goederen die bestemd zijn voor hun zorgenkind onder te brengen in een of andere structuur zoals een vennootschap, een maatschap of een private stichting om zo ten minste al het probleem van beheer van het vermogen van het kind te regelen.

Vermijd nodeloos hoge erfbelasting

Tenslotte nog dit: als je kind met een beperking later kinderloos overlijdt dan erven in principe je andere kinderen of zelfs verdere verwanten zijn of haar goederen. Ten opzichte van je zorgenkind zijn dat erfgenamen in de zijlijn, hetgeen betekent dat een hoge erfbelasting verschuldigd is. Je kan echter ook werken met een restschenking of een restlegaat. Dat doe je door te bepalen dat wat je aan je kind schenkt of legateert door hem mag opgebruikt worden maar dat wat er bij zijn overlijden overblijft zal toekomen aan je andere kinderen of bij hun vooroverlijden aan hun afstammelingen bij wijze van plaatsvervulling. In dit geval krijgen de andere kinderen deze restgoederen niet van hun broer of zus maar rechtstreeks van de ouder-schenker/testator. Dit heeft tot gevolg dat in dit geval het veel goedkopere tarief ‘rechte lijn’ van toepassing is.

De auteurs:

Johan Verstraete, Erenotaris
Rik Deblauwe, wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien advocaten

Dit artikel is een geactualiseerde herwerking door de auteurs van één van hun bijdragen aan het boek Financiële Zorgvragenuitgegeven door KnopsBooks. Op basis van concrete, uit het leven gegrepen situaties tonen de auteurs vanuit hun respectieve expertise welke financiële, juridische en fiscale instrumenten er bestaan om op de best mogelijke manier met zorgsituaties om te gaan.

Meer info vindt u via Mijnwetboek.be, of download hier meteen uw afdrukbaar bestelformulier.

Opmerking plaatsen

X