Expertise Nieuws

Werkloosheidsuitkering na één dag arbeid

Geschreven door Willy van Eeckhoutte


De Tijd, dinsdag 15 januari 2019, p. 8 

Om virtueel recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, moet men vooraf een bepaalde periode gewerkt hebben. Dat is in België zo, maar ook in andere landen. In die periode, in België wachttijd genoemd, moet de werknemer in beginsel een aantal arbeidsdagen als werknemer hebben gepresteerd (art. 30 Werkloosheidsbesluit).

Wat als die arbeidsdagen van een werknemer zich in het buitenland situeren? Komen die dagen dan in aanmerking om uit te maken of aan de wachttijdvereiste is voldaan?

Belgische werkloosheidsverzekering

In de Belgische werkloosheidsverzekering komt enkel in bepaalde landen verrichte arbeid in aanmerking: er moet daaromtrent een internationaal verdrag met België gesloten zijn. Bovendien moet de werknemer, na de in het buitenland verrichte arbeid, minstens drie maanden als werknemer in België gewerkt hebben (art. 37, § 2, Werkloosheidsbesluit).

Europese regelgeving

De Verordening 88/2004, die steunt op de Europese verdragen, maakt dat arbeid verricht in een van de lidstaten van de Europese Unie in rekening moet worden gebracht. Als de socialezekerheidswetgeving van een lidstaat, zo bepaalt de verordening, voor het ontstaan van het recht op werkloosheidsuitkering voorziet in een wachttijd met arbeidsprestaties, dan moeten de socialezekerheidsinstanties van die lidstaat de periodes van arbeid verricht als werknemer in een andere lidstaat, meetellen om uit te maken of aan de wachttijdvereiste is voldaan. Anders dan Kris van Haver in De Tijd laat uitschijnen, worden periodes van werk in andere landen dus vandaag al “meegeteld voor het recht op een uitkering”.

Wel is daarbij als voorwaarde gesteld dat de betrokkene “laatst”, d.w.z. vlak vóór hij een recht op werkloosheidsuitkering in een lidstaat wil laten gelden, “tijdvakken van werkzaamheden in loondienst” heeft gekend onder de toepassing van de wetgeving van die lidstaat als die dat vereist (art. 61 Verordening 833/2004).

Op België toegepast betekent dit dat de betrokkene minstens drie maanden in België moet hebben gewerkt als werknemer die valt onder de Belgische sociale zekerheid.

De bedoeling van de Europese regel is natuurlijk de mobiliteit van werknemers bevorderen en met name het zoeken naar werk in de verschillende lidstaten te vergemakkelijken (punt 32 van de preambule).

Back to the future

Om de mobiliteit te versterken wil de Europese Commissie de lidstaten nu verplichten de dagen van arbeid verricht in een andere lidstaat hoe dan ook al in aanmerking te nemen na één dag arbeid verricht in de lidstaat waarin men recht op werkloosheidsuitkering wil laten gelden.

Eigenlijk is dat een regel die in België al bestond vóór 1 oktober 2016. Volgens de tot dan geldende versie van artikel 37, § 1, eerste lid, van het Werkloosheidsbesluit werd in het buitenland verrichte arbeid in aanmerking genomen als de werknemer, daarna “tijdvakken van arbeid als loontrekkende heeft vervuld krachtens de Belgische regeling”. Eén dag werd dan ingevuld als “tijdvakken van arbeid”.

Om wat Europees commissaris Marianne Thyssen populistische redenen zou noemen, werden die “tijdvakken” in België met ingang van 1 oktober 2016 opgetrokken van één dag naar drie maanden. De Europese commissie wil nu “de klok terugdraaien”.

Willy van Eeckhoutte

Ook voor vragen over internationale mobiliteit (en werkloosheidsverzekering) kunt u terecht bij SoConsult.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X