Nieuws Rechtuit

Zijn advocaten veelverdieners?

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Er bestaat veel onduidelijkheid over de factuur van de advocaat. In ons land is er geen wettelijk tarief voor de prestaties die een advocaat verstrekt. Er is dus sprake van een vrije markt, waarbij het aanbod en de vraag mekaar in een optimaal evenwicht zouden moeten houden. Er is een grote diversiteit met zeer variërende tarieven. Toch werkt het marktmechanisme niet altijd perfect en het gebrek aan transparantie zorgt nog te vaak voor geschillen.

Advocaten hebben lange tijd zelf hun erelonen bepaald. Dat was gebaseerd op de enige wettelijke bepaling (art 446ter Ger.W.) die bepaalt dat de advocaten zelf door middel van een partijbeslissing bepalen hoeveel ze willen aanrekenen in een zaak. Het betekent dus (in mensentaal) dat advocaten zelf op het einde van een zaak plotsklaps bepalen hoeveel ze willen verdienen. De enige beperking is dat dit moet gebeuren met “billijke gematigdheid”. Wanneer de cliënt een particulier is, moeten de advocaten wel vooraf melden volgens welke methode ze hun ereloon zullen begroten (een vast bedrag, een uurtarief of een gecombineerd systeem met bijvoorbeeld een succes fee). Vanaf 1 december 2020 geldt dat ook ten aanzien van cliënten-ondernemingen, want dan treedt het hoofdstuk “onrechtmatige bedingen” van de wet van 4 april l.l. in werking. Advocaten zullen dus verplicht worden duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop ze hun ereloon berekenen.

De Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone maakte vorige week de resultaten bekend van een enquête waarin gepeild werd naar welk uurtarief hun advocaten hanteren. Het gemiddeld uurtarief zou er €160,12  bedragen (exclusief btw), terwijl dat 10 jaar geleden 14 % lager lag. Bij particuliere cliënten bedroeg dit gemiddeld €126,66 (+ 24 % vergeleken met 10 jaar geleden) en voor een KMO rekent een OBFG-advocaat gemiddeld €161,70 (+ 22 %). Grote ondernemingen moeten gemiddeld €181,11 dokken (+ 18 %). Voor Vlaanderen is het wachten op een nieuwe advocatenbarometer, maar de cijfers zouden best wel vergelijkbaar kunnen zijn.

Bij die cijfers passen enkele kanttekeningen. Een toenemende groep van advocaten hanteert geen uurtarief (meer), omdat hun cliënten andere methodes verkiezen. Sommige ondernemingen willen advocaten niet langer vergoeden in functie van de door hen geleverde uren, maar wel in functie van de meerwaarde die ze bieden bij de oplossing van het geschil. Daarnaast worden steeds meer erelonen niet door de markt, maar door de wetgever bepaald. Dat is nu al het geval voor de juridische tweedelijnsbijstand (nog altijd beter bekend als “pro deo”-advocatuur) en de vergoeding voor gerechtelijke mandatarissen (curatoren, schuldbemiddelaars, bewindvoerders, enz…). Voor die mandatarissen zijn er wettelijke tarieven. Vergeet daarbij ook niet dat de wetgever onlangs de rechtsbijstandsverzekering fiscaal aantrekkelijker heeft gemaakt, binnen zekere door de minister van justitie bepaalde marges (en dus impliciete tarieven).

Betekent dit alles nu dat advocaten veelverdieners zijn? Sommigen twijfelen daaraan. Ze verwijzen daarvoor bijvoorbeeld naar de btw-opbrengsten die voortvloeien uit de door advocaten aan de btw onderworpen prestaties. Voor de Belgische advocatuur bedroeg dat in 2017 €135.197.045. Afgezet tegen het totale aantal advocaten bedraagt dit dus ongeveer €7.000 per advocaat. In de veronderstelling dat elke advocaat 30 % aftrekbare btw heeft (wat royaal gemeten lijkt), werd er dus ongeveer btw per advocaat €9.930 geïnd, wat dan weer betekent dat de gemiddelde jaarlijkse omzet per advocaat ongeveer €47.250 zou bedragen. Ook die cijfers moeten worden genuanceerd, nu er een aantal correctiefactoren moeten worden doorgevoerd (btw-vrijstelling juridische tweedelijnsbijstand, verlegging btw voor curatoren, enz…) en uiteraard moet rekening worden gehouden met de relativiteit van de gemiddelden. Zelfs rekening houdend met al dit voorbehoud zijn dit geen extravagante bedragen. De cijfers over de uurtarieven lijken daarmee in ieder geval gerelativeerd: ofwel zijn ze geflatteerd, ofwel presteren de advocaten weinig “aanrekenbare uren”.

Een grondige bezinning over het “verdienmodel” van de “gemiddelde” advocaat is wel op zijn plaats. Het is trouwens geen typisch Belgische bekommernis, nu ook in onze buurlanden wordt nagedacht over de wijze waarop advocaten zich in de markt moeten positioneren en hoe ze zich moeten laten vergoeden. Advocaten zullen daarbij steeds vaker worden geconfronteerd met de vraag welke vergoeding de cliënt nog bereid is te betalen voor de prestaties van een advocaat. De juridische dienstverlening wordt daarbij steeds vaker de speelbal van grillige wetgeving en een niet altijd bijdetijdse justitie, die maakt dat procedures steeds onvoorspelbaarder en complexer worden. Een groter wordende groep mijdt onzekerheid en risico’s en wil daarvoor zelfs haar rechtmatige belangen aan de kant schuiven. Dat zou voorwerp van grondige bezinning moeten zijn.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

1 Comment

  • Het is in ieder geval hoogste tijd dat (nog?) meer advocaten beginnen nadenken over hun prijsstrategie…

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X