Expertise

Burn-out en depressie in de advocatuur: feit of fictie?

Geschreven door Jubel

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Orde van Vlaamse Balies mocht ik de OVB-studentenprijs in ontvangst nemen voor mijn masterproef. Deze handelt over de socialezekerheidspositie van advocaten die geconfronteerd worden met een burn-out, depressie of CVS. In wat volgt, zal ik trachten op een beknopte wijze de inhoud van mijn masterproef weer te geven. Binnen dit bestek zal ik enkel ingaan op burn-out en depressie. Voor de regels eigen aan CVS, wordt verwezen naar de tekst van de masterproef zelf.

Zeg niet burn-out tegen een depressie (of omgekeerd)

Eerst en vooral is het belangrijk te weten wat dient te worden begrepen onder “burn-out” en “depressie”. Hoewel een burn-out kan gepaard gaan met depressieve symptomen, zijn burn-out en depressie twee van elkaar verschillende aandoeningen. Een burn-out is namelijk een energiestoornis, terwijl een depressie een stemmingsstoornis is.

Volgens de klassieke definitie van Christina Maslach wordt een burn-out gekenmerkt door drie pijlers. Ten eerste is er de emotionele uitputting: je voelt je emotioneel overbelast, hebt onvoldoende energie om de dag door te komen en hebt het gevoel dat die energie op geen enkele wijze kan worden aangevuld.

Een tweede kenmerk is depersonalisatie en heeft betrekking op de houding ten aanzien van jouw omgeving. Dit impliceert een negatieve, cynische, overmatig afstandelijke omgang met andere mensen. Ten derde wordt ook een vermindering van het vertrouwen in het eigen “kunnen” waargenomen alsook een vermindering van de productiviteit op het werk.

Een depressie daarentegen wordt gekenmerkt door een sombere gemoedstoestand en het verlies van levensvreugde. Er bestaan tal van verschillende soorten depressies, die elk hun eigen specifieke kenmerken hebben.

Burn-out, depressie en de advocatuur

Vooraleer dieper in te gaan op het socialezekerheidsstatuut van een advocaat met een burn-out of depressie, stelt zich de vraag in welke mate er nood is aan dergelijk statuut. Doen burn-out en depressie zich daadwerkelijk voor in de advocatuur of zijn deze aandoeningen vreemd aan deze beroepscategorie?

Om hierop een antwoord te vinden, werden 1148 advocaten, die werkzaam zijn in Groot-Gent, uitgenodigd om deel te nemen aan een enquête. Deze liet toe de symptomen van een burn-out of depressie te detecteren en peilde eveneens naar de mening van de deelnemers omtrent het onderwerp en de bestaande maatregelen.

In totaal vulden 183 respondenten de vragenlijst omtrent burn-out in. Hiervan voldeden tien deelnemers (oftewel 5,46%) aan de criteria om te spreken van een burn-out. Op basis van de verzamelde achtergrondinformatie kon ook een risicoprofiel worden opgemaakt van de personen die het meest kwetsbaar zijn voor burn-out.

Zo behoort minstens de helft van de risicogroep tot het vrouwelijke geslacht, is de helft tussen 21 en 30 jaar oud en zijn vier van de tien risicopersonen advocaat-stagiair. Daarnaast heeft ook de werkdruk een duidelijke invloed: de deelnemers die tot de risicogroep behoren, werken allen (op één persoon na) wekelijks 41 uur of meer. Tot slot bleek dat de risicopersonen voornamelijk werkzaam waren in het verbintenissenrecht, economisch recht, handelsrecht en personen- en familierecht.

Vervolgens werd een gelijkaardige analyse gemaakt voor depressie. Dit onderdeel van de enquête werd door 175 advocaten ingevuld, waarvan 51 respondenten (oftewel 29,14%) symptomen van een depressie vertoonden. Het risicoprofiel is gelijkaardig aan dat van burn-out, zij het dat het aantal personen tussen 21 en 30 jaar oud lager ligt en bijgevolg ‘slechts’ 25% van de risicogroep advocaat-stagiair is. De risicopersonen zijn voornamelijk werkzaam in het personen- en familierecht en het verbintenissenrecht.

Burn-out, depressie en de sociale zekerheid

Als zelfstandige dient een advocaat in geval van burn-out of depressie een beroep te doen op de ziekteverzekering. De wettelijke ziekteverzekering voorziet (vooralsnog) geen terugbetaling van een bezoek aan een psycholoog, wel van de prestaties van een psychotherapeut, maar enkel indien deze laatste een psychiater is.

Sinds 1 januari 2012 is iedere aangeslotene bij een ziekenfonds echter verplicht eveneens een bijdrage te betalen voor de aanvullende ziekteverzekering. Op basis hiervan kan eventueel alsnog een terugbetaling worden bekomen. Er bestaan echter heel wat verschillen tussen ziekenfondsen onderling. De scriptie zelf bevat een schematisch overzicht, dat per ziekenfonds weergeeft of en in welke mate in een tussenkomst wordt voorzien. Desalniettemin, op enkele uitzonderingen na, moet de patiënt in geval van een tussenkomst nog steeds zo’n 80% van de kosten zelf dragen.

Wat de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betreft, ontving de advocaat op het ogenblik van het schrijven van mijn masterproef gedurende de eerste maand arbeidsongeschiktheid geen vervangingsinkomen. Intussen is deze termijn teruggebracht naar twee weken – wat zeker en vast een vooruitgang is -, maar dit neemt niet weg dat de advocaat op heden nog altijd tegen een niet-vergoedbare periode van veertien dagen moet opkijken. Bovendien is het vervangingsinkomen voor zelfstandigen niet bijzonder groot: de advocaat moet rondkomen met een bedrag dat nauwelijks of niet het bedrag van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen bereikt.

Bijgevolg is een aanvullende verzekering aangewezen, maar ook daar stellen zich problemen. Zo voorziet de collectieve verzekering gewaarborgd inkomen Prevoca pas in een tussenkomst na een wachttijd van 24 maanden in geval van burn-out of depressie (“psychische ziekten”). Gelet op het feit dat een burn-out gemiddeld zes maanden duurt, is deze verzekering dus een lege doos.

Aanbevelingen aan de Orde van Vlaamse Balies

Ter afronding van mijn masterproef heb ik zes aanbevelingen geformuleerd aan de Orde van Vlaamse Balies over de manier waarop in de toekomst met burn-out kan worden omgegaan en hoe dit kan worden tegengegaan.

Zo moeten onder meer de verzekeringsvoorwaarden van de collectieve verzekering gewaarborgd inkomen Prevoca herbekeken worden, waarbij de wachttermijn van 24 maanden moet verdwijnen, zodat de verzekering een volwaardige dekking biedt in geval van burn-out.

Daarnaast wordt ook voorgesteld een permanente psychologische bijstand te organiseren, als aanvulling op het reeds bestaande “Rehalto Luistert”. Dit is een telefoonlijn via dewelke advocaten 24/7 een gratis telefoongesprek kunnen hebben met een psycholoog en gedurende vijf uren per jaar een gesprek kunnen hebben in de praktijk van de psycholoog. De bedoeling van het voorgestelde systeem is dat advocaten steeds en onbeperkt een afspraak kunnen maken met een psycholoog en dit dus niet langer begrensd is.

Een ander belangrijk werkpunt is de informering van advocaten over het onderwerp. Uit het empirisch onderzoek is namelijk gebleken dat tal van advocaten weinig tot niets weten over het onderwerp en hierover graag zouden worden geïnformeerd. Dit is eveneens belangrijk omdat er nog veel misvattingen bestaan over burn-out. Velen beschouwen een burn-out namelijk als een teken van ‘zwakte’, terwijl het juist de meest gedreven en perfectionistische personen zijn die hieraan ten prooi vallen. Of zoals A. Pines zei: “In order to burn out, one has to first be ‘on fire’”. Het zou dan ook een verlies voor de advocatuur betekenen mochten juist die mensen hierdoor de uitgang van het beroep vinden.

Kirsten Van de Steen

Meer resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden in de masterproef zelf, die integraal kan worden geraadpleegd via deze link.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X