Nieuws

De lokroep van de arbeidsarts

Geschreven door Willy van Eeckhoutte

Kom eens naar mijn (dokters)kamer

Het is juist dat de wet niet voorziet in een specifieke sanctie voor de werknemer die nalaat of weigert gevolg te geven aan een “oproep” van de preventieadviseur-arbeidsarts*. Iets dergelijks staat niet in de artikelen art. I.4-72 t.e.m. 82 van de Codex over het welzijn op het werk, die het re-integratietraject uitwerken van een werknemer die het overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet kan uitoefenen.

Maar artikel I.4-78 van dezelfde Codex bepaalt wel dat de werknemers, zoals overigens ook de werkgever, moet meewerken aan het vlot verloop van het re-integratietraject om de slaagkansen van de re-integratie te bevorderen. De eerste stap daartoe lijkt in ieder geval te zijn: ingaan op de “uitnodiging tot een re-integratiebeoordeling” van de preventieadviseur-arbeidsarts, termen die de Codex gebruikt (art. I.4-73, § 3, 1ste lid). Geen gevolg geven aan de uitnodiging maakt een re-integratietraject onmogelijk en zou dan ook als een fout kunnen worden aangemerkt.

Het is juist dat de werknemer die wel op de uitnodiging ingaat, het risico loopt dat de preventieadviseur-arbeidsarts oordeelt dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten en niet in staat bij de werkgever enig aangepast of ander werk uit te voeren (art.  I.4-73, § 4, 1ste lid, c, Codex over het welzijn op het werk). In dat geval zou de werkgever inderdaad kunnen inroepen dat overmacht hem bevrijdt van zijn tewerkstellingsverplichting en dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt (art. 32, 5°, Arbeidsovereenkomstenwet). Het valt echter te betwijfelen dat dit een rechtvaardigingsgrond is om een eventueel re-integratietraject onmogelijk te maken door geen gevolg te geven aan een oproep daartoe.  Als de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer definitief ongeschikt verklaart voor het overeengekomen werk, kan die daartegen immers beroep aantekenen (art. I.4-80 Codex over het welzijn op het werk). En het re-integratieproject aan het vlotte verloop waarvan de werknemer verplicht is mee te werken, neemt bij definitieve ongeschiktheid pas een einde na uitputting van de beroepsmogelijkheden (art. I.4-76, § 1).

Neen, dank u. En dan?

Welke maatregel kan de werkgever, bij ontstentenis van een specifieke sanctieregeling in de Codex, nemen als hij de weigering van de werknemer als een fout beschouwt?

Hij kan “alsnog een ontslag wegens overmacht in gang zetten” zou Kris De Meester van het VBO volgens De Tijd hebben gezegd. Als het juist is (dat hij dit gezegd heeft), is het fout (wat hij gezegd heeft). Om twee redenen.

Vooreerst is overmacht geen vorm van ontslag. Bij het inroepen van (al dan niet “medische”) overmacht, neemt de arbeidsovereenkomst geen einde door een eenzijdige wilsuiting – zeg maar: ontslag – uitgaande van de werkgever, maar door de overmacht zelf (art. 32, 5°, Arbeidsovereenkomstenwet). Bij ontstentenis van een ontslag is ook geen ontslagvergoeding verschuldigd is.

Bovendien bepaalt de Codex expliciet dat zolang geen definitieve beslissing omtrent de arbeidsgeschiktheid van de werknemer genomen is, de definitieve arbeidsongeschiktheid niet bewezen is (art. 68, § 3). Dat de werknemer het nemen van dergelijke beslissing onmogelijk heeft gemaakt door niet in te gaan op een uitnodiging van de preventieadviseur-arbeidsarts, verandert daaraan niets.

Conclusie

Niet naar de preventieadviseur-arbeidsarts gaan die de werknemer uitnodigt voor een re-integratiebeoordeling, kan enkel worden “bestraft” als een tekortkoming aan de verplichting tot medewerking aan het re-integratietraject.

*Het is niet omdat de Codex over het welzijn op het werk nog van arbeidsgeneesheer spreekt, dat wij (en De Tijd) dit slechte voorbeeld moeten volgen.

Willy van Eeckhoutte

Meer lezen van deze auteur?

Opmerking plaatsen

X