Rechtuit

Deontologie, iets voor losers? En hoe zit dat bij de politici?

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

De pas verkozen tijdelijke voorzitter van het Vlaams Parlement nam op de Vlaamse feestdag al meteen ontslag na een persbericht in P-Magazine, gespecialiseerd in vrouwelijk schoon en smeuïge verhalen. Hij zou een federale minister hebben ingeschakeld om een dossier uit zijn politiek dienstbetoon te bespoedigen (de tijd dat politici zich daarvoor ombudsman noemden lijkt ook al lang vervlogen). In de media werd al snel geconcludeerd dat dit deontologisch niet door de beugel kon.

Deontologie is een begrip dat vele ladingen dekt en geschreven – maar ook ongeschreven – kwaliteitsregels bevat. Het gaat meestal ook over normen die door de beroepsgroep zelf worden opgesteld én gecontroleerd. Zo heeft de raad voor de journalistiek (die, toegegeven, niet uitsluitend uit journalisten bestaat) een deontologische code uitgewerkt voor kwaliteitsvolle journalistiek. De niet-naleving ervan betekent niet noodzakelijkerwijze dat er meteen een beroepsfout is gemaakt, maar het maakt wel dat de journalist niet kwaliteitsvol heeft gehandeld. De raad voor de journalistiek kan enkel vaststellen dat er een inbreuk is op de code, wat in journalistenmiddens als een blaam wordt beschouwd. Zo voorziet de code onder meer dat journalisten “woord en wederwoord” moeten respecteren. Van dat wederwoord is in het artikel in P-Magazine alvast niets te merken, want het was ver zoeken naar een reactie van de betrokken politicus. Indien de journalist zich scrupuleus aan de deontologische regel van het wederwoord had gehouden had zijn “scoop” natuurlijk niet hetzelfde effect gehad. Deontologie is iets voor losers, moet hij gedacht hebben.

Ook de intussen al vervangen parlementsvoorzitter werd verweten niet deontologisch te hebben gehandeld. In bepaalde media werd gesuggereerd dat hij inbreuk pleegde op de “deontologische code van de Vlaamse volksvertegenwoordiger inzake dienstverlening aan de bevolking”.  Zo voorziet artikel 20 van die code: “Bespoedigingstussenkomsten, waarbij volksvertegenwoordigers een administratieve of gerechtelijke procedure proberen te versnellen in dossiers die zonder die tussenkomst weliswaar een langere verwerkingsperiode, maar toch ook een gunstig gevolg zouden krijgen, zijn dus niet toegestaan. Het bespoedigen van het dossier van de ene houdt immers automatisch het vertragen van de behandeling van andere dossiers in, wat een vorm van favoritisme is. Rechtmatige en gemotiveerde tussenkomsten binnen het wettelijke kader zijn toegestaan”. Krachtens art. 35 kan de deontologische commissie bij een inbreuk enkel maar een “publieke blaam” opleggen. De code laat bovendien nog ruimte voor allerhande discussies en zo stellen sommigen zich de vraag of die code wel toepasselijk is als een Vlaams parlementslid contacten legt met een federaal minister. Als er daarover ooit een discussie wordt gevoerd, zal de burger er niets van begrijpen en de kans bestaat dat hij de hele politieke klasse als losers wegzet.

Indien we deontologie zouden omschrijven als een geheel van fatsoensnormen binnen een bepaalde beroepsgroep, wordt het misschien tijd dat de ganse politieke elite van dit land zichzelf eens in de deontologische spiegel gaat bekijken. Zou de eerste regel van politiek fatsoen niet zijn er alles aan doen om binnen de kortste keren een regering te vormen?  De politici mogen dan wel zeggen dat de kiezer de kaarten moeilijk heeft gelegd en al onze regeringen – ondanks de in de grondwet vastgelegde verklaring dat het om een federaal land gaat –  met elkaar gelinkt zijn, ze zijn het aan zichzelf verplicht om de uitvoerende macht samen te stellen. Dat het moeilijk is, mag geen excuus zijn. Het is allicht in deze voor justitie besmeurde tijden geen sympathieke vergelijking, maar de rechterlijke macht (de derde macht) is altijd verplicht uitspraak te doen. Een rechter kan niet zeggen dat hij geen vonnis wil uitspreken omdat de zaak te moeilijk is. Wie als rechter geen beslissing neemt wanneer hem dat werd gevraagd, bezondigt zich aan rechtsweigering (artikel 5 van het gerechtelijk wetboek zegt duidelijk: “Er bestaat rechtsweigering wanneer de rechter weigert recht te spreken onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid van de wet”.) Een magistraat die deze regel niet naleeft, riskeert tuchtstraffen.

Wat te denken van politici die onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid van het oordeel van de kiezer weigeren om een regering te vormen? Voor vele burgers is dat minstens een inbreuk op de deontologie van de politicus.

Wat maakt dat rechters toch tot beslissingen komen (al is de kwaliteit soms bedenkelijk en duurt het vaak lang), in tegenstelling tot onze politici? Is het misplaatst om te zeggen dat rechters geholpen worden, want ze krijgen juridische argumenten aangereikt van de advocaten van partijen? Misschien moeten er toch meer advocaten zich bezighouden met de politiek.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.