Nieuws Rechtuit

Een snelle wet en hup, iedereen is nu plots een beetje consument!  

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

De Minister van Justitie had een strak plan: hij wilde het ondernemingsrecht hervormen. Hij slaagde erin drie wetten te laten stemmen: het nieuwe insolventierecht (waardoor bijvoorbeeld ook vrije beroepen failliet kunnen verklaard worden), de afschaffing van “de handelaar” die werd vervangen door “de ondernemer” (waarbij ook alle vrije beroepen tot die categorie behoren) en als sluitstuk de recente goedkeuring van het nieuwe wetboek vennootschappen.

Daarmee werden in het Wetboek van Economisch Recht twee grote en van mekaar onderscheiden categorieën afgebakend: enerzijds “de ondernemingen” en anderzijds “de consumenten”. Een eenvormige definitie van het begrip onderneming kon niet, als gevolg van het Europees recht. De consumenten definiëren bleek eenvoudiger. Het is een Europees mantra dat die consumenten per definitie een zwakke contractspartij zijn en dus een bijzondere bescherming nodig hebben, soms met de actieve tussenkomst van de rechter.

Wie dacht dat het daar nu wel even windstil zou worden, komt bedrogen uit. In februari hebben de vroegere meerderheidspartijen een oud wetsvoorstel weer tot leven geroepen en met een boel amendementen een geheel andere richting ingeduwd. Het oorspronkelijke voorstel wilde KMO’s beschermen tegen “misbruik van aanmerkelijke machtpositie” door grotere ondernemingen. Na amendering was ze er ineens: de wet “houdende wijziging van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruik van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen”. De wet blijkt nu over helemaal iets anders te gaan dan de bescherming van KMO’s. Volgens de parlementaire stukken waren die amendementen geïnspireerd door een (geheim gebleven) “ontwerptekst” die door de Minister van Economie werd voorbereid “vooraleer de regering in lopende zaken ging”.

De nieuwe wet is om te beginnen van toepassing op alle ondernemingen (en niet enkel KMO’s). Merkwaardig is dat er nu ook tussen ondernemingen sprake is van “onrechtmatige bedingen” (met een zwarte lijst van verboden bedingen en – alweer een nieuwigheid – een “grijze lijst” van bedingen die vermoed worden nietig te zijn. Kan u nog volgen?). De nieuwe wet, die zonder veel debat in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen snel werd gestemd, vindt nu plots dat “alle” ondernemingen niet weten wat ze ondertekenen en dus bijzondere bescherming moeten genieten. Dat lijkt haaks te staan op de recent onder impuls van de Minister van Justitie goedgekeurde hervorming door hetzelfde parlement. Kan u nog volgen?

Zo voorziet die wet dat een beding dat ertoe strekt de “onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren” nietig is (nieuw art. VI.91/4.2° WER). Dat viseert de partijbeslissing. Het zou dus kunnen betekenen dat advocaten (die ondernemingen zijn) hun ereloon ook ten aanzien van cliënten-ondernemingen niet meer eenzijdig mogen bepalen door een zogenaamde partijbeslissing. Daarmee lijkt art. 446ter Ger.W. plots dode letter te zullen worden, al is daar zeker nog niet het laatste woord over gezegd.

Zo valt er ook te lezen dat het onrechtmatig is wanneer de ene onderneming aan de andere oplegt “op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst”. Betekent dit dat daarmee art. 1348 bis van het Burgerlijk wetboek (recent ingevoegd door de wet van 15 april 2018 en dat stelt : “een door een onderneming aanvaarde factuur levert bewijs op tegen deze onderneming”) vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet buiten werking wordt gesteld? Of wil het – even absurd redenerend – enkel zeggen dat wanneer de onderneming in de algemene voorwaarden de tekst van art. 1348bis B.W. opneemt dat beding dan nietig is? Even terzijde, die wet van 15 april 2018 zal voor de verkiezingen zelf allicht ook nog opnieuw gewijzigd worden door de invoering van het nieuw boek over burgerlijk bewijs (maar de tekst blijft wel dezelfde. Oef, ik hoor u al zuchten).

Ondernemers krijgen nu plots, na de invoering van de nieuwe wet, ook op bepaalde punten de bescherming die tot nu toe enkel voor consumenten was bedoeld. De initiële indieners van het wetsvoorstel wilden enkel KMO’s die bijzondere bescherming geven, maar ze geldt nu voor alle ondernemingen. De wetgever oordeelde in al zijn wijsheid dat “het beoordelen van het onevenwicht in een overeenkomst los staat van de omvang van de onderneming”. Was het niet wijzer geweest een dergelijke copernicaanse revolutie in het ondernemingsrecht te laten voorafgaan door een breed debat? Kan u nog volgen?

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.