Rechtuit

Een “weinig creatieve en weinig reactieve” confrater groet u

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Dinsdagmiddag dropte de Orde van Vlaamse Balies het 654 pagina’s tellende werkstuk dat confrater Patrick Hofströssler en zijn collega-expert Stafhouder Henry net ervoor aan de minister hadden gepresenteerd in de mailbox van iedere advocaat, met de nauwelijks minder dan dwingende hint om “de toekomst van het advocatenberoep” te lezen en van commentaar te voorzien. Het “plan van de experten” was reeds enige tijd geleden aangekondigd en er werd in baliekringen naar uitgekeken.

De tekst bevat een analyse van de toestand van de Belgische advocatuur, waarbij vooral de pijnpunten worden benadrukt in het licht van de internationale en technologische uitdagingen, naast de dwingende noden van veeleisende cliënten. Het mondt uit in 38 voorstellen, waarvan sommige bangelijk gedetailleerd zijn (inclusief ganse wetsvoorstellen) en andere voldoende vaag om nog strategische bochten te kunnen nemen. Het heeft in ieder geval een inhoudelijk hoog niveau. De minister verwacht nu dat de Ordes binnen de drie maanden hierop opmerkingen maken, al is het onduidelijk wat er daarna zal gebeuren.

Precies omdat het werkstuk er kwam op vraag van de minister van Justitie, zal het grondig door de Ordes worden bestudeerd en zullen er allicht een hele reeks van goedkeurende dan wel kritische reacties volgen. Op die opmerkingen wil ik, nu het rapport nog ruikt naar de inkt, niet vooruitlopen. Ik las wel dat het verslag het resultaat is van de “eigen denkoefening” van de auteurs en dus enkel hun persoonlijke visie weergeeft (p. 13).

Hun basisstelling is dat de advocaat moet “excelleren” (bijna op iedere pagina van het verslag, soms ook aangeduid als de vereiste van “uitmuntendheid”). Dat omvat voor hen méér dan een uitstekende kennis van het recht. “De cliënt eist ook een uitmuntende organisatie, een uitmuntende communicatie, een uitmuntende toewijding, een uitmuntende kennis van zijn behoeften, een uitmuntende proactiviteit van de advocaat, en bovendien een uitmuntende dienstverlening” (p. 120). Veel uitmuntendheid dus en tijdens het lezen van het verslag sloeg de paniek bij mij toe.  Ik ben blijkbaar niet meer geschikt als advocaat. Ben ik wel afdoende “hooggeïnformatiseerd” en is mijn “technologische ruggengraat” wel  “hoogperformant en efficïent” (p. 74)?

Maar sta me toe toch nog niet onmiddellijk de oude juridische gewaden af te leggen en mij de vraag te stellen naar wat nu precies de juridische waarde is van het afgeleverde document. Als het enkel de persoonlijke visie weergeeft van de auteurs, zal de minister van Justitie het dan naast zich neer kunnen leggen? De auteurs zijn advocaten, maar ze geven zelf ook aan dat de advocatuur “niet een proactieve stakeholder in het hervormingsdebat is” (p 68). Wie dan wel eigenlijk?

De experten hebben vooraf weinig in hun kaarten laten kijken en nu iedereen voor een voldongen feit geplaatst. Hier is ze, onze mening, moeten ze gedacht hebben. Allicht zullen een aantal van hun voorstellen binnen een brede kring van de advocatuur op gejuich worden onthaald, maar dergelijke orakelende rapporten zorgen niet meteen voor een breed draagvlak. Het valt overigens op dat het rapport geïnspireerd is op dat van de Parijse advocaat Kami Haeri  (die een vergelijkbare opdracht kreeg van de Franse minister van Justitie). Enkele uren na de publicatie ontvingen de auteurs van hem al felicitaties via Twitter. Jammer wel dat de Nederlandse rapporten over hetzelfde thema (o.m. het rapport o.l.v. Leliveld of dat van ter Voet en Beenakkers over de toekomst van juridische beroepen) geheel onvermeld zijn. Het licht schijnt niet enkel in Parijs.

De kritiek op de advocatenordes is snoeihard, omdat die “steeds” reactief en “negatief” reageren (in het Frans staat wel “de plus en plus”, wat “steeds meer” betekent en dus niet altijd) en “zelden of nooit proactief en positief” (p. 66). De Orde weegt ook niet op het maatschappelijk debat (p. 65), wat niet door iedereen zal onderschreven worden. En nog dit: het bestuur van de advocatuur is zo versnipperd dat het de balie “weinig creatief en weinig reactief maakt” (p.116). Het zijn dus niet mijn woorden, maar deze van een gewezen voorzitter van de OBFG en een oud-bestuurder van de OVB.

Het rapport is kritisch en houdt de advocatuur een spiegel voor. Het zal zeker debat uitlokken. Er worden immers controversiële stellingen geponeerd, soms met een hoog “self fulfilling prophecy”-gehalte, want mogelijke kritiek wordt nu al weggezet als “conservatief gedachtegoed” (p 111). Toch verdient het rapport te worden gelezen en moet er over worden gedebatteerd, om alzo draagvlak te doen ontstaan voor een aantal zeer waardevolle voorstellen.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Het rapport is te raadplegen via deze link.

Opmerking plaatsen

X