Nieuws Rechtuit

Het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen. Quo vadis?

Geschreven door Fiscale Hogeschool

Eindelijk is de kogel door de kerk. Op 28 februari 2019 keurde het federale parlement het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen definitief goed waarna het op 4 april 2019 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. Daarbij zullen – vanaf 1 mei 2019 voor nieuwe op te richten vennootschappen en vanaf 1 januari 2020 voor bestaande vennootschappen – de spelregels omtrent de werking en het beheer van een vennootschap grondig wijzigen.

Lange tijd hield de wetgever vol dat er op vlak van fiscaliteit weinig nieuws onder de zon zou zijn te bespeuren, uitgezonderd een aantal vennootschapsrechtelijke elementen. Toch levert het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen bij een eerste lezing meer addertjes onder het gras op dan gedacht en leiden een aantal omschrijvingen tot bijkomende vragen en bemerkingen. Een beknopt overzicht.

Kapitaalinbreng: geld, natura én nijverheid

Kapitaal zal bij de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving kunnen ingebracht worden op drie manieren, namelijk in geld, natura of nijverheid. De inbreng van geld en natura zijn daarbij niet nieuw maar de inbreng van nijverheid is iets wat we tot op de dag van vandaag nog niet kenden. Daarbij kan een natuurlijke persoon in de toekomst arbeid, geleverde diensten en prestaties overdragen naar de vennootschap waarvoor hij/zij in ruil aandelen verkrijgt die moeten gewaardeerd worden. De vraag rijst hoe de wetgever de inbreng aan nijverheid zal willen belasten.  Moet deze overdracht aangegeven worden in diens personenbelasting en kan dit worden geclassificeerd als een beroepsinkomen? Daarenboven is het verrichten van arbeid of diensten volgens artikel 4 uit het W.Btw een economische, en dus btw-plichtige activiteit. Wordt u daarom in het geval van inbreng van nijverheid binnen de vennootschap verondersteld een factuur op te stellen waarop btw verschuldigd is? Op dit ogenblik is het gissen naar antwoorden aangezien de wetgever deze bovenstaande – maar niet onbelangrijke – elementen voorlopig niet in de wetgeving heeft verankerd.

Financieel plan

De doelstelling van de wetgever is om van de Besloten Vennootschap (BV) de standaard vennootschapsvorm te maken, wat in de wetgeving resulteerde in een grotere flexibiliteit om zo diens aantrekkelijkheid te vergroten. Het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen voorziet ook een aantal nieuwe bijkomende bepalingen die een weerslag hebben bij het opstellen van een financieel plan bij oprichting. In het uitgebreidere financiële plan zullen de leden van de vennootschap als extra onder meer een nauwkeurige beschrijving moeten geven van de bedrijvigheid, moeten álle financieringsbronnen worden opgesomd – zeker diegenen die gesteld worden door derden – en moet de vennootschap een aantal mogelijke hypothesen uitwerken, bijvoorbeeld met betrekking tot de verwachte omzet. Bovendien zal de vennootschap moeten aangeven of zij ‘bijstand’ heeft verkregen van een extern specialist bij het opstellen van het benodigde financiële plan.  De definitie van het begrip ‘bijstand’ is in de nieuwe wetgeving zeer breed te definiëren en kan dus in de praktijk tot bijkomende bezorgdheden leiden.

Fiscale verplichtingen

Parallel met het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen werden nog twee nieuwe wetten goedgekeurd, namelijk 1) de overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting bij commerciële activiteiten door verenigingen en vzw’s en 2) de aanpassing van het Wetboek Inkomstenbelasting aan de wijzigingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen. Dit laatste is met name belangrijk aangezien via de nieuwe wetgeving de BV ook ‘kapitaalloos’ kan blijven.

Om dit mogelijk te maken, werd het begrip ‘kapitaal’ in het Wetboek Inkomstenbelasting vervangen door het begrip ‘eigen vermogen’, uitgezonderd voor de inbreng van nijverheid die nooit gekwalificeerd zal kunnen worden als kapitaal of eigen vermogen. Ook werd aan de recente VVPR-bis maatregel een mouw gepast. Bij de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen zal immers de minimale kapitaalsvoorwaarde komen te vervallen die tot nu toe verbonden was aan de verlaagde roerende voorheffing van 15%. Waar vroeger ten slotte uitkeringen enkel mogelijk waren binnen de Naamloze Vennootschap (NV), zal er nu ook een uitkering mogelijk zijn binnen de Besloten Vennootschap. Bovenstaande aanpassingen in de wetgeving kunnen dus bestempeld worden als opmerkelijke verbeteringen en zijn daarom uiteraard enkel toe te juichen.

Noteer dat de wet tot regeling van de overgang van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting naar de onderwerping aan de vennootschapsbelasting ondertussen als wet van 17 maart 2019 werd gepubliceerd is het BS van 3 april 2019.

Dubbele liquiditeitstoets

Bij de uitkering van tantièmes of dividenden zal de vennootschap verplicht een dubbele liquiditeitstoets moeten uitvoeren. Daarbij blijft de eerder gevraagde solvabiliteitstoets behouden. Nieuw is echter dat de vennootschap ook een werkelijke liquiditeitstoets dient voor te leggen om na te gaan of zij kan voldoen aan de verplichtingen tegenover haar schuldeisers voor een periode van twaalf maanden vanaf de datum van de beslissing van de uitkering. Die dwingende bepaling zal dus een uiterst belangrijk gegeven worden waarmee een vennootschap in de toekomst rekening zal moet houden. (Instituten van) cijferberoepen zouden vennootschappen daarin kunnen bijstaan via de uitwerking van een aantal modellen die de correcte uitvoering van dergelijke liquiditeitstoets kunnen vergemakkelijken. Toch bevat het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen ook omtrent deze nieuwe liquiditeitstoets nog een aantal onduidelijkheden waarop de wetgever op dit moment nog niet heeft geanticipeerd. Is het bijvoorbeeld voldoende voor de liquiditeitstoets om het bedrijfsvermogen te berekenen gedurende een periode van twaalf maanden op maandelijkse basis, dan wel op wekelijkse of zelfs op dagelijkse basis?

Met nog een klein jaar op de teller, is er ondanks de positieve evoluties en verbeteringen in het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen nog heel wat werk voor de boeg om ook met die bijkomende vraagstukken en onduidelijkheden definitief komaf te maken.

Herman De Cnijf

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.