Algemeen Expertise

Het OVB-reglement over de advocaat en de media geeft wel een duidelijk kader aan advocaten

Balie Provincie Antwerpen
Geschreven door Balie Provincie Antwerpen

Meester Frédéric Thiebaut had het in zijn openingsrede voor de Plechtige Openingszitting voor Balie Provincie Antwerpen op 6 september 2019 over de verhouding tussen strafpleiters en de media. Tijdens diezelfde zitting repliceerde stafhouder Marco Schoups op zijn bemerkingen. Die geven we hieronder samenvattend weer. Zijn volledige repliek kunt u  hier raadplegen.

Meester Thiebaut, uw voortschrijdend inzicht is juist: uw onderwerp is iets wat vooral het strafrecht aangaat. Zij die andere rechtstakken beoefenen, worden door de media de facto niet bevraagd. Zij doen hun werk ver van de camera. U hebt het zelf over de grote meerderheid van de advocaten. Voor hen geldt Willem Elsschot: “Zwijgen kan niet verbeterd worden.”

Laat vandaag één zaak duidelijk zijn. Ik sta achter de strafpleiters. Zij zijn de noodzakelijke verdedigers van het individu in de rechtstaat. O wee wie hen kakkerlakken noemt. Uiteraard heeft de advocaat in strafzaken een rol te vervullen in de media. Stafhouder Patrick Henry schreef reeds: “Il y a longtemps que les procès se sont évadés des tribunaux.” Trial by media, u haalt het terecht aan.

OVB-reglement als kader

Het OVB-reglement is volgens u geen grote hulp. U houdt voor dat u van het reglement moet zwijgen, tenzij het echt niet anders kan. Dat is niet juist. U mag erg veel, en wat u niet mag, is de evidentie zelve. Het OVB-reglement reikt een duidelijk kader aan en spoort samen met het OBFG-reglement, waar u helaas niets over gezegd hebt. Ik verwijs u naar de Code de Déontologie van de OBFG, chapitre 2, “Relations avec les médias”. Dat wijkt niet fundamenteel af van ons OVB-Reglement.

Ik overloop eerst een reeks regels uit het reglement waar u het eigenlijk mee eens bent en bespreek er dan enkele die u aanvalt. U handelt in het belang van uw cliënt, niet voor uw eigen publiciteit. U pleit zelf in uw rede voor een korte quote, waardevol en sereen. We agree. Als een strafpleiter over zijn cliënt zegt dat hij de intelligentie heeft van een lege asbak, gaat hij in de fout. Even erg was de advocaat die voor de micro met de slachtoffers sympathiseerde en vergat dat hij voor de dader kwam. Daarom moet u vooraf de toestemming hebben van uw cliënt, en dat is een informed consent. Uw mandaat ad litem dekt uw mediaoptreden niet. Dat wordt vaak vergeten. Het OBFG-reglement schrijft voor dat de stafhouder het bewijs van dit mandaat kan vragen.

U respecteert uw beroepsgeheim. U kan dat alleen vrijgeven, proportioneel, ingedekt door uw cliënt, wanneer de verdediging van uw cliënt een repliek vereist. En u eerbiedigt de waardigheid, kiesheid en rechtschapenheid. Ook hier faalt de fameuze asbakuitspraak. U haalt het zelf aan.

Omdat u mee instaat voor de bescherming van de rechtsstaat, handelt u met respect voor magistratuur en parket. U moet meewerken aan het vertrouwen in justitie. Daarom moet u steeds correcte informatie verschaffen en die op serene wijze toelichten. Dat is een herhaling van uw advocateneed, die u hebt afgelegd. U zal geen zaak verdedigen die u niet weet rechtvaardig te zijn. Ik verwijs naar de Code of Conduct van de CCBE: “The lawyer as a trusted intermediary (…).”

U moet wikken en wegen, ik citeer uzelf. Tot zover de krijtlijnen van wat u mag en niet mag, wat u de facto in uw rede ook verdedigt en wat uit het OVB-reglement komt. Het zijn onze evidenties. “La déontologie ça se sent”, zei wijlen stafhouder Wagemans, balie Brussel Frans.

Voorafgaand advies

U valt dan enkele bepalingen aan in het reglement, waarvan ik er twee vermeld. De regeling dat u alleen spreekt als de wapengelijkheid een reactie in de media noodzakelijk maakt en het overleg met de stafhouder. U wil blijkbaar al voor uw cliënt spreken wanneer nog niemand een persmededeling heeft gedaan. Dat is inderdaad niet toegelaten. Als er geen haan naar kraait, is het niet nodig om uit te roepen dat uw cliënt onschuldig is. En andersom, uit het niets verklaren dat hij schuldig is, wilt niemand.

Alleen spreken als reactie, is het gevolg van uw beroepsgeheim en het principe dat de advocaat het proces in de rechtbank voert en niet de pr-spindoctor is van zijn cliënt. Ik citeer bestuurder en blogger Hugo Lamon: “De advocaten moeten leren zwijgen in de media, om met des te meer beroepsernst te spreken in de zittingzaal.”

U bent geen voorstander van het voorafgaand advies van de stafhouder. U moet lezen wat er staat. U raadpleegt uw stafhouder, zo mogelijk. De Tuchtraad Brussel preciseerde deze verplichting als “een bijdrage tot de invulling van de na te leven deontologische zorgvuldigheidsplicht en plicht tot kiesheid als justitieel acteur”. U vindt dat praktisch onwerkbaar en geen hulpmiddel in moderne mediatijden. Dat betwijfel ik. Mijn gsm werkt en wordt gebruikt. Ook door u, weet u nog. Mijn patroon, wijlen Paul Speyer, was één van de eersten die aan zijn stafhouder toelating vroeg om voor de micro te mogen komen. Wie die toelating gaf, was meester Fred Erdman.

Ik had een analyse verwacht van de tuchtrechtspraak. De bestaande tuchtrechtspraak bevestigt dat de advocaat in de media, conform aan het reglement, heel wat vrijheid heeft, maar past het reglement toe. Een advocaat werd te Brussel veroordeeld voor een agressieve toon in de media tegenover zijn stafhouder. Een ander werd vrijgesproken omdat de verdediging van zijn cliënt in de media geen inbreuk op het reglement uitmaakte. Geen enkele tuchtkamer heeft het reglement naar de prullenmand verzonden wegens te vaag of in strijd met de vrije meningsuiting.

Dat de stafhouders niet optreden, is niet juist. In heel wat van de grote dossiers die u opsomt, hebben de stafhouders samen overleg gepleegd en met het reglement in de hand richtlijnen opgelegd aan de betrokken advocaten. Wij zullen dat blijven doen, discreet en met wisselend succes.

Mediatraining

Moet iedereen mediatraining krijgen? Ik erken dat wie met Phara aan tafel gaat, best een korte training volgt. We zijn het met elkaar eens dat we kwaliteit willen. En dat is niet altijd het geval. Daarom wil u een handleiding. Akkoord. Maar u had kunnen verwijzen naar het Verenigd Koninkrijk waar men beschikt over een zeer uitvoerige manual voor de advocaten hoe om te gaan met de pers.

Ik gooi u de handschoen graag toe. Er zijn voorgangers. Zwaargewichten in deze zaal hebben eerder al het initiatief genomen om grote werken te schrijven, over de deontologie of over Victor. Schrijf de dunne of dikke Thiebaut over het mediarecht, schrijf met mij een handleiding over het optreden in de media, maar op basis van de CCBE-code, de OVB- en OBFG-reglementering, de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens en huidige tuchtrechtspraak.

En zo zullen we samen één lijn verdedigen, voor kwaliteit en sereniteit. Voor ons beroep. En zo eindigen we, hooggeachte openingsredenaar, beste Frédéric, samen in harmonie.

Dit is slechts een beknopte samenvatting van de repliek van stafhouder Marco Schoups, vennoot bij Schoups-Advocaten, op de openingsrede van meester Frédéric Thiebaut tijdens de Plechtige Openingszitting van Balie Provincie Antwerpen op 6 september 2019. Zijn volledige repliek kunt u hier raadplegen.

1 Comment

  • Jammer dat stafhouders vaak tien of twintig jaar achterop zijn bij wat er onder de mensen en dus onder de advocaten leeft.
    Foute percepties in de media zijn meestal het gevolg van een gebrek aan info.
    Niet andersom.
    Geen info?
    Dan gokt de journalist.
    Met de gevolgen vandien.

    Gust Verwerft

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.