Advocaten Algemeen Bedrijfsjuristen Nieuws

Kopieerapparaten voor professioneel gebruik binnenkort goedkoper?

Advocatendiensten vanaf nu digitaal? 7
Geschreven door Tom De Coster

Met een wet van 22 december 2016 geeft de wetgever gevolg aan het HP/Reprobel-arrest van het Hof van Justitie van 12 november 2015. Het Hof oordeelde toen dat de reprografie- en privékopie-uitzondering, en de billijke vergoeding die daarvoor vastgelegd werd in het Belgisch auteursrecht, op verschillende punten strijdig waren met richtlijn 2001/29/EG. De aanpassingen kunnen ertoe leiden dat de aanschaf van kopieerapparaten voor professioneel gebruik goedkoper wordt.

Het Hof stelt dat de autonome interpretatie van het begrip billijke vergoeding in het Padawan-arrest (C-475/13) over de reprografie-uitzondering, mutatis mutandis ook kan worden toegepast op de privékopie-uitzondering. Die autonome interpretatie houdt in dat de billijke vergoeding dient om de werkelijk geleden schade van de rechthebbende te vergoeden. Het Hof komt tot de vaststelling dat de werkelijk geleden schade verschilt naargelang het privé- of professioneel gebruik betreft.

Dat brengt de Belgische wetgever ertoe om de uitzonderingen nu van elkaar te onderscheiden op basis van het type gebruik (privé of professioneel). De reprografie-uitzondering zal niet langer van toepassing zijn op privégebruik, maar wel op intern gebruik in het kader van professionele activiteiten. De privékopie-uitzondering wordt in overeenstemming daarmee uitgebreid naar reprografie voor privégebruik.

De wetgever herintroduceert de beperking op de reprografie-uitzondering dat de bron voor de reproductie papier of een soortgelijke drager moet zijn. Die aanpassing vloeit niet voort uit het Europees recht of het HP/Reprobel-arrest. De beperking van de uitzondering is volgens de parlementaire voorbereiding gerechtvaardigd, aangezien de rechthebbende in de praktijk in veel gevallen toestemming zou geven om een werk waartoe de gerechtigde digitale toegang heeft op papier te reproduceren.

Het Hof stelt ook dat de billijke vergoeding enkel kan worden uitgekeerd aan de auteursrechthebbende. Om die reden bepaalt de wetgever nu dat de reprografievergoeding niet langer voor 50 procent mag worden toegekend aan de uitgever. Om investeringen van uitgevers niet te ontmoedigen, wordt voor hen een eigen vergoedingsrecht in het leven geroepen dat van toepassing is op reproducties op papier of soortgelijke drager van hun uitgaven op papier.

Het Hof merkt verder op dat de uitsluiting van bladmuziek in de reprografie-uitzondering ook van toepassing moet zijn op de privékopie-uitzondering, om inconsistenties te vermijden. Dat wordt door de Belgische wetgever zo geïmplementeerd. Het Hof bevestigt eveneens dat een inbreukmakend werk niet kan worden gebruikt als bron voor de reprografie-uitzondering (net zoals zij al besloot voor de privékopie-uitzondering), waarnaar in de parlementaire voorbereiding wordt verwezen.

Het Hof verkiest een systeem van een evenredige vergoeding (een vergoeding die achteraf wordt berekend op basis van het aantal gemaakte reproducties). Het Hof leidt impliciet uit het Padawan-arrest af dat een forfaitaire vergoeding (een vergoeding die vooraf door een derde wordt betaald onafhankelijk van het aantal gemaakte reproducties) enkel kan worden toegestaan als het onmogelijk is om de gebruikers te identificeren en om de werkelijk door de rechthebbenden geleden schade te beoordelen. Een combinatie van beide vergoedingssystemen is niet a priori uitgesloten, maar moet correctiemechanismen voorzien om overcompensatie te vermijden.

De Belgische wetgever heeft ervoor geopteerd om de forfaitaire vergoeding te behouden voor de privékopie-uitzondering, aangezien het niet mogelijk is om in familiekring een evenredige vergoeding te innen. Voor wat de reprografie-uitzondering betreft, zal enkel de evenredige vergoeding worden behouden, om te vermijden dat er een terugbetalingsmechanisme moet worden voorzien. Dat wil zeggen dat er voor professioneel gebruik niet langer vooraf een vergoeding zal moeten worden betaald door de fabrikant, invoerder of intracommunautaire aankoper van reproductie-apparaten. Een daling van de aankoopprijs van zulke apparaten ligt dus in het verschiet voor ondernemingen en de publieke sector.

Volgens het Hof reflecteert de berekening van de forfaitaire vergoeding louter op basis van de maximumsnelheid van een reproductie-apparaat niet accuraat de werkelijk geleden schade van de rechthebbende. Evenmin is het toegestaan om het bedrag van de evenredige vergoeding aan te passen op basis van het al dan niet verlenen van medewerking door de vergoedingsplichtige bij de inning, aangezien de geleden schade dezelfde blijft.

Het KB van 30 oktober 1997 (waarin die criteria worden bepaald), zou worden opgeheven door een nieuw ontwerp-KB dat voor advies werd voorgelegd aan de Raad van State.

Andere wijzigingen hebben betrekking op de samenvoeging van de uitzonderingen voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (voor de administratieve vereenvoudiging en de rechtszekerheid), aanpassingen aan de laatstgenoemde uitzonderingen (onder andere verruiming van de uitzondering voor de reproductie van werken ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek tot volledige werken en het voorzien van een uitzondering voor bladmuziek in lijn met de reprografie-uitzondering), het aanbrengen van kleine correcties en vormelijke aanpassingen.

Bepaalde bepalingen in verband met auteursrechten op databanken en naburige rechten worden in gelijkaardige zin gewijzigd.

Voor de inwerkingtreding en verdere uitwerking van de wet is er een koninklijk besluit nodig.

 

Tom De Coster is advocaat.

Wet van 22 december 2016 tot wijziging van sommige bepalingen van het boek XI van het Wetboek van economisch recht, BS 29 december 2016

Opmerking plaatsen

X