Advocaten Nieuws Notarissen

Nieuwe solidariteitsregels in huwelijkscontract worden fiscaal afgestraft

Europa voert uniformisering in voor huwelijksvermogensstelsels en geregistreerde partnerschappen
Geschreven door Tiberghien

Nieuwe solidariteitsregels tussen gehuwden worden fiscaal afgestraft in het Vlaamse Gewest, voorlopig althans …

In een stelsel van scheiding van goederen

In het kader van de hervorming van het huwelijksvermogensrecht zouden initiatieven worden genomen om echtgenoten, ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel (gemeenschap of scheiding van goederen), civielrechtelijk gelijk te behandelen.

Echtgenoten moeten, onafhankelijk van het gekozen huwelijksvermogensstelsel, solidair met elkaar zijn, vindt Minister Geens. Minister Geens zou het voornemen hebben om het finaal verrekenbeding – dat nu in het Vlaams Gewest fiscaal onder vuur ligt – wettelijk te verankeren en civielrechtelijk te omkaderen. Immers, de techniek van het verrekenbeding is gegroeid in de notariële praktijk en is overigens overgenomen van onze noorderburen, maar kent tot op heden in België geen civielrechtelijk wettelijk kader. In dit verband wordt heden de piste bekeken van een nieuw type huwelijkscontract, m.n. : scheiding van goederen met verrekening van de aanwinsten. Het is hierbij de bedoeling om alles wat de echtgenoten tijdens hun huwelijk hebben opgebouwd (uitgezonderd erfenissen en schenkingen), bij echtscheiding en overlijden gelijk onder elkaar te verdelen, net zoals in een gemeenschapsstelsel. Er zou dus worden verdeeld alsof er een gemeenschappelijk vermogen werd opgebouwd, maar met behoud van de voordelen van een stelsel van scheiding van goederen, bijvoorbeeld inzake de bescherming van de niet-actieve echtgenoot ten aanzien van de schuldeisers van de beroepsactieve echtgenoot. Het is dus de bedoeling om echtgenoten op vermogensrechtelijk vlak gelijk te behandelen, zonder weliswaar een gemeenschappelijk vermogen as such in het stelsel van scheiding van goederen te creëren. Echtgenoten zouden in hun huwelijkscontract evenwel kunnen afwijken van de verdeling bij helften (zie Erfenisgids van de Tijd, verschenen op 25 november 2017 en Overlijden en scheiden doet al genoeg lijden: een aangepast huwelijksvermogensrecht, persbericht van 1 december 2017, www.koengeens.be). Voor de volledigheid merken wij nog op dat er verder ook initiatieven zouden zijn om in schrijnende situaties een vangnet te voorzien voor de onder scheiding van goederen gehuwde ‘zwakkere echtgenoot’. Aan de betrokken echtgenoot zou de mogelijkheid worden geboden om via de rechter tot een derde van het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen op te eisen. Deze mogelijkheid zou echter bij huwelijkscontract kunnen worden uitgesloten (Overlijden en scheiden doet al genoeg lijden: een aangepast huwelijksvermogensrecht, persbericht van 1 december 2017, www.koengeens.be).

Spijtig genoeg neemt de Vlaamse regering, net nu, maatregelen waardoor gehuwden onder scheiding van goederen, die een dergelijke solidariteit in hun huwelijkscontract voorzien, fiscaal worden gestraft.

Ontwerp van decreet met nieuwe regels voor de taxatie van bepaalde voordelen voorzien bij huwelijkscontract en het advies van de Raad van State

Op 16 oktober 2017 werd een ontwerp van decreet in het Vlaams Parlement ingediend met nieuwe regels omtrent de taxatie van bepaalde voordelen voorzien bij huwelijkscontract, m.n. verblijvings-en keuzebedingen onder last en finaal verrekenbedingen. De verkrijgingen ingevolge deze bedingen zouden voortaan (toch) aan erfbelasting worden onderworpen. In ons eerder artikel (zie ons artikel van 19 september 2017 hieromtrent) hebben we reeds uitvoerig toegelicht dat de nieuwe taxatieregels voor gehuwden nadelige gevolgen hebben (zelfs indien er geen sprake is van verregaande fiscale optimalisatie).

Inmiddels heeft de Raad van State zich in haar advies van 28 september 2017 (nr. 62.071/3) over de voorgenomen regeling gebogen. De Raad van State stelt zich de vraag of de beoogde maatregel te rijmen valt met het gelijkheidsbeginsel. Het ontwerp van decreet maakt immers geen onderscheid tussen bedingen waarvan de waarachtigheid kan worden aangetoond en diegene waar dit niet kan worden aangetoond. Dit onderscheid is volgens de Raad van State niet afdoende door de decreetgever verantwoord.

Wij hebben reeds in ons vorig artikel aangekaart dat de beoogde regeling echtgenoten anders behandelt, al naargelang zij gehuwd zijn onder het (wettelijk) gemeenschapsstelsel, dan wel onder het stelsel van scheiding van goederen. De langstlevende echtgenoot gehuwd onder het wettelijk stelsel zal immers enkel belast worden op hetgeen hij/zij boven zijn/haar helft (van de gemeenschap) verkrijgt. Daartegenover, is de verrekenvordering van 50, die de langstlevende echtgenoot gehuwd onder scheiding van goederen met een finaal verrekenbeding van bv. 50/50 verkrijgt, niet belast. Doch, deze vordering is evenmin aftrekbaar van de nalatenschap. Derhalve zal het hele vermogen van de erflater (per hypothese 100) aldus bij het eerste overlijden worden belast, terwijl dit in een gemeenschapsstelsel slechts de helft zou zijn. Economisch krijgt de langstlevende in een klassieke gemeenschap, alsook bij een 50/50 verrekenbeding, echter hetzelfde (nl. de helft van de gemeenschap of wat daarmee overeenstemt).

Echtgenoten gehuwd onder scheiding van goederen zullen dus zwaarder worden belast in vergelijking met echtgenoten gehuwd onder het gemeenschapsstelsel. Dit, terwijl de uitgewerkte regeling de ‘billijke en gelijke fiscale behandeling van de echtgenoten’ beoogt, aldus Minister Tommelein. In elk geval wordt dit onderscheid niet verantwoord in de memorie van toelichting bij het ontwerpdecreet.

Ondanks de kritische opmerkingen van de Raad van State is het ontwerpdecreet op 14 november 2017 reeds goedgekeurd door de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. Dit ontwerpdecreet werd ondertussen ook op 6 december 2017 in plenaire vergadering aangenomen.

De kwestieuze regeling zou echter, in het licht van de aangekondigde wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht, worden herbekeken. Minister Tommelein vindt het nu nog te vroeg en heeft verklaard te willen wachten tot de teksten hiervan een definitieve vorm krijgen (Vr. en Interp. Vl. Parl. 2017-2018, nr. 117, 6 december 2017, J. Landmeeters, antwoord B. Tommelein, www.vlaamsparlement.be).

De omstreden regeling zal dan in principe, in afwachting van de wijziging ervan, toch uitwerking krijgen. Dit zal ongetwijfeld discriminatoire gevolgen met zich meebrengen. In elk geval, zou het opportuun zijn geweest om de invoering van de kwestieuze regeling uit te stellen, tot er duidelijkheid komt over de komende hervorming van het huwelijksvermogensrecht. Wordt vervolgd.

Inwerkingtreding

De concrete datum van inwerkingtreding is nog niet gekend.

Evenwel, zou de betrokken regeling van toepassing zijn op alle nalatenschappen die openvallen vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet. Hierbij zou geen onderscheid worden gemaakt tussen finaal verrekenbedingen en verblijvings- en keuzebedingen onder last gesloten vóór of na de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen.

Mocht dit enig soelaas bieden, er is mogelijks in de toekomst sprake van een vrijstelling van partners in de erfbelasting.

Wij blijven dit verder opvolgen en houden u verder op de hoogte.

Het onderhavig artikel is geschreven o.b.v. de op 7 december 2017 beschikbare informatie.

Griet Vanden Abeele – Counsel ([email protected])
Jessica Vanhove – Associate ([email protected]).

Tiberghien

Opmerking plaatsen

X