Nieuws Rechtuit

Onbegrip over justitie

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies. Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

De burger begrijpt het niet meer. Weeral eens. Een veroordeelde verkrachter gaat in beroep, is intussen op vrije voeten en omdat de zaak in hoger beroep na meer dan twee jaar niet is voorgekomen kan hij nieuwe gruwelijke feiten plegen. Zelfs welbespraakte juristen krijgen dit niet op overtuigende wijze uitgelegd. Intussen woedt op sociale media een nietsontziende guerilla tegen de knoeiende justitie. De minister van justitie verwijst naar de scheiding der machten, maar daar lijkt nu niemand echt aandacht voor te willen hebben.

De moord op de studente roept bij velen twee vragen op: waarom heeft de correctionele rechtbank bij een vorige veroordeling de vermoedelijke dader niet onmiddellijk aangehouden en waarom duurt het zolang vooraleer een zaak wordt behandeld voor het hof van beroep?

De eerste vraag heeft natuurlijk te maken met de wettelijke bevoegdheden van de rechter, die niet tot onmiddellijke aanhouding kan overgaan louter omdat er vrees is voor recidive. Als men dat wil, moet de wet worden gewijzigd, maar dat moet dan wel gebeuren in overeenstemming met de grondwet en de hogere normen. Met andere woorden, zonder een nieuwe discriminatie in het leven te roepen door die situatie anders te behandelen dan andere zware vergrijpen. Daar hebben sommige roeptoeters in de Wetstraat duidelijk nog niet bij stil gestaan.

De vraag naar de achterstand bij de hoven van beroep is een beleidskwestie. De magistratuur schreeuwt om meer middelen en hekelt de besparingen van de regering. Vergeleken met andere landen hebben wij in België niet te weinig rechters, maar de vraag is wél of ze overal efficiënt worden ingezet. Na jarenlange palavers zou er nu wel eens werk mogen worden gemaakt van het meten van de werklast, zodat ook eens in kaart kan worden gebracht of iedereen wel even hard werkt.

In de media worden zowel de rechterlijke macht als de minister van justitie onder vuur genomen. De minister wijst – terecht – naar de scheiding der machten. De magistraten verwijzen even terecht dat zij – voorlopig – niet bevoegd zijn voor hun eigen werkingsmiddelen. De kans bestaat dat het tot een dovemansdiscussie komt die de burger zich nog verder doet afzetten van justitie. Op die momenten krijgen ondoordachte voorstellen meer aandacht dan ze verdienen. Ze verzuren het debat en zijn op termijn nefast voor de werking van justitie die ze schijnbaar willen verbeteren.

In die woelige tijden reikte de dag van de rechtstaat, die op 7 mei in Mechelen plaatsvond, misschien wat richtingaanwijzers aan. De rechtsstaat is geen verworvenheid en vergt permanente inspanningen. In die rechtsstaat moeten er permanente checks and balances zijn tussen de drie staatsmachten, waarbij geen van hen het laatste woord heeft. De gewezen president van de Hoge Raad der Nederlanden (de Nederlandse variant van ons Hof van Cassatie) wees er in dat verband op dat vanuit een rechtsstatelijk perspectief de gedachte van “het primaat van de politiek” (waarbij de wetgever of de regering het laatste woord zou hebben) verwerpelijk is. Daarnaast verwees hij naar de Franse magistraat Eric de Montgolfier, die ooit de taak van de rechter omschreef als “le devoir de déplaire” (de plicht om niet te behagen). Rechters moeten in de eerste instantie recht spreken op grond van de regels die door de wetgever vooraf zijn vastgelegd. De politiek heeft zich in een rechtsstaat niet te moeien met hoe de rechter in een concrete zaak oordeelt. Ze mag ook niet de indruk geven dat ze dat wil doen, want ook dat is onderdeel van de rechtsstaat.

Het was in ieder geval hoopgevend dat een bomvolle zaal een ganse avond lang reflecteerde over de broosheid van die rechtsstaat en hoe daarmee om te gaan. In Europese landen als Polen, Hongarije en zelfs Oostenrijk worden door politici woorden gebruikt – en wordt soms ook in die lijn gehandeld – die er ons moeten doen aan herinneren dat die democratische verworvenheden snel in vraag kunnen worden gesteld.

De problemen bij justitie zijn in ons land al jaren van organisatorische aard. Ze dreigen, zoals de recente gebeurtenissen helaas nog maar eens op tragische wijze aantonen, het vertrouwen bij de burger te doen wegsmelten. Zonder vertrouwen is het gedaan met de rechtsstaat. Het is dus een collectieve taak van alle actoren van justitie om daar aan te werken. De Hoge Raad voor de Justitie, de representatieve organen van de magistratuur en de advocatuur dienen daar samen aan te werken, want het is een collectieve verantwoordelijkheid om dat vertrouwen in justitie te doen herwinnen. Er is geen plan B voor zowel de rechtsstaat als de democratie.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

In de onderstaande videoboodschap van mr. Lamon kadert hij de column van deze week, en nodigt daarbij alle belangstellenden uit tot verdere reflectie en maatschappelijk debat.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.

X