Advocaten Algemeen Bedrijfsjuristen Gerechtsdeurwaarders Nieuws Studenten

Oneerlijke bedingen creëren ook risico’s voor ondernemingen!

Ondernemingen moeten in overeenkomsten met consumenten rekening houden met de regelen inzake onrechtmatige bedingen in Boek VI van het Wetboek van Economisch Recht (art. VI.82-84 WER). Hoewel de regelen door ondernemingen goed gekend zijn – of dat minstens zouden moeten zijn – bevatten overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten vandaag nog regelmatig onrechtmatige bedingen. Dit blijkt onder meer uit de rechtspraak, uit beperkt empirisch onderzoek van studenten van de UGent, alsook uit de adviezen van de Commissie Onrechtmatige Bedingen (http://economie.fgov.be/nl/fod/structuur/Commissions_Raden/Commissie_onrechtm_bedingen/adviezen/#.WNT2RmczUSs).

Dit artikel wordt u aangeboden dankzij de steun van Larcier, Advocatennet.be en KnopsPublishing

Oneerlijke bedingen zijn nietig

Nochtans is het gebruik van onrechtmatige bedingen niet zonder gevaar voor de onderneming. Onrechtmatige bedingen zijn nietig, wat betekent dat de betrokken bedingen buiten toepassing moeten worden gelaten. Een reductie van het beding tot wat toelaatbaar is – zoals dat in het gemeen recht geschiedt voor kennelijk bovenmatige schadebedingen (art. 1231 BW) -, is niet mogelijk (C 618/10, Banco Español de Crédito). Bovendien kan volgens het Hof van Justitie na nietigverklaring geen toepassing meer worden gemaakt van het suppletief of aanvullend recht, tenzij dergelijke aanvulling in het voordeel is van de consument (C-482/13, C-484/13, C-485/13 en C-487/13, Unicaja Banco). Stel dat een onderneming in de overeenkomst een kennelijk bovenmatige schadevergoeding bedingt voor het geval de consument laattijdig betaalt. Bij laattijdige betaling kan die onderneming dan geen enkele schadevergoeding meer verkrijgen, zelfs niet op basis van gemeen recht (art. 1153 BW). Deze strenge rechtspraak is gesteund op de noodzaak van een afschrikwekkende werking die van de Belgische nietigheidssanctie moet uitgaan. Alleen door een reductie van het beding en aanvulling in het voordeel van de onderneming te verbieden, zijn de langetermijndoelen van de Richtlijn Oneerlijke Bedingen te bereiken.

Terugbetalingsverplichtingen

Daarmee is de kous nog niet af. Wanneer de consument op grond van een onrechtmatig beding in het verleden ten onrechte bedragen heeft betaald aan een onderneming (vb. op basis van een onrechtmatig schadebeding of een onrechtmatig prijswijzigingsbeding), dan kan hij deze bedragen terugvorderen. Dit blijkt ook duidelijk uit recente rechtspraak van het Hof van Justitie (C-154/15, C-307/15 en C-308/15, Gutiérrez Naranjo). Het buiten toepassing laten van een onrechtmatig beding houdt in dat het geacht wordt nooit te hebben bestaan, zodat het geen gevolgen kan hebben voor de consument. Dit betekent dat de consument moet worden hersteld in de situatie waarin hij zonder het betrokken oneerlijk beding zou hebben verkeerd. Dit impliceert op zijn beurt dat alle onterecht betaalde bedragen moeten worden terugbetaald. Het ontbreken van zo’n terugbetalingsplicht zou volgens het Hof van Justitie de afschrikkende werking van de sanctie voor oneerlijke bedingen in gevaar kunnen brengen. Bovendien kan deze terugbetalingsverplichting volgens het Hof niet in de tijd worden beperkt tot een bepaalde datum (zoals de datum van een gerechtelijke uitspraak). Voor zover er geen verjaring is ingetreden, moet de consument de terugbetaling kunnen vragen.

Merken we tot slot nog op dat sinds de inwerkingtreding van Boek XVII van het Wetboek van Economisch Recht ook een collectieve vordering mogelijk is. De financiële gevolgen van zo’n collectieve (terug)vordering kunnen uiteraard groot zijn. Denken we aan de situatie waarin consumenten schadevergoedingen hebben betaald op grond van onrechtmatige schadebedingen, of nog een te hoge prijs betaalden op grond van een onrechtmatig prijswijzigingsbeding.

Belang van transparantie

Tot slot moet worden benadrukt dat de onrechtmatigheid van een beding ook kan volgen uit een gebrek aan transparantie. In de recente rechtspraak komt namelijk steeds vaker de materiële transparantievereiste aan bod (C-154/15, C-307/15 en C-308/15, Gutiérrez Naranjo). Dit vereiste vloeit volgens het Hof van Justitie voort uit de Richtlijn Oneerlijke Bedingen. Het houdt in dat consumenten voor het sluiten van de overeenkomst voldoende informatie moeten krijgen over de juridische en economische gevolgen die de bedingen uit de overeenkomst voor hen meebrengen.

Besluit

Ondernemingen die niet voor onaangename verrassingen willen staan, besteden dan ook best de nodige aandacht aan hun algemene voorwaarden. Enerzijds moeten zij de consument voldoende informeren over bedingen die afwijken van het suppletief recht. Anderzijds moeten zij erover waken dat deze bedingen inhoudelijk niet in strijd zijn met de regelen uit de zwarte lijst, noch een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen creëren.

Reinhard Steennot: Professor consumentenrecht en bankrecht


Op zaterdag 13 mei 2017 vormen de gebouwen van de Gentse rechtsfaculteit het terrein voor het “TIJGERfeest” (Tweehonderd Intrigerende Jaren GEntse Rechtsfaculteit), waarbij de faculteit haar deuren opent voor studenten, alumni en andere belangstellenden (Registreer u alvast voor dit feest).

Bevoorrechte partners van het Tijgerfeest:

         Knops Publishing            advocatennet

Opmerking plaatsen

X