Expertise Nieuws

Overheidsdiensten in het vizier van de GBA

Geschreven door Jubel

De Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna de GBA, heeft bij beslissing 05/2019 dd. 09/07/2019 een berisping gegeven aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, dit wegens de miskenning van het inzagerecht van de betrokkene.

Bespreking van de feiten.

In september 2018 heeft een plaatsvervangend lid bij de geneeskundige commissie van de provincie Limburg (hierna de betrokkene) een verzoek tot inzage in zijn persoonsgegevens gericht aan de FOD Volksgezondheid, zonder dat hij hiervoor een reactie heeft mogen ontvangen.

Gelet op het ontbreken van enige reactie heeft de betrokkene een klacht neergelegd bij de GBA. Ingevolge voormelde klacht heeft de GBA de FOD Volksgezondheid bevolen om te voldoen aan het verzoek van de betrokkene.

Opnieuw heeft de FOD Volksgezondheid geen gevolg gegeven aan het verzoek betrokkene, waarop de betrokkene opnieuw klacht bij de GBA heeft ingediend.

De GBA heeft de zaak in behandeling genomen en na het doorlopen van de procedure met hoorzitting, heeft de GBA geoordeeld om de FOD Volksgezondheid een berisping te geven wegens het niet eerbiedigen van de rechten van de betrokkene, de door de betrokkene gevorderde schadevergoeding af te wijzen en de beslissing te publiceren op hun website.

Voorafgaandelijke analyse van het inzagerecht.

Het algemeen kader van de AVG is opgebouwd rond transparantie, rechtmatige verwerking en de juistheid van de verwerkte gegevens. Binnen dit kader dient het inzagerecht te worden geplaatst, ten einde de betrokkene de mogelijkheid te geven om na te gaan of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt.

Het inzagerecht zoals omschreven in art. 15 AVG stelt dat de betrokkene recht heeft om een overzicht te bekomen van de verwerkingsdoeleinden, de categorieën van persoonsgegevens, de ontvangers of categorieën van ontvangers, de beschikbare gegevens omtrent de afkomst van de persoonsgegevens en de bewaartermijnen. Zelfs heeft de betrokkene recht op een kopie of kopieën van dit overzicht.

Belangrijk hierbij is dat de betrokkene dit verzoek tot de verwerkingsverantwoordelijke kan richten zonder dat er enig belang dient te worden aangetoond. De verwerkingsverantwoordelijke is gehouden de rechten van betrokkene de respecteren en binnen de maand een antwoord te bieden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is een inzage toe te staan, er kan dus gemotiveerd geweigerd worden om op het verzoek in te gaan.

Bespreking van de beslissing en het afwijzen van een schadevergoeding.

1. Beslissing tot inzage en het handhavingsbeleid

De GBA oordeelt, ondanks de AVG met het inzagerecht niet voorziet dat de betrokkene inzage krijgt in interne documenten of afschrift daarvan, dat de betrokkene als plaatsvervangend lid van PCG Limburg inzage dient te krijgen in de documenten op basis waarvan de herroeping van zijn benoeming door de FOD Volksgezondheid is genomen.

Niettegenstaande is het wel duidelijk dat de FOD Volksgezondheid reeds meerdere keren de rechten van de betrokkene heeft miskend en zelfs een bevel van de GBA naast zich heeft neergelegd. Gezien de antecedenten is het opmerkelijk dat de GBA geen verder gevolg aan deze zaak heeft gegeven, minstens dient in dergelijke situatie een dwangsom te worden opgelegd.

2. De vordering tot schadevergoeding

Uit de beslissing van de GBA dient ook te worden vastgesteld dat de betrokkene een schadevergoeding heeft gevorderd wegens de miskenning van de rechten die hem op grond van de AVG worden toegekend.

Terecht heeft de GBA deze vordering afgewezen, het komt immers niet aan de GBA toe om te oordelen over een schadevergoeding, noch is dit voorzien in de Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Zoals correct aangehaald in de beslissing, spreekt de GBA zich enkel uit over de naleving van de AVG en ziet zij toe op de handhaving ervan.

Indien de betrokkene een schadevergoeding wenst te bekomen, kan hij zich wenden tot de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement waar hij woonachtig is.

Noot.

Deze beslissing van de GBA kan, ondanks het opleggen van één van de lichtste sancties, een grote precedentenwerking kennen door een gevoelige uitbreiding van het recht op inzage zoals voorzien in art. 15 AVG.

Immers wordt door de betrokkene inzage gevraagd in zijn persoonsgegevens om kennis te kunnen nemen van de redenen die aan de grondslag liggen van een weigeringsbeslissing om de betrokkene als plaatsvervangend lid van de provinciale geneeskundige commissie te benoemen.

Daarenboven werd op disproportionele wijze het recht van inzage ingeperkt door essentiële informatie aan de klager te onthouden, met name door hem inzage te geven in de documenten die aan de herroeping van zijn benoeming ten grondslag liggen. Ondanks zijn verzoek daartoe werd hij niet geïnformeerd over de reden om terug te komen op de beslissing om hem aan te stellen als plaatsvervangend lid PGC Limburg.

Door dergelijke motivering breidt de GBA het recht van inzage, zoals voorzien in artikel 15 AVG uit, meer bepaald zou de betrokkene naast de verwerkingsdoeleinden, de categorieën van persoonsgegevens, de ontvangers of categorieën van ontvangers, de beschikbare gegevens omtrent de afkomst van de persoonsgegevens en de bewaartermijnen, zicht krijgen op de inhoud van documenten (eventueel interne nota’s of memo’s).

Hierdoor gaat de GBA nog een stap verder dan het Hof Den Haag in de TGB-zaak, waar een betrokkene het inzagerecht ook gebruikt heeft om een intern document van de TGB-Bank te verkrijgen, dit deels met succes. Het Hof heeft immers geoordeeld dat de betrokkene een afschrift, weliswaar afgeschermd, van het intern document moet krijgen, in een zodanige vorm dat de persoonsgegevens gecontroleerd kunnen worden. Dit terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens (de bevoegde Autoriteit in Nederland) waarbij de betrokkene ook een klacht heeft neergelegd, op voormeld verzoek niet is ingegaan.

Niet onbelangrijk om hier ook te vermelden is dat de verwerkingsverantwoordelijke bij een verzoek tot inzage overeenkomstig artikel 15 AVG, zelf kan bepalen op welke manier er aan het verzoek van de betrokkene tegemoet zal worden gekomen. Evident heeft de verwerkingsverantwoordelijke de mogelijkheid om de betrokkene een afschrift te bezorgen van alle documenten waar de persoonsgegevens van de betrokkene in worden vermeld, maar dit kan evengoed gebeuren aan de hand van een overzicht waarin de persoonsgegevens van de betrokkene worden opgelijst/weergegeven.

Besluit.

De opgelegde sanctie van de GBA dient in deze zaak eerder als symbolisch te worden beschouwd.

Ondanks dat het wettelijk kader, met name de Belgische Privacywet van 30/07/2018, voorziet dat de GBA geen administratieve boetes overeenkomstig art. 83 AVG aan overheidsinstellingen kan op leggen, zou het opleggen van een dwangsom aan de FOD Volksgezondheid wel een sterker signaal hebben gegeven.

Door na te laten een dwangsom op te leggen, kan het inzagerecht door de betrokkene niet worden afgedwongen. Behoudens het beroep voor het Marktenhof blijft het inzagerecht voorlopig een dode letter, al zou de betrokkene ook nog een vordering tot staking en schadevergoeding kunnen indien bij de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om zijn rechten af te dwingen.

De beslissing van de GBA is duidelijk een schot voor de boeg, maar toont wel aan dat ze actief is en het niet nalaat ook overheden op het matje te roepen.

Maarten Verhaghe

VDV Advocaten

Wenst u meer informatie over de GDPR en het handhavingsbeleid?
Aarzel dan niet om ons te contacteren via [email protected].

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.