Rechtuit

Pers of procedureslag?

Geschreven door Jubel

Dit artikel is van de hand van mr. Liliane Versluys, advocaat aan de balie van Leuven.

Twintig danseressen schrijven naar Jan Fabre: beter een open brief dan een klacht?

Het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) verspreidde op donderdag 13 september 2018 via het persagentschap Belga een Open Brief van twintig danseressen en dansers over seksistisch en vernederend gedrag van Jan Fabre tegenover hen. De eerste die de brief publiceerde was het Rekto Verso, de kranten volgden.

De Open Brief van de slachtoffers getuigt over pesterijen – en erger – van Jan Fabre. De directe aanleiding tot de Open Brief was de verontwaardiging van de danseressen over de schijnheilige houding van Fabre tijdens een VRT-interview van 27 juni 2018 waarin hij ongelovig reageerde op het Vlaamse onderzoek rond grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector: één op de vier vrouwen in de cultuursector bleken daarvan het slachtoffer te zijn.

Wat hun bedoeling is met de Open Brief zeggen de danseressen luid en duidelijk: “In de eerste plaats moet deze brief gezien worden als een poging om een einde te maken aan een zwijgcultuur en om aandacht te vragen voor toxische werkomgevingen in het brede artistieke veld”.

De danseressen klagen niet alleen Fabre aan, ze schrijven ook over de traagheid van het rechtssysteem dat hen niet kan helpen:

“we zijn tot de vaststelling gekomen dat het rechtssysteem te traag is. Hoe kunnen we nog 2 of 3 jaar afwachten voor onze stemmen gehoord worden, terwijl we nieuwe collega’s ongeïnformeerd laten over wat er in het verleden is gebeurd ? (…)”.

Waarom geen klacht neerleggen

Een rechtszaak aanspannen tegen Fabre lijkt op het eerste gezicht de logische weg die de danseressen hadden kunnen kiezen.

Dan begin je met het neerleggen van een klacht. Je weet dat een klacht indienen, zeker voor seksueel geweld of seksuele intimidatie op het werk, voor het slachtoffer een eenzame weg is met onzekere uitkomst. De meeste klachten worden zonder gevolg geklasseerd.

De cijfers over aanranding van de eerbaarheid (ongewenste seks zonder penetratie) en verkrachting (ongewenste seks met penetratie)over de jaren 2010-2017 zeggen genoeg. Een 8.000 nieuwe klachten per jaar, waarvan 54 % zonder gevolg geklasseerd (= geseponeerd) worden. Slechts 18 % van de dossiers leiden tot een dagvaarding voor de correctionele rechtbank.

Het seponeringspercentage is nog veel hoger bij klachten op grond van de antidiscriminatiewetten van 2007. Over de jaren 2013-2014 werd 65 % van de klachten over discriminatie zonder gevolg geklasseerd. In 67 % van de gevallen gebeurde het sepot om technische redenen (onvoldoende bewijzen).

Het kernprobleem lijkt dus het gebrek aan bewijzen.

De doorlooptijd van een klacht

Verder moet je als slachtoffer een kruisweg aflopen: nadat je je klacht hebt neergelegd, duurt het vaak maanden, soms jaren eer je nog eens opgeroepen wordt bij de politie om je klacht te bevestigen. In de tussentijd heeft ze naar de dader gezocht, of getuigen verhoord. Soms volgt er nog een derde verhoor van jou als slachtoffer, om je te confronteren met verklaringen van de dader die jouw verhaal tegenspreken. Tussen de klacht en het moment waarop het onderzoek is afgewerkt liggen maanden, vaak jaren.

Vooraleer de zaak voor de correctionele rechtbank komt, moet elke zaak waar een onderzoeksrechter aan te pas gekomen is, door de Raadkamer van de correctionele rechtbank beoordeeld worden. Dat gebeurt ten vroegste 2-3 maanden na de afwerking van het onderzoek. De zitting van de Raadkamer wordt vaak vertraagd (= uitgesteld: maanden, soms jaren) doordat zowel beklaagde als slachtoffer inzage van het dossier en bijkomende onderzoekshandelingen kunnen vragen. Beklaagde en slachtoffer kunnen beroep aantekenen bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling, die oordeelt vaak talrijke maanden, soms een jaar of later.

De Raadkamer kan beslissen tot buitenvervolgingstelling van de beklaagde. of de dader probatie-opschorting geven (de dader wordt schuldig verklaard en krijgt voorwaarden opgelegd, bijvoorbeeld een psychologische behandeling volgen), of hem interneren wanneer hij niet-toerekeningsvatbaar was op het moment van de feiten. In die drie gevallen komt er nooit een correctionele zitting.

De Raadkamer kan ten slotte de beklaagde verwijzen naar de correctionele rechtbank, en tegen die verwijzing kan de beklaagde beroep aantekenen bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Die zetelt pas een aantal maanden na de Raadkamer (minstens 9 maand later).

Tussen de beslissing van de Raadkamer van verwijzing naar de rechtbank en de eigenlijke zitting van de rechtbank zit ook nog een speling van minstens 6 maanden.

In zaken waar geen onderzoeksrechter optrad, dagvaardt de Procureur des Konings de dader rechtstreeks voor de correctionele rechtbank. Dossiers met personen die aangehouden zijn krijgen natuurlijk voorrang. Hoeveel tijd er uiteindelijk verstrijkt tussen de klacht en de eerste zitting voor de correctionele rechtbank is onmogelijk in te schatten. Zeker is dat het jàren en jàren kan duren.
En dan begint de volgende ronde.

Wanneer de rechtbank de dader veroordeelt, kan hij beroep aantekenen. Dat beroep wordt zelden binnen het jaar behandeld. Na beroep kan hij nog Cassatie aantekenen als hij kan aanvoeren dat het Hof van Beroep formaliteiten met de voeten getreden heeft, of dat het de wet fout heeft geïnterpreteerd. Krijgt de dader gelijk in Cassatie (minstens 1 jaar later), dan komt de zaak terug voor een ander Hof van Beroep (ook ten vroegste 1 jaar later).

De doorlooptijd bedraagt dus al snel vijf jaar. Een slachtoffer staat meestal alleen. Wie kan dat aan? Wie zal dat betalen?

De boemerang: een klacht wegens eerroof en laster

Een open brief schrijf je niet zonder risico’s. Soms werkt hij als een boemerang, die je als slachtoffer in het gezicht krijgt onder de vorm van een klacht van de dader tegen jou wegens eerroof en laster (art. 443 Strafwetboek). Daartoe zou Fabre moeten aantonen dat “hem kwaadwillig een bepaald feit ten laste gelegd wordt dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen”. De tekst van de brief, waarin de slachtoffers met twintig tegelijk een gelijkaardige ervaring beschrijven, sluit dat wellicht uit. Ook helpt het dat het Arbeidsauditoraat het functioneren van Fabre als werkgever onder de loep gaat leggen.

Een proces in de media zou Fabre het gevoelen geven dat hij “koud gepakt” is, zeggen zijn advocaten. De danseressen vragen echter niet zijn correctionele veroordeling, zij kozen voor wat zij het belangrijkste vonden: het wangedrag van Jan Fabre stoppen. In dit geval is er geen klacht neergelegd, de danseressen waren slimmer. Met twintig in totaal waren ze Fabre voor met hun open brief, mooi synchroon gedanst.

Liliane Versluys
Advocaat aan de balie van Leuven

2 Comments

  • Respect… jullie verdienen respect… ik begrijp vele mannen niet… een vrouw is zó kostbaar…
    hoe is het mogelijk dat zij dat niet inzien… het grootste geluk van een man is het geluk van een vrouw…

Opmerking plaatsen

X