Advocaten Algemeen Bedrijfsjuristen

Uitzendarbeid: risico’s voor de gebruiker en hoe deze te vermijden

Geschreven door Jubel

Dit artikel is een bijdrage voor Jubel van Willems & Cassimon Advocaten.
Geschreven door mr. Arnaud Willems.


Vaak werken werkgevers met uitzendkrachten (denk bijvoorbeeld aan uitzendkrachten die vrachtwagens helpen vullen in een loods). Hierbij is de verhouding tussen de werkgever en de uitzendkracht echter te onderscheiden van de klassieke verhouding van de werkgever met zijn werknemers. Er rijzen aldus verschillende verzekeringstechnische vragen omtrent de aansprakelijkheid bij het verrichten van schade door de uitzendkracht aan zichzelf of aan derden.

Vooreerst zal de klassieke verhouding werkgever – werknemer worden omschreven. Daarna zal dieper worden ingegaan op de specifieke situatie die ontstaat bij het aanwenden van een uitzendkracht om ten slotte te eindigen met eventuele middelen om te voorkomen dat de uitzendkracht een risico vormt voor de gebruiker.

  1. Klassieke verhouding werkgever – werknemer

In de normale arbeidsrechtelijke relatie heeft de werkgever een contractuele band met de werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt onder meer geregeld door de wet van 3.07.1978. Er zijn twee belangrijke uitgangspunten: het geval dat de werknemer schade veroorzaakt en het geval dat de werknemer zelf schade oploopt.

In de eerste situatie kan de werknemer, behoudens enkele uitzonderingen, niet aansprakelijk gesteld worden voor de schade die hij zou berokkenen ten opzichte van de werkgever alsook derden bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (art. 18 W. 3.07.1978). De werkgever is echter wel burgerrechtelijk aansprakelijk voor zijn aangestelden die schade berokkenen ten aanzien van derden (art. 1384 B.W.).

Voorbeeld:  een werknemer van een dakbedrijf laat ingevolge gebrek aan voorzorg gereedschap op een voorbijganger vallen.

Deze risico’s die de werkgever loopt bij het ontwikkelen van activiteiten met eigen werknemers naar derden toe kunnen onder meer worden ondergebracht in een verzekeringsovereenkomst BA exploitatie of BA uitbating.

In de tweede situatie kan het natuurlijk ook zijn dat de werknemer zelf in de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schade oploopt. Voor wat betreft letselschade en arbeidsongevallen is de werkgever verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. De verzekeringsmaatschappij van de werkgever die het risico op arbeidsongevallen dekt zal de schade in hoofde van de werknemer vergoeden volgens de bepalingen van de arbeidsongevallen wet van 10.04.1971 en aanpassingen. In regel zou de werkgever van een zekere immuniteit kunnen genieten ten aanzien van de werknemer, die genoegen zal moeten nemen met de vergoeding verstrekt door de arbeidsongevallenverzekeraar maar er bestaan ook uitzonderingen, bv. art. 46§1.6° W.10.04.1971.

Er bestaat dus een strikt wetgevend kader om de arbeidsrechtelijke relaties en schadegevallen te regelen wanneer werkgever en werknemer door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn.

  1. Situatie bij gebruik van uitzendkrachten

Wanneer een werkgever gebruik maakt van een uitzendkracht ontbreekt er een essentieel onderdeel, namelijk de arbeidsovereenkomst. De werkgever (gebruiker) sluit immers een contract af met een uitzendkantoor dat zelf ook een werkgever is en haar werknemer als het ware “uitzendt” of detacheert tegen een bepaalde prijs en mits een bepaalde vergoeding. Dit heeft verstrekkende gevolgen.

In dit verband wordt de aandacht gevestigd op het feit dat het uitzendkantoor kan bedingen dat de gebruiker zelf alle schade draagt die de uitzendkracht berokkent binnen het bedrijf (bijvoorbeeld aan materiaal of aan mede-werknemers en of aan derden). Dit risico valt dan in de schoot van de gebruiker die er op zal moeten toezien dat dit risico ondergebracht wordt in haar verzekeringspolis dan wel dergelijke bedingen zal moeten weigeren. Het gebeurt dat de gebruiker het risico van contractuele bepalingen over het hoofd ziet. Het verdient dan ook aanbeveling om de draagwijdte van het contract met het uitzendkantoor nauwkeurig te analyseren.

Met betrekking tot de letselschade die de uitzendkracht zelf kan oplopen tijdens de uitvoering van zijn arbeidstaken is de situatie eveneens specifiek. Ofschoon de gebruiker wel aangeeft wat de uitzendkracht moet doen en zijn prestaties of activiteiten leidt, wordt de gebruiker hierdoor geen werkgever. Er bestaat geen arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de gebruiker zich niet zoals in de klassieke verhouding op de immuniteit van de werkgever kan beroepen. De gebruiker en de uitzendkracht zijn en blijven vreemden (derden) ten opzichte van elkaar.

Bij een arbeidsongeval met letselschade heeft dit voor de gebruiker twee gevolgen:

  1. De uitzendkracht, die werknemer blijft van het uitzendkantoor zal op een forfaitaire vergoeding kunnen rekenen van diens arbeidsongevallenverzekeraar. Deze treedt echter in de rechten van het slachtoffer (art 47 AO-wet) en kan vervolgens burgerrechtelijk verhaal uitoefenen op de voor het ongeval aansprakelijke partij.

Voorbeeld: indien de gebruiker de veiligheid in zijn bedrijf niet heeft gewaarborgd en heftrucks laat rondrijden zonder waarschuwingssignalen zal de gebruiker alzo gehouden zijn de arbeidsongevallenverzekeraar van het uitzendbureau te vergoeden.

  1. De schade die de uitzendkracht oploopt en die niet vergoed werd door de arbeidsongevallenverzekeraar kan deze ook persoonlijk vorderen van de gebruiker waarvan de aansprakelijkheid komt vast te staan.

3. Eventuele middelen

A) Eigen fout van uitzendkracht

Het is mogelijk dat de uitzendkracht zelf deels of volledig aansprakelijk is voor het ongeval dat hem of haar overkwam en dat er derhalve toch verweer mogelijk is. Inzake aansprakelijkheid zijn de feiten en het bewijs vanzelfsprekend van zeer groot belang.

B) Polis B.A. uitbatingsverzekeraar

De polis met de B.A. uitbatingsverzekeraar dient grondig onderzocht te worden naar de verstrekte waarborgen en risico’s van het gebruik van uitzendkrachten. De polis kan de uitzendkracht als derde beschouwen en de gebeurlijke fouten en onvoorzichtigheden van de werkgever dekken. Het is aanbevelenswaardig om ook de omvang van de onderschreven waarborgen te onderzoeken.

C) Contractuele clausule

In een poging om te vermijden dat de gebruiker rechtstreeks wordt aangesproken zou er een clausule kunnen worden opgenomen in het contract dat afgesloten wordt met het uitzendkantoor. Het art. 47 van de wet betreffende de arbeidsongevallen is niet van openbare orde, noch van dwingend recht waardoor er zou van afgeweken kunnen worden (Cass., 27 februari 1989). Anderzijds is ook het duidelijk dat een beding tussen de gebruiker en het uitzendkantoor, het slachtoffer niet bindt, en dus ook niet diens gesubrogeerde arbeidsongevallenverzekeraar omdat ze derden zijn aan dit contract. Het is derhalve niet evident noch zeker dat dergelijke bedingen sluitend zijn, of niet gecensureerd zouden worden door de Rechtbank.

Hiermee zou het probleem eventueel slechts een gedeeltelijke oplossing kennen daar het uitzendkracht-slachtoffer zich ook kan richten tegen de gebruiker. Derhalve zou ook de uitzendkracht persoonlijk en op voorhand afstand moeten doen van alle eventuele aansprakelijkheidsvorderingen tegen de gebruiker.

  1. Afsluitende overweging

Uit het voorgaande blijkt aldus dat wanneer een werkgever benevens gewone werknemers ook uitzendkrachten “inhuurt”, hij zichzelf aan een risico blootstelt. Het is echter onmogelijk alle maatschappelijke risico’s te laten dekken of uitsluiten in een bedrijf. Er zullen keuzes moeten gemaakt worden, temeer omdat verzekeraars zelf ook bepaalde risico’s uitsluiten.

Arnaud Willems

Advocaat bij Willems & Cassimon Advocaten

Opmerking plaatsen

X