Algemeen Nieuws Notarissen

Hoe gebeurt de registratie van een voorzorgvolmacht?

Wat als ... je ouder niet meer in staat is om alleen te wonen
Geschreven door Johan Verstraete

Krijtlijnen voor de (voor-)zorgvolmacht [deel 4]

Vorm en registratie van de lastgeving

A. Vorm van de akte van lastgeving

De lastgeving moet schriftelijk gegeven worden[1] maar er wordt aangenomen dat de aanvaarding door de lasthebber kan blijken uit de uitvoering van de lastgeving.[2]

De lastgeving kan worden vastgelegd in een onderhandse of authentieke akte.

De volmacht bij authentieke akte biedt meer garanties vermits de volmacht niet kan geantidateerd of anderszins kan vervalst worden en de notaris ook verplicht is om de wilsgeschiktheid van de lastgever op het ogenblik van het verlijden van de akte te controleren. Bovendien genieten de partijen van deskundige juridische begeleiding en kunnen er onbeperkt afschriften van de volmacht afgeleverd worden. De notaris staat ook zelf in voor de registratieformaliteit in het Centraal Register der Lastgevingen (zie verder). De authentieke akte is hoe dan ook noodzakelijk wanneer de zorgvolmacht zal moeten aangewend worden voor vastgoedverrichtingen of wanneer akten zullen moeten verleden worden waarvoor de notariële vorm wettelijk vereist is (schenkingsakten, bepaalde vennootschapsakten, huwelijkscontract, enz.).[3]

Van de notaris die de lastgevingsakte verlijdt wordt verwacht dat hij bijzondere aandacht besteedt aan de wensen en voorkeuren van de lastgever en dat hij de partijen onpartijdig en deskundig adviseert. Daartoe zal vaak een uitgebreid voorafgaand onderzoek en bevraging noodzakelijk zijn (handelingsbekwaamheid van de lastgever, huwelijksregime[4] of samenlevingscontract, eerder gedane schenkingen, aard en samenstelling van het vermogen, in acht te nemen beginselen bij de uitoefening van het mandaat enz.). [5]

Ook wanneer de notaris, bankier, advocaat of een van de andere actoren moet handelen op basis van de voorzorgsvolmacht wordt verwacht dat deze zorgvuldig handelen. Zijn er aanwijzingen dat de lasthebber niet handelt in het belang van de wilsonbekwame lastgever dan eist de voorzorgplicht van de professionele actoren dat zij contact opnemen met de vrederechter met het oog op de controle van de belangen van de beschermde persoon.[6] Zij hebben daartoe de plicht en de bevoegdheid.[7] De vrederechter kan dan bepalen of en in welke mate de lastgeving wordt uitgevoerd, hij kan bijzondere voorwaarden of na te leven vormen opleggen, bepaalde rechtshandelingen onderwerpen aan de machtigingsvereiste of zelfs de lastgeving geheel of gedeeltelijk vervangen door een rechterlijke beschermingsmaatregel.[8]

B. Registratie van de overeenkomst

De lastgeving die in het bijzonder tot doel heeft om voor de lastgever een buitengerechtelijke bescherming te regelen wordt geregistreerd in een Centraal Register (CRL) dat wordt bijgehouden door de KFBN.[9]

De lastgevingsovereenkomst moet geregistreerd zijn uiterlijk op het tijdstip waarop de lasthebber zijn opdracht aanvat of – bij doorlopende lastgeving – zijn mandaat voortzet. [10] Zonder deze registratie is er geen geldig buitengerechtelijk beschermingsstatuut tot stand gekomen. De lastgeving geldt dan enkel als gemeenrechtelijke lastgeving in de zin van art. 1984 e.v. B.W.[11]

Het verzoek tot registratie van de notariële lastgeving gebeurt door de zorgen van de notaris die de akte heeft verleden, binnen de 15 dagen nadat hij hiertoe door de lastgever werd verzocht. Het is mogelijk dat de lastgever om bijzondere redenen dit verzoek tot registratie nog enige tijd wenst uit te stellen. Dit kan, maar van uitstel komt afstel. De notaris zal daarom duidelijke instructies vragen en deze opnemen in de akte.[12]

Werd de lastgeving in onderhandse vorm afgesloten dan zal het verzoek tot registratie uitgaan van de lastgever[13] maar men aanvaardt dat dit ook kan gebeuren op verzoek van zijn aangestelde lasthebber.[14] Hiertoe zal een eensluidend verklaard afschrift van de overeenkomst (een eenvoudige kopie of een tweede origineel volstaan dus niet) worden neergelegd ter griffie van het vredegerecht van de verblijfplaats van de lastgever en subsidiair van zijn woonplaats. Dit betekent dus dat een afschrift van de lastgeving die gegeven werd bij onderhandse eensluidend moet verklaard worden door een notaris of een bevoegde gemeentelijke ambtenaar.[15] De registratie van de overeenkomst zal in dit geval gebeuren door tussenkomst van de griffier binnen de 15 dagen na de neerlegging van het afschrift.

De registratie kan nog gebeuren zolang de lastgever niet verkeert in een toestand van wilsonbekwaamheid als bedoeld in art. 488/1 en 488/2 B.W.[16] Eens deze wilsonbekwaamheid is opgetreden eindigt immers de lastgeving die niet voldoet aan de eisen bepaald in art. 490 en 490/1 B.W. [17]

Vooraleer de vrederechter een rechterlijke beschermingsmaatregel beveelt, gaat de griffier na of in het Centraal Register een lastgevingsovereenkomst of een beslissing tot beëindiging van de overeenkomst werd geregistreerd. [18] In voorkomend geval laat hij door de notaris of de griffier een eensluidend verklaard afschrift overzenden. De buitengerechtelijke beschermingsmaatregel blijft dan van toepassing in de mate dat hij verenigbaar is met de rechterlijke beschermingsmaatregel maar de vrederechter kan ook bijkomende voorwaarden opleggen.[19]

 

Auteurserenotaris Verstraete en de heer Karl Ruts

Dit artikel is het vierde deel in een zesdelige reeks van erenotaris Verstraete omtrent de voorzorgvolmacht. Lees ook deel 1 deel 2 en deel 3.

Meer lezen over financiële zorgvragen? Bestel dan zeker het boek ‘Financiële zorgvragen, in goede en kwade dagen‘, uitgegeven door Mijnwetboek.be.

Referenties:
[1] Gezien de registratieverplichting – zie hierna (S. MOSSELMANS en A. VAN THIENEN, ‘Bescherming en bewind voor meerderjarigen’, T. Fam. 2014, afl. 3-4, nr. 18; – A. WYLLEMAN, o.c., p. 31 nr. 51).

[2] J. BAEL, o.c., p. 27 nr. 50 met verwijzing naar C. CASTELEIN en J. DIERYNCK, Vermogensplanning voor en door beschermde personen. De nieuwe regeling na de wet van 17 maart 2013, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 43 nr. 32.

[3] Zie meer uitgebreid: J. BAEL, o.c., p. 7 e.v.

[4] Aan de huwelijksvermogensrechtelijke regelingen voor het geval van wilsonbekwaamheid van een der echtgenoten werd inhoudelijk niet geraakt, evenmin trouwens als aan de regimes van vertegenwoordigen in de diverse bio-ethiekwetgevingen of andere informele ondersteuningsmaatregelen: T. WUYTS, o.c. p. 104 nr. 24 en verwijzingen in voetnoten 64 en 65 aldaar.

[5] Ik moge hier verwijzen naar de zeer nuttige handleiding met talrijke modellen in de geciteerde studie van C. DE WULF, “De nieuwe wettelijke regeling inzake beschermde personen. De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus”, T.Not. 2013, 255-326.

[6] K. ROTTHIER, o.c., vervolg, Not.Fisc.M. 2013, p. 206

[7] Zie F. SWENNEN, o.c., p. 570 nr. 25; – zie ook Parl.St., Kamer 53 1009/1, p. 9.

[8] F. SWENNEN, o.c., p. 570 – cf. infra.

[9] Art. 490, 1ste lid B.W.

[10] T. WUYTS, o.c., nr. 28, p. 106.

[11] E. BEGUIN en J. FONTEYN, “La protection extrajudiciaire”, Rev.Not.B. 2014, p. 469.

[12] C. DE WULF, o.c., p. 264 nr. 12.

[13] K. ROTTHIER, o.c., p. 186 nr. 20 en F. SWENNEN, o.c. p. 568 nr. 16.

[14] A. WYLLEMAN, o.c., p. 32 nr. 54 met verwijzing naar Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 53K1009/002, 8-9.

[15] C. DE WULF, o.c., p. 263 nr. 12; – [15] A. WYLLEMAN, o.c., p. 32 nr. 55 en voetnoot 93.

[16] C. DE WULF, o.c., p. 265; – K. ROTTHIER, o.c. p. 186.

[17] Art. 2003 B.W.

[18] Art. 492 al. 2 B.W. (aldus gewijzigd ingevolge de reparatiewet van 25 april 2014); – E. BEGUIN en J. FONTEYN, o.c. p. 473.

[19] Art. 492 al. 3 B.W.

Opmerking plaatsen

X